ego echo

de vaart zit in de hemel ja zo gaat ie lekker zo gaat ie goed een paar straten hiervandaan ja daar bij het plein een man op een fiets in alle denkbare kleuren versierd met veren slingers en wel drie bellen hij roept hij schreeuwt hij gilt hij zingt

lieve hemel er zit vaart in zo gaat ie beter zo gaat ie best hier achter mij heel dichtbij knalt de meest vreselijke exhibitie uit de boxen welkom zijn wij allemaal kom binnen kom binnen zie en huiver hels kabaal

de man op de fiets is zo lekker gek zo helemaal zichzelf maar wat ik pas echt gek vind?

de voeten op de bank de telefoon op speaker-stand Youtube-filmpjes striemen mijn oren de afvalbakken puilen uit de banken zijn smerig de vloer plakt de mensen stinken omdat de zon zo lekker schijnt

de hemel vliegt uit de bocht de vaart zonder voorbehoud zonder pardon en opgelucht haalt het hypocriete westen adem en blaast een man met overtuiging nog maar eens een paar kaarsjes uit

#gedicht

hier verderop staat een eindeloze rij mensen met roze petjes op hun verweerde kop met versleten ovenwanten aan en op sokken met streepjescodes

ze wachten tot het ijs smelt en de zomerzon hun harten verwarmt

een hele winter lang probeerden ze hun kamerplanten in leven te houden ze gaven de tere zieltjes netjes twee keer per week water uit het groene gietertje de enige kleur die daarbij past

en toch gingen keer op keer de planten dood vensterbanken vol overleden blad en vliegjes op het raam alsof de herfst nooit echt voorbij zou gaan

het is een eindeloze rij mensen met badjassen aan en vingerhoedjes op hun gebroken neus

als je heel stil bent kun je ze horen mompelen sommigen kennen de woorden niet die fluiten zo zachtjes mogelijk een onbeduidend melodietje voor zich uit

alleen wanneer je engelengeduld hebt en heel goed kijkt dan zie je er een aantal ongedurig aan hun oorlellen friemelen aan hun zwembroek plukken: lentekriebels – die vervloekte jeuk is niet te harden!

hopelijk bieden zalvende woorden en gesmeerde boterhammen verlichting in deze donkere tijden voor het slapen gaan

#gedicht

er zijn dagen

dat ik jou als een ballon aan een touwtje vasthoud

en dat jij met een vage glimlach ergens met je hoofd in de wolken 

met mij mee zweeft

#gedicht

Er was een vogel op het perron. Nieuwsgierig en chill as can be. Hij at eens wat, keek eens wat en hipte dan weer door. Kwam vervolgens weer terug, pikte nog maar weer wat kruimels die van mijn boterham op de grond waren gevallen, keek mij nog een paar keer scheef aan en dacht er iets van. Denk ik.

Oh, en van stukjes brood die je expres op de grond liet vallen moest ie niks hebben. Waarschijnlijk te makkelijk. Vogels hebben ook hun principes.

