ego echo

Tussen de ene kale boom en de andere die zijn blad weigert op te geven schijnt de zon het huis in. Ik zit aan ons nu ineens veel te klein lijkende eettafel met mijn gezicht naar het zonlicht en laat me verwarmen. Vijf minuten die best nog langer mogen duren, maar de onrust slaat precies zoals verwacht toe. Niet heel erg, things to do, places to go, weet je.

Sinds lange tijd een vrije zaterdag. Niet dat ik iets te klagen heb, want ze waren ofwel gevuld met werk wat ik leuk vind, of met optredens – en ook daar word ik altijd wel prettig gestoord van. De partner in crime is zojuist de deur uit gegaan om een rondje te lopen met vriendin L. Daarna zullen ze vast nog deze kant opwaaien. Grote kans dat ik tegen die tijd zelf de hort op ben met vriendin K. Ook dat is namelijk te lang geleden. Als ik haar oppik bij de u welbekende boekhandel, haar inmiddels secundaire baan, zal ik gelijk wat dozen droppen. Ze hebben uitstekend dienst gedaan tijdens de verhuizing. Topdozen zijn het, maar eenmaal gedaan waar we ze voor nodig hadden staan ze nu in de weg. Opruimen dus, retour afzender met grote dank en groeten van de Here Jezus en zijn kruistochtige vrienden.

Ondertussen is de letter t mij enorm aan het irriteren. Ongeveer anderhalf jaar geleden was het de letter r die een eigen leven ging leiden op mijn scherm. Blijkbaar zit er iets niet lekker op of onder het toetsenbord, maar wat? Openmaken gaat helaas niet, daarvoor is het spul te kwetsbaar. Hopelijk is het weer iets tijdelijks. Zo niet, dan moet ik toch eens de daad bij het woord voegen en op zoek naar een laptop met iets meer lebensraum. Een groter scherm, een ruimer opgezet toetsenbord en het liefst modulair. Na bijna tien jaar klein (en verdraaid handig) spul, mag er ook op dit gebied iets groter worden geleefd. Nu kan het nog.

En zo emmer ik de dag door. Tenminste, op een nieuwsbericht na dat mij sinds een dag of twee (en jaren hiervoor ook) bezighoudt. Maar in plaats van hier een enorme boze monoloog over te houden, laat ik Jo Jo Joseph aan het woord. Een filmpje van drie jaar geleden, maar nog zo actueel als de vogelgriep (ja, ik denk: trek die lijn maar gewoon door hoor. Edelherten, kuikens, kippen, wolven, het komt allemaal op hetzelfde neer. Schiet ze af, vergas ze en gooi ze levend in de hakselaar opdat de mensch zal verzuipen in zijn eigen wanstaltigheid).

Kom er maar in Joseph!

#waanvandedag

Met enige vertraging, maar daarom niet minder opgetogen, deel ik met liefde ook hier onze laatste video uit de 44 Next Door-reeks. Je hebt 'm misschien al via onze 'socials' voorbij zien komen en zo niet: Falling. Een bijzonder nummer. Begint als aardig deuntje, maar dan zo halverwege gebeurt er van alles wat je waarschijnlijk niet verwacht. Een geslaagd experiment, als ik zo vrij mag zijn.

Goed, dan heb je die alvast in de tas. Rest mij verder nog te melden dat we afgelopen zaterdag een bijzonder prettig optreden hadden, inclusief alles eromheen, in Leiden. 'Resistor' was, in goed Nederlands, the place to be. Fijne plek, fijne mensen. Ook daarvan is her en der wat beeldmateriaal te vinden en misschien volgt er binnenkort zelfs nog een video. Dan weet ik u te vinden.

En nu weer door met al het dagelijks gepruttel en dergelijke perikelen. Een verhuizing komt bijvoorbeeld nooit alleen, die sleurt nog een hele reeks aan oh ja, dit nog en ja natuurlijk ook dat, en wacht nee, jawel, hier moet ook nog iets... ach, jeetje, moeten we daar nou ook nog wat mee joh? met zich mee. Lekker bezig, kortom.

Adieu en tot spoedig.

#waanvandedag #muziek

Gisteren aan het eind van de middag zijn we weer neergestreken in Wageningen. Voor de vierde keer in een goed jaar tijd. Het herfstseizoen kan nu ook op het lijstje.

