Paf

Ik ben een overtuigd niet-roker. Nooit gerookt, geen trekje. Hoewel, ik heb mezelf nooit hoeven overtuigen, ik heb gewoon nooit enige aandrang gevoeld om zo'n fikkend stokkie in mijn bakkes te steken. Oké, op een extreem korte periode op de middelbare school na.

Daar rookte iedereen en ik wilde daar niet tussen staan in de pauzes. Dan liever alleen. Totdat ik ooit eens dacht (daar bleef het gelukkig bij) dat ik misschien met peuk wel wat aanspraak zou hebben, of op z'n minst een coole houding aan kon nemen. Kansloos natuurlijk. Ik was sowieso al een geval apart in de ogen van de extreem conservatieve leerlingenpopulatie. Met mijn zeephaar, ondergekalkte tas met passages uit songteksten (it doesn't matter if we all die) en broek in mijn legerkisten (broek erover was de norm, dus je begrijpt: ik was heel erg raar). Ofwel, met of zonder sjekkie, ik had geen schijn van kans.

Bijna iedereen kwam uit de streng christelijke dorpen en gehuchten uit de omgeving van Gouda. Elke maandagochtend werd de week in naam van god geopend, waarbij de directeur hoogstpersoonlijk het woord gods vol vuur spuugde vanaf zijn spreekgestoelte. Doorborende blik en met een keiharde nadruk op de ch en daaropvolgende r met dikke s aan het eind wanneer hij het over christus had: ggggrrrristuss. En dat in een volle aula in het gezelschap van de bedwelmende lichaamsgeur en dito ademtocht van een puberende bijbelgordel – ik geef het je te doen.

Het rotsvaste geloof nam soms hilarische vormen aan, zoals de keer dat iemand ervan overtuigd was dat de afstand tussen Gouda en Rotterdam gelijk zou zijn aan de afstand van Gouda tot de maan. De jongen zou het 's avonds in zijn gebed aan god voorleggen, ondanks dat de docent probeerde uit te leggen dat het niet klopte wat mijn klasgenoot beweerde. Want, zei hij, god zou het toch heus wel beter weten. Ach, misschien is hij inmiddels een stevige satanist of een wappende wetenschapper. De lijn is evenredig dun.

Ik vond het trouwens allemaal wel best, zo grotendeels in m'n uppie. Ik was blijkbaar zo ongelooflijk vreemd dat ik met rust werd gelaten. Prima dus. Behalve de keer dat ik met een klasgenoot op het station van Nieuwerkerk vocht. Hij had me al de hele dag lopen stangen en dat ging onverstoord door in de trein naar huis. Ik reageerde daarop niet zoals hij wilde en hij werd steeds bozer, stem hoger tot ie oversloeg en een hoofd rood als een brandend braambos*. Toen we uitstapten probeerde hij mij te tackelen. Dat lukte, maar ik trok hem mee. Eerlijk zullen we alles delen. We vielen allebei op het betonnen perron. Hij werd nog woedender en begon te schreeuwen. Hoe durfde ik hem aan te raken, ik, de goddeloze? Hij begon te duwen en de meppen, maar ik ontweek hem. De stoptrein was inmiddels allang vertrokken en er kwam een doorgaande intercity aan. Hij zag het en probeerde mij van het perron richting rails te duwen. Dat vond ik een slecht idee, dus ik gaf hem met mijn vlakke hand een harde klap in zijn gezicht en trok hem met mijn andere hand aan zijn haren naar achteren: door zijn gemaai en getier verloor hij zowat zijn evenwicht en struikelde achterover richting de Ringvaart onder het station. Het gammele hekwerk hield hem op de been. Hij hijgde, keek mij fel aan en ik beet hem toe een flink eind op te rotten. Wat ie tot mijn verbazing deed. Met dank aan alles dat toeval is, zat ik alle jaren bij hem in de klas en werden we na een lange tijd gedoogpartners. Ofwel, ik negeerde hem en hij mij.

Dit verhaal borrelt schijnbaar als vanzelf omhoog omdat ik mij tijdens mijn dagelijkse wandeling weer eens gezellig ergerde aan al die achteloos weggegooide lege sigarettenpakjes op straat. Voor zover ik weet wordt al het rookspul tegenwoordig in neutrale verpakkingen verkocht, maar dit afval toont nog de meest nare afbeeldingen. Bedoeld om roken te ontmoedigen. Eerlijk gezegd is het vrij logisch dat het hele idee van enge plaatjes averechts werkt. Als je rookt, dan rook je. Maakt niet uit of het slecht is voor je en wat de gevolgen zijn. Of dat het je omgeving schaadt. Het maakt allemaal niets uit. Het is een ongekend wrede verslaving en daarmee simpelweg een van de meest succesvolle marketingcampagnes ooit. Begin je, dan is stoppen een hels karwei.

Wat ik bizar vind, is dat die plaatjes mij misselijk maken en juist wel de stuipen op het lijf jagen. Dus misschien hebben die foto's van geperforeerde longen en rottende tanden toch enig effect: als ik al twijfelde dan weerhouden zij mij ervan te beginnen. Neemt niet weg dat die pakjes zwerfvuil nog altijd een hoop zooi en ellende veroorzaken. Het is stikstof van een heel andere orde. Dank u, tabaksindustrie. Opdat ggggrrrristus u hoogstpersoonlijk negen maal negentig maal (en nog veel erger)* zal kruisigen.

#waanvandedag

*vrij naar Van Kooten en De Bie