#waanvandedag

Het is roeien zonder einde. Het is met vallen een neergaan. Toen escaleerde het uit de klauwen. In een mum en een zucht. Je moet het bos tussen de bomen zien. Ik schoot uit mijn slof vandaan. Er liggen meer kapers op de loer. Dat is ingewikkelde koek. Ik zei het om je uit de kast te lokken. Er zijn kapers voor de deur. Ze eten met de kost mee. Te gooi en te gras. Stapje bij beetje. Ik denk dat ze uit hetzelfde laatje tappen. Dat doet je de nek om. Het leed is al geschied. Zo dom als een paard. Zo blind als een achtereind van een varken. Dat wordt gedaan om anderen in een zwart daglicht te zetten. Nu worden de bakens weer veranderd. Ik wil niet helemaal uit de bocht schieten. Hij is flink over de streep gegaan. Het vuiltje is uit de lucht. Daar kan je me echt mee tegen het plafond krijgen. Hij is flink uit zijn kluiten gegroeid. Jij moet eens op je passen tellen! Soms moet je dingen uit je handen loslaten. We gaan niet in de wolken lopen. Het is niet de bedoeling dat het kaartenhuis instort. Ik heb de pijlers op haar gezet. Ik ben op twee benen. Het past dichter bij zijn hart. Het water kruipt me om de mond. Je lult dat je barst. Het moet wel duidelijk recht staan. We komen uit hetzelfde schuitje. Het is door de kaart gestoken. Het bloed kruipt toch altijd weer omhoog. Ik ging bijna van mijn appeltje van de honger. Je moet het niet zo zwart op wit zetten. Ik mocht mezelf in de vingers knijpen van geluk. Die spreekt ook alleen maar bloemkolen-Engels. Je moet wel even aan de noodbel rinkelen. Ze was nogal langdradig van stof. Er worden geen conclusies verbonden. Mijn hart gaat helemaal op en neer. Dan verkoop je de beer voordat de huid eraf is. Je moet niet over de doden regeren. Ze heeft zich weer wat in haar hals gehaald. Hij loopt weer als een kikker. Maak dan je broek maar nat. Dat kwam goed in ons straatje naar voren. Ik laat me niet in de grap nemen. Het geeft een indicatie aan. Hij verzon alles uit zijn duim. Aan een dood paard moet je niet trekken. Het is misschien wel een blessing in the sky. Hoop doet vrezen. Dan kom je toch van een koude kerk thuis. Ik hink op twee poten. Je moet niet zo snel aan je conclusies trekken. Ze doen alsof ze boter op hun neus hebben. Het begint nu zijn vruchten af te breken. Het is met een harde hand afgewezen. Ik kon er niet heel veel touwen aan vastmaken. Ach, niet alles is rozenschijn en manenzon. Dat is hout op het vuur gooien. Je scheert het onder één kam. Daar moet je wel mee uit de voeten komen. Je wilt iemand ook niet tegen het verkeerde been schoppen. Ik loop op mijn tong. Ik kan er mijn natte vinger niet op leggen. Hij doet roet in het spel brengen. We hebben er geen windeieren van gegeten. We slaan ons er met de riemen die we hebben wel doorheen! Alles is in pannen en kruiken. Dat kun je hem mooi voor zijn kiezen gooien! Die schijt zeven peentjes! Ik wil mijn kans slaan. En toen pas viel de klik. Ik werk me uit m'n sloffen! Ach, ik zie wel waar het schip eindigt. Ik vrees met alle vrezen. Het is koren aan de molen. De hoge nood is nu echt aan de man. Ik raakte gewoon van de kaart. Dat was een piece of case. Er zijn kosten nog middelen gespaard. Het begint allemaal in te slinken. Ik ben helemaal in de kluts kwijt. Het springt me ineens te binnen. Dan krijg je de consequenties van je keuzes op je dienblaadje. Zo schiet je jezelf in je eigen schoenen. Ik erger me beurs en blauw. Er is geen sneeuw onder de zon. De boot moeten trekken. Ze hebben zich goed in de kijker gezet. Ik zie het wel voorbij verschijnen. Daar slaat het op neer. We hebben een goede advocaat in de arm geslagen. Het wordt venijnig in de staart. Even zaken op orde stellen. Ze voelt zich als een kip in het water. Ik lig elke maand krom om alle touwtjes aan elkaar te knopen. Ik ben wat voorbeoordeeld. Ze checken wat instellingen aan. Het zal helemaal niets