Ook nu is het weer fijn. U kent de riedel inmiddels, maar het verveelt mij niet om het nog een keer te roepen: eekhoorns, veel vogels, paarden in de aangrenzende wei, veel groen. En ja, ook omgekeerde vlaggen, maar zo'n exemplaar zie je al zodra we in Amsterdam ons eigen portiek uitkomen. Een buur in de straat heeft er eentje op zijn (v/m) balkon. Ik vraag mij vaak af waar al die vlaggen ineens vandaan komen. Ze moeten toch precies andersom worden geproduceerd, dat zal een flinke ingreep zijn geweest in de machinerie. Tel daarbij op hoeveel geld eraan is uitgegeven om die stukken doek op te hangen. Menig rotonde hangt er vol mee en soms weilanden (zonder dieren) lang om de zoveel meter. Dat geld zou je beter aan iets anders kunnen besteden, lijkt mij. Maar ja joh, ik ben een te simpele ziel om mij daar mee te bemoeien. Naar de kloten gaan we toch, zoveel is wel duidelijk. Is het erg? Welnee. Ook dit thema is u hier bekend. Zal ik verder nu niet over uitweiden. Vermoedelijk, ik weet natuurlijk niet wat er verder nog uit mijn vingers rolt. Ik heb daar geen zeggenschap over.

Het theewater is gekookt. Roodborstjes, boomklevers, mussen, koolmezen, eksters en merels komen en gaan. Verdwaasde wespen en opgefokte watervlugge spinnen doen hun ding. Na de thee gaan we het bos in. Op naar Nol. Daar kom je niet meer bij van de oubolligheid en precies daarom willen we daarheen wandelen. Koffie drinken. En dan weer terug. Spelletje doen, boek lezen, mijmeren, praten over de angsten des levens. Leven is nu eenmaal angstaanjagend, maar hier zitten we best goed voor een paar dagen. Daarna weer door met het verder uitpakken en op hun plek zetten van spullen in onze nieuwe omgeving. Tussen het werk en de kunsten door. Het duurt even, maar dan heb je ook wat.

Deze keer geen MANKES als afsluiter. Komt binnenkort wel weer. Het wordt de laatste uit een reeks van zes (terwijl buiten op amper een meter afstand een ekster ondersteboven aan een netje pinda's hangt, bungelt, pikt en wegvliegt). Nu tijd voor Lost. The Cure. Zit sinds gisterenavond lekker aan mijn hoofd te zaniken.

Het laatste schrijven stamt nog uit de tijd van het oude huis. Niet dat het nieuwe huis nou zo nieuw is, want net zo oud, zelfde bouwjaar, maar u snapt het. Inmiddels vliegt de secondewijzer door en wonen we hier op de kop af twee weken. Ja mensen, zo rap gaat dat. Had je mij anderhalve maand terug gezegd dat dit de situatie zou zijn, dan had ik je ongelovig toegelachen. Gekkie. Maar nu, talloze karretjes vol dozen en ander opbindspul later, inclusief drie ritjes in het gehuurde verhuisbusje en een fijne verhuisploeg, zitten we hier. Met sinds vandaag dan eindelijk de gordijnen waar we ze voor hadden bedacht (dank je wel Frans!). Moet niet gekker worden. Wat makkelijk kan, want er is nog veel te doen. Nasleep noemen ze dat. Aan de andere kant kan het zomaar zijn dat we over een week of twee drie ineens beseffen dat alles toch echt is gedaan en op z'n plek staat, hangt of ligt.

