ego echo

Mooi toch hoe mijn kapper zo haar vaste klanten zelfs van ver buiten de Amsterdamse stad haalt? Je verwacht het niet, maar als immigrant uit Rotterdam doet het mij goed dat ook het dochterkindje zo haar tegendraadse keuzes durft te maken en dus uit Rotjeknor komt voor een “niet te veel eraf en een klein beetje in laagjes, kan dat?”. Natuurlijk kan dat. Wisten we al uit ervaring, maar een keertje checken on the double kan geen kwaad, zeg nou zelf.

En zo kwam het dus dat ik gisteren in plaats van solo uit Roffa ineens met haar samen naar het Mokkumse terugreisde. De afspraak was namelijk al vroeg en ook die mentale tik kon de puber in kwestie niet weerhouden van een knipperderknip en de hele vakantie weer hip-beurt. Dan is die hele Spartaanse opvoeding toch nog ergens goed voor geweest.

Aldus zaten we vanochtend met kleine oogjes bij mijn lieve kapper Houda. De dame op leeftijd die naast mijn dochter zat, dutte af en toe in – tot snurkens toe. Blijkbaar doorstond zij op die manier de nodige kopzorgen. Ik geef het je ook te doen om de hele Google Maps van planeet Peroxide in satellietweergave op haar oude hoofd met verve te doorstaan. Via de spiegel keken mijn dochter, Houda en ik elkaar om de beurt even glimlachend aan toen het snurkvolume nog een treetje omhoog ging. Ze schrok er uiteindelijk zelf van op. Ze wenste ons opmerkelijk monter gapend een fijne dag toen we tevreden weer naar huis gingen.

Thuis lummelden we nog wat na. We aten fruit en brood en vertrokken ruim op tijd richting Oostpoort voor de hoognodige winkelprikkels die je van een 15-jarige kunt verwachten. Na een koffiepauze was onze laatste gezamenlijke stop station Muiderpoort. Met de trein weer terug naar Rotterdam. Dat doet ze al jaren op verzoek (en ik de goden verzoekend) alleen, waardoor ik een kleine tien minuten later mezelf door de supermarkt jeremieerde, in het algemeen de mensheid vervloekend en Donald T. te VS in het bijzonder. De lul met vingers die weer eens in het nieuws was met zijn achterlijke kop en door het zaaien van haat en verdeeldheid allesbehalve de States aan het Uniten is. Met alle aardse gevolgen van dien. Idioot.

Ach, ik bespaar u verder een zoveelste tirade. Zoals u weet, is mijn staat van zijn doorgaans allesbehalve verrassend te noemen.

#waanvandedag #kind #dochter #kapper #knippen

Ik was op doorreis en had wat voer bij de AH to Go gekocht. Na een middagje bieb en een half uurtje fietsen van het noorden van Amsterdam naar het oostelijke Amstel knorde den inwendighe mensch en om te voorkomen dat ik stuiptrekkend in Rotjeknor aan zou komen, was wat vulling wel handig.

In de krappe minuut van AH naar het perron had ik mijn eetvolgorde nauwkeurig bepaald. Eerst komkommer, dan kaas uit het knuistje en dan de broodjes zoals alleen Gesus van Nazareth dat kon: brekend. Om dit lopend buffet af te ronden zou ik mijn flesje soort-van-verse-sap naar binnen gieten en de rest van de reis hier en daar wat opboeren; ik eet nu eenmaal te snel en een oude vos leert ook in ruil voor wat haarballen zijn streken niet af.

Net voordat ik mijn zakje met komkommer behoedzaam open wilde scheuren, kwam er een jongen naar mij toe. Hij wilde me zo'n stenciltje geven met daarop zijn situatie. Meestal komt het neer op een gehandicapte broer, een gestorven moeder, een verwaarloosd zusje en geen geld. Ik ben nog altijd geneigd het tranentrekkende proza dat mij wordt voorgewapperd te geloven, maar ik kan nu eenmaal niet de hele wereld van klinkende muntjes voorzien. In dit geval was ook bij mij de koek op. Figuurlijk dan, want de oplettende lezer weet dat ik dat nu juist niet had gekocht.