uithelpen. We moeten het zelfvertrouwen omhoog kweken. De kaarten zijn nog niet verdeeld. Het is dat of zus. Alles begint door elkaar te smelten. De weg wordt vrij geplaveid. Dat moet je vooral doen als je bij hen in een goed dagblaadje wil staan. Van alles en nog niets. We kijken wel even hoe onze pet hangt. Die is aardig door de wol gewassen. Van toeters noch bellen weten. Ik kan toch geen handen met ijzer breken? Je moet niet zo hoog van de boom blazen! Ik haal het even uit de natte duim. Elk vogeltje zingt zoals het heeft leren fietsen. Er zijn wel steken blijven liggen. Anders zie je door het bos de bomen niet meer. Een vinger tussen de deur krijgen. De krenten uit de pap halen. We hebben de nul tegengehouden. Uit mijn slof springen. Dat is een beetje uit de hand geschoten. De emmer van de leiding was echt vol. Ik wil je niet voor de wielen rijden. Daar heb ik af en toe een handje vol van. Dat heeft echt zoden aan de dijk opgeleverd. Probeer je mij een luur aan te leggen? Dat kun je op je klompen natellen. Dat is zoeken naar een hooispeld in een berg. Ik stond wel even met mijn ogen te klapperen. In je portemonnee geknipt worden. Het gaat mijn pet te boven. Kop noch wal raken. Dat is een last van een pak van de schouders. Met de mantel der liefde wijzen. Voor je eigen eieren kiezen. Nog iets achter de deur hebben. Opeens zit je er met huid en haar in. Een knipoogje toeknijpen. Ik ben door de bomen het bos kwijt. Dat is een beetje te zwaar door de bocht. Zonder gekheid op een stokje. Het is er ons met de paplepel ingegooid. Zij haalt het vuil onder mijn nagels vandaan! Slechtschiks of kwaadschiks. Hier kon ik echt alleen maar een paar babymuggen ziften. Dan zakt het lood je toch in de schoenen?! Wij putten uit heel veel vaatjes. Daar zit een kennis van waarheid in. Ik zat even met m'n haren in het hoofd. Gemakzucht dient de mens. We moeten zorgen dat het niet te gooi en te grabbel gebeurt. Als je dat voor elkaar wil krijgen, moet je wel van hele hoge huize komen. We hebben niet zoveel in de pap te brokkelen. We hoeven het ei toch niet opnieuw uit te vinden? Die heeft technisch gezien helemaal niets in te brokkelen. Dan moet je een flinke duit in je portemonnee doen. Het zet nogal wat voeten in de aarde. We zijn aardig bezig de weg omhoog te krijgen. Maar denk maar niet dat ik mij uit mijn vel laat slaan. Daar had geen hond naar gekraaid. Klagen van steen tot been. Zo klaar als een huissie. Eén vlag maakt nog geen modderschuit. Dan help ik jullie uit de boot. Het is niet een nieuwe opzienbaring. We zijn weer eens blij gemaakt met een dooie mug. Ik wil je niet in een zwart daglicht zetten, maar... Daar durf ik mijn vingers niet voor te branden. We gaan geen zwarte pieten toesturen. We gaan geen zwarte pieten uitdelen. Zien maakt honger. Uit de kast lokken. Punt om punt. Jij moet effe indimmen. Er met twee ogen intrappen. Nu is het paard van stal! Er is vast een gat aan te mouwen. In de kast jagen. Ervaringen uitdelen. Dikke koek en ei. Als je dan het hek van de dam haalt. Gezien het toonbeeld. Een spaak in het wiel steken. Dan sla je onzin uit. Hij kijkt het door de vingers. Ze zien mij altijd boven het hoofd. Ik zit in de war. Nou vraag ik u af. De kok horen fluiten, maar niet weten waar de ketel staat. Waar vuur is, is rook. Het kwaad is geschoten. De eindjes bij elkaar knopen. Ze vallen door het ijs. Gisteren is de bom echt gevallen. Hij is door de mazen van de wet gekropen. Het is weer bagger en boos. Je voeten in het zand steken. Zuig je weer wat uit je mouw. Dat komt niet van de vloer. Vlieg- en kunstwerk. Daar verlies je geen buil aan. Aan de bel kloppen. We moeten het doen met de riemen die we hebben. Ik heb daar geen hoge hoed van op. We hebben de moed genomen. Van de goede zaak voor de orde. Even tussen twee lippen door. Nu krijg je het tussen neus en lippen mee.