Over busjes gesproken. Dat ding was dus exact hetzelfde vehikel waar we vijf jaar terug onze eerste Scandinavische tour mee deden. Ik herkende het kenteken. Spontaan kreeg ik zin in een nieuw avontuur. Spullen in die rakker en van optreden naar optreden trekken. Nou ja, het komt er vast wel weer eens van. Nu eerst de dingen maar eens op een rijtje krijgen en nieuwe routines inslijten. Want dat is ook een dingetje hoor. Zo georganiseerd als ik over het algemeen ben, zo warrig ben ik nu. Zelfs woorden gooi ik met gemak door elkaar of ik weet ze gewoon even niet meer. Sleutels kwijt, fiets niet op slot, verkeerde afslag naar huis vanaf het station. Ik ben gewoon kapotmoe en waggel rond als een kip zonder banaan. Ziet u wel. Geef het nog even tijd, jochie, het komt vanzelf allemaal wel weer. Rust een beetje uit, dat helpt. Ach ja. Over een week of twee zitten we een lang weekend op onze billetjes in het huisje in Wageningen. Dat hadden we al geboekt voordat we wisten dat we van huis zouden wisselen en stiekem komt het nu als geroepen. Verplicht een paar dagen niets doen. Lezen, wandelen, voor ons uit staren, een spelletje doen. Praten over wat er was, wat er is en wat vermoedelijk komen gaat.

Tussen alle perikelen door deden we nog twee heel uiteenlopende optredens. Afgelopen zondag maakten we deel uit van wat je gerust een vrolijke chaos aan bands kon noemen. In Q-Factory, de plek waar we normaal onze repetities hebben, vond het Q and A Showcase Festival plaats. Ofwel: 99 bands speelden volgens een strak blokkenschema met de oefenruimtedeur open. Dat gaf een hoop kabaal. En toch hebben we meegezwommen, vol overtuiging gedaan wat we doen. Een bijzondere ervaring. Van een heel andere orde was het optreden eergisteren in Enschede. Het Cultureel Vulpunt Tankstation deden we voor de derde keer aan en het was gewoon heel fijn daar weer te mogen spelen. Vol erin, zoals we dat nu eenmaal doen. Gelooft u mij: je had er eigenlijk wel bij willen zijn. Intens, emotioneel, theatraal, noisy. Mooie respons ook. En wat te denken van iemand die na het optreden zonder al te veel woorden een tekening aanbiedt die tijdens het optreden is gemaakt. Da's gewoon tof.

Goed. Wat er ook was, was ons voornemen elke week een nummer van de 44 Next Door-sessie te plaatsen. Nou, daar kwam, niet geheel verwonderlijk, toch even iets tussen. Gisterenavond hebben we de draad weer opgepakt en ik deel ons meest recente pareltje uit die sessie met liefde ook hier. Kill the Birds, de titeltrack van ons album uit 2015. Een beste live-versie, als ik zo vrij mag zijn. Enjoy.

#waanvandedag #muziek

Mooi, toch nog een minimaal moment gevonden om hier weer wat de put in te gooien. Of, als dit de put is, dan precies andersom: iets uit de put omhoog halen. Wat maakt het uit, in de put, uit de put – het blijft een put. Het gevaar dat nu loert is dat er een afslag wordt genomen met allemaal varianten op het woordje put. Ze zullen voor de hand liggend en vergezocht zijn, beeldspraak, letterlijk of wat dan ook. Beter van niet. Tenminste, niet nu.

Ik wil, net als de paar weken hiervoor, vooral ruimte en aandacht voor het volgende nummer in de reeks 'MANKES live at 44 Next Door'. Dan kan ik daarna weer door met het verplaatsen van dozen, meubels, rollen tapijt en blikken verf. Heus, er komt schot in hoor. Aanstaande zaterdag verhuizen we de spullen die echt meer dan één paar handen nodig hebben om te verplaatsen. Daarna hebben we nog een paar dagen om het huis dat nu ineens nostalgie echoot op te leveren. Ik zal blij zijn als het oktober is. Niet dat we dan op ons lieve gat kunnen gaan zitten. Gelooft u mij, er is nog heel veel vanuit de berging naar drie hoog te sjouwen. Spullen mensen, spullen. Wat moeten we ermee. En dat niet alleen, ons nieuwe mandje moet nog gordijnen, iets aan de muren, een haakje hier en een boortje daar. U kent het wel. Ach, het is ook luxe. Een dak boven ons hoofd met water uit de kraan en elektriciteit door de bedrading. Geld voor dagelijkse boodschappen, een bescheiden inkomen. Mij hoor je wat dat betreft niet klagen.

Oktober wordt ook weer een maand met optredens. Gelijk al op 2 oktober hier in Amsterdam. Staat nog niet op onze website omdat er nog wat info moet volgen (dus hou het in de gaten). Edoch, spelen zullen we.