Ik schudde van nee, haalde verontschuldigend mijn schouders op en zei dat ik 'm alleen dit zakje komkommer kon aanbieden. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat ik hem er blij mee zou maken, maar na een dankbare buiging met zijn handen naar mij gevouwen (ik ben dus toch een heilige, ik wist het wel!) pakte hij de gesneden groene rakkertjes aan. Hij liep weg en ik kon het niet helpen dat ik toch heel even teleurgesteld was. Ik had mij op mijn zakje komkommer verheugd en nu had ik dus geen groente meer. Plus dat mijn hele dwangneurotische kauwvolgorde nu niet meer klopte. Paniek is mijn tweede naam en die brak in matigheid uit. Tel daar bij op dat ik tot overmaat van zelfkennis tot de schokkende conclusie kwam dat ik dus toch geen heilige ben.

Op zoek naar troost keek ik om mij heen om te zien waar de jongen nu naartoe was gegaan. Ook een beetje, ontheiligd en wel, om te controleren dat mijn zakje eenpersoonsgroente toch heus werd gewaardeerd. Ja dus. Ik zag hem aan de andere kant van het perron op een bankje voor zichzelf alleen. En hij at de komkommerreepjes met smaak. Mijn hart brak alsnog.

#komkommertijd #station #treinleven

de verschroeiende lucht bijt als gif en mijn adem stokt geslagen als een hond dol en buiten zinnen die met de staart tussen de benen strompelend struikelend om genezing loeit

schrokt uitgehongerd restjes eeuwige dankbaarheid stikt nederig in zijn trots het lege woord echoot kaatst langs betonnen muren ijzeren platen rottend roestend verbrokkelt tot gruis ruist met de tocht haar weg door kieren en gaten

half dood half levend in een zwartgallig grijs gebied hier is alles wat mij weerspiegelt hier is alles wat ik zou moeten of minstens zou kunnen zijn

zes voet onder de grond zeven mijl boven mijn laarzen het midden wankelt en keert om nee u heeft mij nooit gezien mij hier niet en never nooit gezien

#gedicht #poëzie

Er is er een jarig, hoera! Jemig, 15 jaar alweer en hemeltergendje lief, wat lijkt het alsof het gisteren was. Je deed er gezellig lang over om je moeder te verlossen van haar ach en wee. En ik maar meepuffen. Als gevolg daarvan hyperventilerend en half in paniek naast haar in een suffe poging te helpen om jou met liefde te lanceren; gelukkig gewoon thuis in jouw kamer. Bibberend stond ik naast het bed, halsoverkop verhoogd op lege kratten, want het leek jou wel een aardig idee om wat vroeger dan gepland tevoorschijn te toveren.

Uiteindelijk was het inderdaad nogal magisch om jou vast te houden met al die malle kleren aan. Het leek mij volledig misplaatst. Zo was je kwetsbaar en zat je onder het bloed en smurrie en zo was je ineens gewassen en aangekleed. Dit is wat wij doen met hulpeloze wezentjes. Welkom in deze belachelijk idiote wereld, lieve kleine grote meid. Ik dacht het toen en denk dat nog steeds. Ik hou van je.

#verjaardag #geboortedag #dochter #jarig

Kijk, dat is dus het rare ding met gedachten. Het zijn er zoveel, probeer er dan maar eens eentje te pakken te krijgen waarop je even kan herkauwen. Vaak genoeg lukt dat wel, al kan ik mij ook verwonderen over waarom nou juist net die ene gedachte eruit springt en niet die talloze andere waar ik ook heus wel mee aan de haal had kunnen gaan. Het is, net als het hele bestaan van alles en alles en alles (en nog wat), puur toeval.

Heel soms stel ik mij voor dat mijn brein een stervende ster is; tenslotte is geen enkele grootheidswaan mij vreemd. Mijn grijze massa als een zwart gat dat alles naar zich toe zuigt en opslokt. Net zolang tot de boel implodeert. Dat klinkt een beetje gruwelijk en dat is het misschien ook, maar joh, ik vermoed donkerbruinig dat ik daar niet heel veel van meekrijg, dus da's een meevallertje.