#verspreekwoorden

Ja, nou, dan heb ik toch met ‘m te doen hoor. Dan staat ie daar op zo’n vliegveld met zijn mooiste pak aan, helemaal alleen. En dan zo in die camera kijken met z’n boevige zonnebankkoppie. Heel serieus ook, dat kijken van ‘m.

Het mooiste is wanneer ie gaat praten. Die mond hè? Ja, ik weet het, ik schreef het al eens eerder en ik ben ook echt niet de enige die het vindt, maar het blijft mij toch zo fascineren, die mond. Een pratend kontgat is het. Beetje uitgelubberd. Gewoon te veel en te vaak gebruikt. Dat idee. Heel onsmakelijk, ja, zeker! Het is eigenlijk niet te doen, vooral niet als je net aan het eten bent. Of drinken. Of gewoon, sowieso. Het ziet er niet uit. Wanstaltig is het eerste woord dat ik nu zo voor m’n geestesoog zie.

Ach ja. En dan alles zo dapper met dat handje wegwuiven. Van alle blaam gezuiverd, dat soort taal. Stoer menneke. Maar nee, van alle blaam vrij zijn, Donald? Dat duurt minstens een generatie of drie, dan een hele, hele dikke muur (eentje waar jij heel trots op zou zijn!) en dan nog eens een lichtjaar of tien in mensheden. Zelfs dan is er nog geen zekerheid dat jouw schuld, jouw ravage, jouw leven dus an sich, spoorloos is. Heel misschien een toefje. Maar meer niet. Oké, een flintertje dan, hooguit. Nee, echt. Klaar nu, stoppen met dat gemekker. Het is je eigen stomme schuld. Of moet ik nu toch weer zeggen? Je dwingt me hoor, dat weet je hè? Donniemonnie, you talk shit. Zo. Hier, een toiletrol en nu je mond afvegen.

#waanvandedag

schrijven In 2007 ben ik begonnen met ego echo: korte verhalen, hersenspinsels, observaties, proza en gedichten – eigenlijk alles wat zich aandient en blijkbaar daglicht wenst.

Schrijven doe ik al sinds ik mij kan herinneren. Dus ja, toen het almachtige internet ook mijn geest begon te verzieken, zag ik mijn kans schoon om al mijn dagelijkse gedoe de wereld in te slingeren. Ik heb een aantal jaren ook als zelfstandige onder een pseudoniem blogs geschreven en ik deed wat vertaalwerk of andersoortig taalwerk op freelance-basis.

Misschien verschijnt er ooit een bundel in eigen beheer. Tot die tijd moeten we het doen met gedichtkaarten die je kunt bekijken (en kopen) via het kopje 'handelswaar'. Af en toe sta ik ook wel eens gewoon wat voor mezelf uit te praten op een podium.

muziek/performance Muziek maakt naast het schrijven een zo mogelijk nog groter deel uit van mijn leven. Ik schrijf mijn eigen teksten en nummers die ik met diverse projecten en bands laat horen.

Ik speel solo onder de naam The Weak And The Strong. Daarnaast heb ik nog de band die nooit echt op zal houden te bestaan, tenzij ik zomaar dood neerval: Cradle FC. Van eind 2013 tot medio 2023 was ik actief met de band MANKES.

Je had me ook nog tegen kunnen komen als percussionist bij singer-songwriter jd meatyard, een Schotse Ier die vooral in Engeland optreedt, maar in Spanje woont. Daarnaast heb ik ook flink wat percussieve kilometers gemaakt met singer-songwriter Miss Anthropy (Bristol/Utrecht).

beeld Met enige regelmaat kanaliseer ik ook nog wat energie met behulp van viltstiften, verf, karton, pen, alles wat maar strepen en krassen maakt. Want ja, het is nogal expressief. Online nog nauwelijks te vinden, maar dat komt vast nog wel een keer.

mis niets FOMO – The Fear of Missing Out – ken je dat? Angst is een slechte raadgever, dus abonneer je gewoon op mijn schrijfwaren door hieronder je e-mailadres in te vullen. Je ontvangt dan, nadat je de inschrijving hebt bevestigd, mijn berichten elegant in je mailbox. Mooi toch?

gelinkt The Weak And The Strong Cradle FC MANKES e t f records havick

recht van kopie Creative Commons-Licentie
ego echo valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 4.0 Internationaal-licentie.