Da's waar ook. De reden dat ik hier een praatje kwam maken: 'Until it Bleeds'.

'Until It Bleeds' – MANKES live at 44NextDoor – 2022 from MANKES on Vimeo.

#waanvandedag

Met vingerverf, nee, verfvingertjes en witkalkrimpels op mijn gepoederde neus zit ik in een langzaam maar zeker kalend huis. De transitie van het ene Indische eiland naar het andere Indische eiland – waar we in Nederland dan vooral stenen, beton en asfalt op gooien – is in volle gang.

Sinds een dag staat er weer een fijne live video van MANKES online. Rise heet het nummer. En rijzen zullen we. Uit de as en wolken stof; vruchtbare grond.

Wat ik maar zeggen wil: ga kijken, ga luisteren.

#waanvandedag

Dozen, verf, kassabonnen en een app om toch maar zoveel mogelijk korting bij de doe-het-zelfzaak bij elkaar te schrapen. Verhuizen. Nieuwe buren – tot nu toe allemaal heel aardig – nieuwe geluiden, nieuwe omgeving. En dat net een straat verderop. Toch is het anders, je zou bijna zeggen: een andere wereld. Maar dat gaat een beetje te ver. Een hele wereld. Hoe ver is dat wel niet. En toch hè.

Er is genoeg wat ik hier niet zal missen, in de oude omgeving waarin ik dit typ. En u weet ongetwijfeld dat ik over een poosje vast ook weer heel veel te zeuren heb over wat dan mijn habitat is. Zover is het nog niet. Eerst het afscheid van dagelijks de lucht van baggeroud frituurvet en sigarettenrook. Stationair draaiende auto's voor de deur, de muzak van de buren (een eindeloze trip, semi-new age gepruttel en hemeltergend irritant), het gestommel en geschuifel op onmogelijke tijden van de bovenbuurjongen (verder een aardige vent hoor), het gekef van het buurhondje en vooral de troosteloze overkant zonder ook maar enig groen en het armetierig reepje lucht met daarin alleen overvliegende stinkerds.

Nog een week of vier en dan is het adieu. Tot die tijd valt er nog heel, heel veel te doen. Of zoals ze dan zeggen: je even kwaad maken en het is achter de rug.

Over boosheid gesproken. The Angry Men. De tweede video van MANKES uit de reeks van 44 Next Door. Veel plezier ermee.

#waanvandedag

Elke dag schrijf ik epistels en stukken over van alles en nog heel wat meer. Rake opmerkingen, scherpe observeringen, niet te missen oneliners, hilarische teksten doorspekt met ernst, veel ernst en humor. Dat is wat ik echt doe. In mijn hoofd. Ik kom er nauwelijks aan toe om al die flarden te ordenen, laat staan ze te transponeren naar dit medium. Niet dat het erg is. U leeft ook gewoon uw leven en dat is niet veel beter of slechter af zonder mijn gepruttel in de marge. Geldt ook voor mij en mijn kleine leven. Deze letters, deze woorden en zinnen, ze bestaan bij de gratie van tikkende vingers. En als ik ze niet typ dan doet iemand anders dat wel, zeer waarschijnlijk nog beter, gevatter, creatiever. Oké, strikt genomen zijn dat dan andermens woorden, niet die van mij. Die van mij staan hier en die zijn goed zoals ze zijn. Het woord 'beter' in deze context riekt naar kapitalisme en u weet als geen ander dat ik daar nogal een bloedhekel aan heb.

Eigenlijk zijn alle woorden in onze taal leenwoorden. Ze bestaan al en we lenen ze van elkaar (maar wie is uiteindelijk de eigenaar? Wie bezit de woorden?). Heel soms maak ik er een nieuwe samenstelling van (zoals hier net boven: andermens). En die nieuwe woorden voeg ik toe aan al de woorden die ik heb geleend. Geen enkel woord is echt origineel, slechts een combinatie van letters die we blijkbaar eindeloos kunnen husselen. Best geinig.