Toch vraag ik mij dan ook af dat wanneer iets, wat dan ook, implodeert, waar het dan terecht komt. Zoals met een zwart gat. Waarin verdwijnt een zwart gat? Verdwijnt het überhaupt of keert het als het ware zichzelf binnenstebuiten en begint dat hele geslurp en geveelvraat weer opnieuw? Is alles dan toch gewoon een cyclus dat aan de ene kant zo voorspelbaar is als de rekening van de psychiater die iedere maand op de mat ploft en aan de andere kant zo toevallig is als toeval maar kan zijn?

Nou ja, dit soort dingen dus. Van die vragen waar ik dan op een dinsdagnamiddag mijn uitstelgedrag van het huishoudelijk geneuzel mee beloon. Tijdelijk, want ik zal eraan moeten geloven. Toeval of niet, de cyclus van afwassen, stofzuigen en de was maar weer eens afhalen. De boodschappen zijn al in huis en het betaalde werk is vanochtend al gedaan. Op naar het volgende rondje om de as weemoedig dobberend in de chaos van wat wij leven noemen.

#waanvandedag #singulariteit #zwartgat #chaos

Het blijft toch lachen met de mensjes. Zwitserse wetenschappers stuurden na een pittige studie het bericht de wereld in dat het een goed idee is om een biljoen bomen te planten. Het is de kern van een nieuwsbericht van een dag of wat terug. Ik was met stomheid geslagen en nu blijft dit strakke plan maar door mijn hoofd spoken. Bomen planten. Dat bedenk je toch niet? Dus wij met ons gezonde verstand met z'n allen héhohého de bossen met voetbalvelden tegelijk kappen. En wat blijkt? Je moet juist bomen planten! Ja, da's lekker dan. Hebben we zowat de hele planeet waarop we te gast zijn leuk en ook heel effectief groenzinnig ontmanteld met als bonus een lekker temperatuurtje en op z'n tijd een megagolfslagbad, levende barbecues en ander volksvermaak, kunnen we weer helemaal opnieuw beginnen met die bomen. Wat heb je nou helemaal aan die dingen? Ze zijn alleen maar goed voor eikenprocessierupsen en ander nutteloos gekriebel. Pfff....

Ik denk eerlijk gezegd dat het een hoax is. Gewoon om ons allemaal gek te maken terwijl we juist zo goed bezig zijn. Vooruitgang anno nu was nog nooit zo mooi. To name but a few perks: nooit meer file (want altijd file is geen file maar een staat van zijn), altijd een handig rookgordijn dus nooit meer gedoe met zelf lamellen of gordijnen ophangen, gratis mondkapjes (daar hebben we nota bene generaties voor gestreden!) en zoals al gezegd: het hele jaar door nagenoeg zomer ergo barbecueën tot je geen kip meer kan zeggen!

Gelukkig zijn onze meiden, zoals het hoort, gewoon tweede geworden. Tenminste nog iets wat hetzelfde blijft in deze rare wereld. Of zouden wetenschappers straks met het plan komen om de VAR af te schaffen? Creepy gewoon!

#waanvandedag #bomen #ontbossing

Een dagje met onze lieve vriendin uit Groningen. Dat is al een feest op zich. Zo vaak zien we elkaar ook weer niet, iets met fysieke afstand, maar als we elkaar dan na een maandje of twee weer zien, dan is het fijn. Urenlang bijpraten, slome lunch, veel lachen, soms huilen, drankje heet en koud.

Na het afscheid is het zuchten en weer vooruitkijken. Dochterlief komt een nachtje over uit Rotterdam. Ook fijn. Het wordt zowaar een relatief telefoonarme avond met een praatje hier en een goed gesprek daar. Dat is niet zo heel vanzelfsprekend met het opgroeiend en aan het schermpje vastgeroeste gespuis. Dikke bonus dus. En nu ligt ze half uitgeteld op de bank die wij in een handomdraai hebben omgetoverd tot bed. Alsof het gisteren was.