Ik zal wel een vreselijk slecht mens zijn, maar ik vind die hele paf-heisa nogal overdreven. En het geeft onze grote kleine nep-Hitler allemaal weer onnodige aandacht. Gut ja, daar doe ik nu gezellig aan mee, maar ik ben me zeer bewust van de ongekend kleine kringel die ik in het media-water maak, dus maak u geen zorgen, mijn vervolging komt pas aan bod als Thierry-de-Perrie daadwerkelijk is gekozen tot Führer. Mag zeker ook niet, dat ik hem zo noem? Lekker belangrijk, het betekent gewoon leider. Net als Zug Führer. Dat je de leider der trein bent, machinist om precies te zijn. Of denkt u dan ook gelijk aan kereltjes in locomotiefjes met allemaal liniaalrechte scheidinkjes en een kneutig snorretje? Tja, helaas dan. Het loco-motief.

Terug naar de beginregel. Iemand roept in de blinde euforie, die ons allen meester kan maken wanneer we als in op handen gedragen door een menigte worden gestuwd, een niet al te bijster handige leuze. Kan. Nog altijd vrij onschuldig. Want hoeveel scheidsrechters hebben inmiddels kanker toegewenst gekregen bij een gemiddeld voetbalwedstrijdje? Of weet u nog, die koorliederen der Vak-S richting F-Side, dat er bommen op Amsterdam worden gegooid in de lente? Wie van al die mensen is ooit vervolgd, gearresteerd omdat ze een dom lied zingen? Ik noem maar wat hoor, talloze achterlijke voorbeelden zijn voorhanden van aanzet tot haat of dood. Het mensdom is nu eenmaal niet heel slim.

Dus ja, ik vind het belachelijk. Ik ben voor PAF. Niet omdat die gast per direct dood moet (dat gaat ie vroeg of laat toch wel, niets menselijks is monstertje Adolf Baudet vreemd). Ik ben voor het ventileren van het hart. Dit is geen aanzet tot moord. En een voorbeeld stellen is ook niet nodig. Wees blij dat mensen de straat op gaan en zich laten horen in plaats van de boel kort en klein slaan, plunderen en een burgeroorlog ontketenen. Iets met democratie. Het zit nog in het woord ook, hallo! Maak van een theatrale noodkreet geen populismecircus. Trap niet in die hoop stront, ja, toch doen hè? Mafkezen, zie je wel.

Wat is erger? Een anonieme PAF-roeper of Baudet die roept dat de universiteiten moeten worden gezuiverd. Ik noem maar één van zijn vele krankzinnige warzinnentjes. Nogal een beladen woord, ook in deze tijd. Of wat te denken van zijn goedkeuring van verkrachting omdat vrouwen dat nu eenmaal best willen “zulke nietsontziende mannelijkheid”. Dit misselijkmakende kereltje vindt vrouwen sowieso minderwaardig, aldus een interview in 2017. Ik zeg: PAF, hak zijn pik eraf. Dan zien we daarna wel verder. Had ik al gezegd dat de roeper in kwestie een dame van 21 is? Alleen al dat gegeven maakt het voor mij nog legitiemer: een dikke vinger naar de brabbelende vrouwenhater.

Nog iets: iemand met een dergelijke publieke voorbeeldfunctie en met verantwoordelijkheid (die je nooit in de handen van een dergelijke gestoorde gek mag leggen) moet wèl worden vervolgd. Net als Pruikentijd Geert met zijn minder-minder en vooruit, doe Markeerstift Rutte er ook maar bij. Alleen al omdat die aanzet tot massaal 'normaal doen'. Zijn normaal doen betekent nog meer asfalt, nog meer marktwerking, nog meer uitbuiting, nog meer race naar de bodemloze put, nog meer uitholling van onderwijs, zorg en publieke diensten, nog meer geld naar de rijken en minder naar de armen, kortom: nog meer kapitalisme en de heiligverklaring van denkbeeldige vriendjes zoals groei-economie. Dat is in mijn ogen een kille, lange en vooral pijnlijke weg naar genocide en meer dan genoeg reden tot levenslange opsluiting met uitsluitend ter dagbesteding rotte klavertjes op laag water zoeken.