Leenwoorden. Het zijn rare dingen. Alsof we ze ooit terug zullen geven. Hallo Engels, hoi Duits, dag Frans, gegroet Latijns – ik weet dat het een beetje lang heeft geduurd, maar hier zijn jullie woorden terug. Ja joh, die had ik geleend. Wist je niet eens meer? Kun je nagaan. Maar toch, ze zijn van jullie en omdat ik ga verhuizen leek het mij goed eerst even schoon schip, of beter: woonboot, te maken. Scheelt toch weer een doos of wat van twee hoog naar drie hoog slepen. Daarom. En geen zorgen, ook zonder woorden zal ik van mij laten horen.

Zo is het hier dus ook. Als ik niet schrijf, dan ben ik er gewoon nog steeds. Als ik je niet mail, fax, telegrafeer, of via een andere berichtendienst iets stuur, dan ben ik er nog steeds. Grote kans ook dat ik dan precies op dat moment aan je denk.

Nou ja. Leenwoorden. Bruikwoorden is toch een betere ladingdekker, vind ik.

Grappig ook weer. Van alles wat ik dacht te gaan schrijven was dit niet wat ik had verwacht trouwens. Dat heb ik al vaker geroepen. Dat het gewoon komt zoals het komt. Enorm zen ook.

Straks, nee: morgen als we de sleutel hebben van onze nieuwe (wat is nieuw: 1980 daaromtrent) woning, dan staan er bomen voor onze deur. Die staan er nu al, maar daar heb ik op dit moment nog niet zo heel veel aan, helaas. Nog even en ik kan er bijna eentje aanraken vanaf ons balkon. Ja, het is aan de straatkant en die straat met al zijn stinkmensen zal ik ongetwijfeld gaan vervloeken. Maar zolang die boom er staat kan ik mij verschuilen en de illusie van een groene omgeving koesteren. Dan ben ik een bladluis, een wants, een mier of een een vogel. Een specht, een merel of een mus. Een roodborstje misschien. Ik ben het blad en de stam, de takken en de nerven, de wortels die onder het asfalt door in contact staan met de andere bomen in de omgeving. Die op hun beurt weer in contact staan en zo verder de stad uit, de bossen in tot aan de boomgrens op de hoogste berg met uitzicht of gehuld in koude nevels. Dan kan ik de wolken aanraken en de zon mij laten verblinden. Met vlekken voor mijn ogen ga ik dan op zoek naar de koelte van de maan en ik zal gaan liggen en eindelijk alle sterrenstelsels ontdekken en beseffen, nog maar weer eens beseffen, dat alles niets is en niets alles. Eindelijk rust. De zee zal komen en het zand zal zich om mij heen vouwen, mij meenemen naar wat dan boven is of onder. Het maakt allemaal niet uit.

Niet heel toevallig dat ik het nu de hoogste tijd vind voor I'm A Tree. Eén van de nummers die we tijdens de live stream van 44 Next Door speelden. Er zullen de komende weken nog een paar nummers online worden gezet. Met grote dank aan de partner in crime die de boel opnieuw mixte en weer terug onder het beeld zette. Het is me er eentje.

'I'm A Tree' – MANKES live at 44NextDoor – 2022 from MANKES on Vimeo.

#waanvandedag

Er moet mij iets van het hart. Dit vingerhoedje bloed dat wegsijpelt met de vergeten regen, zo de goot in.

Op straat ligt een dode meeuw, de vleugels geknakt. Een dag later lag er een duif en weer een dag daarna lag er een soortgenoot achter alle geparkeerde fietsen onder het wegrottende stationsviaduct. De stank lost op in de stank van de stad die maar voort blijft denderen en nooit eens stopt. Zonder dood geen leven, zonder leven geen dood. De enige symbiose die er echt toe doet. Misschien.

Onder de foto van vriendin K stond de pride voorbij. Op de foto een regenboog aan ranzigheid, achtergelaten rotzooi op straat na een dag vol feest. Zo blijkt: het vuil kleeft aan elk gender, elke sekse, alle seksuele voorkeuren en alle nullen en enen. Alle mensen kortom. Ze deugen niet Rutger. Voor geen meter. Ik roep het om de zoveel tijd nog maar eens een keer. Opdat wij niet vergeten.

Wacht, ik gooi even de buurvrouw uit het raam, zo achter haar achteloos over het balkon gepiekte sigarettenpeuken aan. Elke avond is het prijs. Net voor het slapen gaan kringelt de rook hier naar binnen en verstikt mijn eerste slaap. Daarna komt de boeman en doe ik nauwelijks nog een oog dicht. Wie ik? Nee, mij hoor je niet klagen. Het liefst sla ik alles en iedereen de hersens in. Maar ja, beschaving weerhoudt mij van alles wat riekt naar ontwrichting van de samenleving.