#dochter #vriendschap

Terwijl de overkam van de Amerikaanse trompetlul leuk een feestje viert op de maat van razende tanks, ratelende kanonnen en ranzig vuurwerk, ontvangt Duncan L. te H. een erepenning voor het vervuilen van ons gehoor met zijn loeitergende niemandsdalletjesliedje. Met alle gevolgen van dien, want nu moet er een plek worden gevonden om al die prut die men muziek noemt te vuilstorten en het liefst een beetje klimaatnasaal.

Misschien is het een idee om dat ergens in de de buurt van het almaar uitdijende zich volvretende monster Schiphol te doen. Daar weten ze precies hoe je in no-time alles naar de kloten helpt. En het scheelt logistiek gezien een hoop gedoe. Nog een plus: na al die entertainmentsmurrie flikker je er gewoon een kwak cement overheen en je bent klaar. Landen en stijgen met dank aan de zielloze lichaampjes van een volk zonder smaak. Win-win, ik zeg je.

Het groene knollenland heeft een kabinet waar de honden geen brood van lusten en waarbij het ultragroen der coalitie ongetwijfeld onderdeel is van het gifgeel van stroperige ergernis, verandert sneller dan je Arcade kan zeggen in een woestenij vol asfalt, beton, bevingen, scheuren en gaten, sinkholes en etterende bajesklanten met een neus voor verderf. En dat alles gelardeerd met een prachtig riekend kloddertje ammoniak op een bedje van zuur en galspuwend gesnater.

Mocht u na het lezen van deze vrolijke nood behoefte hebben aan een harmonieuze ingesprekstoon, belt u gerust 112, dan wordt u zo spoedig mogelijk doorverbonden met 113.

Ach, was het maar zondag en konden we maar juichen. Leve de tijdelijke nevel van het nulverstand.

#waanvandedag #112 #113 #mens #onafhankelijkheid #rant

In een eenkamerappartement moet je creatief zijn met de ruimte. Daarom hangt onze was altijd in de keuken. Op het grote staande rek, het eventuele extra rekje – voor mij dan, want zij gebruikt het hoe dan ook – en dan hebben we nog zo'n zelfde soort rekje boven de deur naar het balkon hangen. Daar ben ik nog altijd trots op, want het hangt er nu al ruim vijf jaar. Destijds met mijn twee linkerklauwtjes gemonteerd middels een ingenieus systeem dat alleen mijn geniale brein kan bedenken, dus ja, wat wil je? Het enige minpuntje is dat we onze afvalbak op het balkon hebben, dus minimaal twee, soms drie dagen per week moet je eerst door een jungle van wasgoed heen om iets weg te gooien. Soms vervloeken we het grondig. Ook dat.

Gisterenochtend hing ik, zoals dat dan gaat na een brave wasmachinebeurt, mijn was op. Ja, mijn was. Ik ben nogal een neuroot zoals u weet, dus wij wassen ieder onze eigen was en hangen het ook ieder voor zich op. Want vooral dat ophangen moet in mijn geval nogal specifiek. Het doet mij wel deugd dat de vrouw des huizes door de jaren heen wat van mijn wasophangwijsheid heeft opgepikt. Daar helpt ze zichzelf ook mee, want dan ben ik sneller geneigd om haar was af te halen en op te vouwen. Andersom hoeft dat niet, dan raak ik alleen maar in paniek, dus prima zo.

Aan dat rekje boven de deur hang ik meestal mijn overhemden of shirts. Of maximaal twee broeken. Dan hangt het nog precies ruim genoeg om enigszins snel te kunnen drogen. Deze keer hingen mijn overhemden en shirts er. Allemaal netjes aan een hangertje met oog voor een gepaste afstand tussen de klerezooi.

's Avonds, toen ik thuiskwam uit Rotterdam, zei vrouwlief dat ze eerder op de avond iets weggooide in de afvalbak op ons balkon en daardoor met haar hoofd, meer dan anders, door mijn wasgoed ging. De geur van mijn kleding deed haar hart iets sneller kloppen en beseffen hoeveel ze van mij houdt. En dat zoemt nu alweer ruim een dag door mijn gekke koppie.