Zo, dan ga ik nu heel abnormaal een uiltje knappen.

#waanvandedag

Mijn fietsbel was ineens stuk. Van het ene op het andere moment rammelde hij zonder te bellen. Heel zachtjes, dus ik had tijdens het fietsen ook steeds geen idee waar dat gekke, irritante rammeltje vandaan kwam. Tot ik het zag, tja, en dan heb je het door, zoals JC ooit al eens zei. Het kunststof pieltje dat het ijzeren belding op z'n plek hield was gebarsten. Geen idee hoe dat kwam, maar het was dus mooi wel zo. Lekker dan. Barst. De bel kon ieder moment ter aarde storten, dus ik heb het ding met een ruk uit z'n lijden verlost. Was ik van het ene op het andere moment belloos. Geloof mij nou, dat is verdomd onhandig in Amsterdam. De fietser regeert daar, en dat is fantastisch, maar zonder bel heb je geen stem, je hebt geen fuk te vertellen. Sommige malloten lossen dat op door heel hard tingel! te roepen, maar ik wil mij niet tot dat niveau verlagen.

Zodra mijn tijd het toeliet, heb ik een verse bel gekocht. Weer zo'n ouderwetse, glimmende zilveren bel. Met een kroontje erop. Ik heb niets met het hele koningsgebeuren, flikker maar op met die reutemeteut, maar een kroontje op een fietsbel is wel even andere koek. Machtig mooi en het lijkt gelijk heel degelijk en betrouwbaar.

Toch overviel mij ook al snel een oude angst. Voorheen was ik nogal eens de klos als iemand in een suffe bui doodleuk de kap van de bellen eraf draaide en ergens in een prullenbak gooide, of in ieder geval ergens waar ik geen weet van heb; nooit de bovenkant van mijn geliefde fietsbel ergens terug kunnen vinden. De bel die ik tot twee dagen terug nog had, was wat dat betreft hufterproof. Een vast geheel zonder schroefdraad met een hendeltje wat je tegen de bel aan liet tikken: ping! Je kent ze wel. Felrood, ook dat nog. Gevaar! Met je gore poten van afblijven! Dat werk.

Afkloppen, tot nu toe zit mijn bel nog waar die wezen moet. Toch is mijn leven er ongeruster op geworden en dat is jammer. Ook jammer is dat mijn eerste bello volledig de mist in ging. Ik zat namelijk met mijn duim te doen alsof het mijn vorige bel was. En dat werkt niet met een ouderwetse ringring-bel. Bij het krap aan inhalen, ik fiets nu eenmaal stevig door, hoorde ik mijzelf dus tingel! roepen.

#waanvandedag

Wanneer het lopen zeer doet, de lange wandelingen, het eindeloze marcheren, de paden op de lanen in, bocht na bocht, na kruispunt na mijlpaal. Als alleen nog de jagende wolken het enige is wat je achter het rood en zwart voor je ogen nog vagelijk waar kunt nemen, het licht uitgaat in de wereld daarbuiten, het stilaan licht en wazig wordt in je hoofd, de schemering valt voor je voeten, je kuilen niet meer kunt ontwijken en struikelend, bloedend en misselijk je leven als een clichématige nachtkaars dooft, bedenk dan dat dit is waarom ze ooit marsepein uitvonden. Mierzoet en troostend. Jankend van suikerbomgeluk mag je dan eindelijk languit op je verweerde volle bek gaan. Rollend door de modder, snotterend van eeuwige dankbaarheid. Daarna komt de allesverscheurende kiespijn – kijk, en daar zijn kiezelsteentjes dan weer goed voor.

#proza