Schaafwonden zijn het. Ze branden, ze jeuken, ze prikken, ze steken. Beschaving is het slappe aftreksel van de gerulde huid die ergens achterbleef op het asfalt. Het brandt in de zon, de planeet staat in de fik en de vakantiefiles waren nog nooit zo lang. De berm staat in lichterlaaie en de vlag met het hakenkruis werkt als een rode lap. Nu de vlag nog op z'n kop en het verwende volk raakt slaags omdat het niet weet te incasseren. Maak elkaar maar af, ik zal glimlachend toekijken en daarna mijn laatste zetje geven.

Er zal iets breken. Er zal iets breken. Er moet iets breken. Something must break.

#waanvandedag

Terwijl de partner in crime op dit moment de grachten onveilig maakt, heb ik mooi even de tijd om terug te kijken op de week die is geweest. In chrono-onlogische volgorde, vermoedelijk.

Zojuist terug van de dagelijkse boodschappenronde en daarvoor na bijna een jaar weer eens bijgepraat met een lieve vriendin. Omdat ik nog een beetje in geboortedagstemming was een mooie gelegenheid om nu eindelijk haar eens te trakteren op thee en koffie. Normaal krijg ik daar de kans niet voor. Ze heeft zo haar slinkse manieren om de rekening op te eisen voor ik de kans ertoe krijg. Nou, deze keer mooi niet, ha.

Over jaarringen gesproken – het is allang geen nieuws meer dat ik er gisteren weer eentje bij heb gekregen. Om dat te vieren deden we het rustig aan in en rond het huis – onze wijk in oost – met dochterlief in ons gezelschap. Een fijn dagje alles bij elkaar. En ik ben weer schandalig verwend ook. Een greep uit al het moois: cd's, boeken, make-up (met lede ogen zag de p.i.c. haar voorraad met elk optreden afnemen, dus die dacht: da's een leuk cadeautje, met eigen bijpassende tas) en een handbeschilderd t-shirt. De volgers van diverse sociale media hebben er al een blik op kunnen werpen, want ik had 'm gisteren natuurlijk aan. De onvermijdelijke foto's zwerven inmiddels her en der digitaal rond. Hoe dan ook, het is een oog met daaromheen een regel uit een van mijn teksten. Om het feest compleet te maken post ik zo hieronder het bijbehorende nummer. (Sparta pakte op de nationale feestdag zelfs een punt in Heerenveen, over presentjes gesproken. Toch leuk.)

Eerder deze week hebben we de vlag niet ondersteboven gehangen, maar wel halfstok. Meneertje Rutte zit nu al twaalf jaar op de troon en veel liever zou ik hem zien op de troon die we allemaal in huis hebben. Met een puzzelboekje en een flinke voorraad toiletpapier. In ieder geval genoeg reden om deze treurige toestand tot nationale dag van rouw uit te roepen. Ik wed dat hij zich ondertussen herinneringsloos suf schatert. Ik denk dan: wie het laatst lacht.

Door naar betere tijden. Zondag sloten we de maand juli in stijl af (al zeg ik het zelf) in Egmond aan den Hoef. De Museumhoeve aldaar was het passende decor voor twee flinke sets. We waren blij met de opkomst, ondanks het miezerige en zelfs buiige weer. Met verrassende bezoekers uit Amsterdam, Alkmaar, Nieuwerkerk en Utrecht. Onze waardering voor zoveel moeite is groot. Het was een fijne middag en als mensen dan ook nog eens opstaan om voor je te klappen, dan is dat toch wel heel erg leuk.

Goed. Over een week zitten we tot over onze oren in de traditionele Ardennenvakantieweek. Ik heb er zin in. Een week helemaal niets moeten. Tot die tijd een mooie mix van werk, muziek en alles wat verder ter tafel komt.

Zoals beloofd sluit ik af met het t-shirtnummer: One Eye Open – The Weak And The Strong.

#waanvandedag #mankes #theweakandthestrong #muziek

Enter your email to subscribe to updates.