#liefde #huishouden #wassen

Gisterenavond mocht ik weer eens het mannetje van de radio spelen. Altijd leuk. Gemiddeld twee keer per jaar zoek ik mijn oude plekkie achter de microfoon op en dan voelt het alsof het vorige keer was. Wat ook klopt natuurlijk. Maar u snapt, het voelt als de dag van gisteren. Eh, letterlijk op dit moment. Goed, lekker bezig zo. Hoe dan ook, het was leuk, zoals altijd.

Wat bijdraagt aan de vertrouwdheid is de man aan de andere kant van het glas, de heer achter de mengtafel, de dude van de techniek, en ja, ook nog eens m'n pa. Hij schuift, draait, klikt en tikt. En dat al jaren en jaren lang. Eerst op maandagochtend een drie uur durend good old verzoekplatenprogramma met zijn vrouw achter de microfoon (toeval of niet: ook mijn moeder, huh??) en dan dus in de avond nog maar eens twee uur een programma waar de honden soms geen brood van lusten en altijd vol fijne muziek. Inmiddels draait zijn en hun maandag zoals gezegd al jaren haar rondjes in het radio-universum.

Waar ik wel van schrok is de droevige staat waarin de studio van de lokale omroep aldaar verkeert. Zowel binnen als buiten. De entree voelt als een heus avontuur. Gezellig met een hink-stap-sprong over de verzakte trap naar de voordeur, terwijl het tierig welige kruid voor de nodige extra uitdaging en aankleding zorgt. Sfeerverhogend in zekere zin.

Eenmaal binnen komt u een niet nader te definiëren geur tegemoet. Een combinatie van overleden vliegdiertjes in het toilet en een overvolle prullenbak onder het raam naast het keukenblok. Het is blijkbaar een prima idee om zoveel mogelijk bederfelijke etensresten in een kleine warme ruimte te laten gisten. Mocht u het ontstaan van nieuw leven van dichtbij willen aanschouwen, wees welkom. De kans is groot dat het er nog wel een weekje of wat staat te rieken; iemand anders ruimt het ooit wel eens op.

De apparatuur is voor de meest ervaren technicus een typisch geval van op hoop van zegen. Ook als je verder zo atheïstisch bent als een deur is het toch aan te raden om een paar weesgegroetjes te doen voordat je aan de uitzending begint. Niet gegroet is tenslotte altijd mis. Het kan namelijk voorkomen dat de computer dienst weigert, de cd-speler ineens allergisch is voor zilveren schijfjes en de USB-poort een belachelijk streng deurbeleid voert. De platenspelers zijn tot nu toe het meest betrouwbaar gebleken, al is het moment van vergane glorie ook een kwestie van tijd. Als presentator aan de andere kant van het glas is het eeuwig brandende on-air lampje paniekverhogend: ben ik nu wel of niet in de uitzending? En is het heel erg als de vloerbedekking zich bescheurt? Om de studio her en der te voorzien van de broodnodige ventilatie zijn er wat spontane gaten in de gipswandjes gestoten – dat lucht op en door, zo zal het idee zijn geweest.

Al met al ademt het gebouwtje de geur van dood en verderf. En dat is knap, want ondanks dat het altijd al een lelijk eendje was, had het nog wel enige allure en vooral: een ziel. Het is ronduit jammer om vast te moeten stellen dat de Dementors die er de afgelopen twee jaar rondhingen onder het mom van 'vanaf nu gaan we het allemaal anders doen' alle kans hebben gekregen om de vrijwillige gelukzaligheid uit het gebouw te zuigen. Het is inderdaad allemaal anders in de meest trieste zin van het woord. Vooral voor de mensen die niets liever willen dan hun luisteraars ontspannen vermaken, van nieuws voorzien of naar hogere sferen brengen; mensen die vaak al jaren met heel veel plezier en vrijwillig hun programma's maken en zich verbonden voelen met hun luisteraars.

Ik hoop in ieder geval van harte dat ik nog een keer of wat de trein vanuit Amsterdam kan nemen om te komen gastpresenteren. En dan graag in een eenvoudige, lieve en betrouwbare studio waar ik zelfs met mijn stramme lijfje de voordeur kan vinden.

#lokaleomroep #radio #omroepzuidplas

Enter your email to subscribe to updates.