ego echo

proza

Het wrakke mannetje kijkt zijn waterige oogjes scheel. Misschien is het tijd voor het structureel gebruik van een leesbril, misschien is het gewoon het daglicht dat hij niet verdraagt. Of misschien is het gewoon precies andersom en verdraagt het daglicht zijn duister niet.

De nachten waren kort, gebroken en vol met hallucinaties net boven het aardoppervlak. De diepten waren stijl, zwart en onpeilbaar. Soms vloog hij, soms dook hij, soms was het gewoon een onvrijwillige vrije val. Maar steeds opnieuw riep hij zichzelf tot de orde van het wakker worden. De Wakkere Orde, het zou een mooie naam van een gilde kunnen zijn – een vereniging voor het ambachtelijk der nachtkijkers.

En nu, op deze dag van vrij, zonnig en koud, was de ochtend zo vriendelijk om de wekker te laten voor wat hij was. De slaap kwam snel, zoals bijna altijd, maar liet 'm deze keer oprecht met rust. Daarom voelt het kereltje zich ook een beetje ondankbaar. Een gat in de dag te vullen met slaapzanderige, nog steeds vermoeid prikkende oogjes.

Hij zucht. Nog een keer, nog wat dieper. Er is een beeld ergens ver weg, maar hardnekkig. Van een houten stoel op vier stevige poten midden op zee en een uitgevouwen zwarte paraplu op de schaduwzijde van de maan. Slapen is als dobberend schuilen in een handjevol herinneringen.

#proza #waanvandedag #slaap

Soms moet je in je gevoeligheden je meerdere erkennen. Zoals nu. Ik ben nooit officieel erkend als allergenetisch, maar dat neemt niet weg dat alle symptomen overduidelijk zijn. In de volksmond en klauwzeer ook wel herfstallergie genoemd. Ik noem het mijtertje het liefst bij de naam met al z'n huiselijkheid. Het vocht, het stof, de kachelwarmte, de schimmel in en rond het huis, het stervende blad, de nevel, de regen, de piepende banden vol benauwdheid en het snot. Vooral dat laatste. Ik nies me helemaal kapot. Letterlijk. Gezellig een lippig koortsje erbij en het plaatje is compleet. Hoewel, tel er ook nog wat stramme ledige maten bij en een algeheel van gevoel van malaise, mineur en melancholie. Ja, lieve mensen, de olifanten vallen weer uit de bomen – of, met de gedachte aan mijn biebbezoek vanochtend: misschien bestaat de boomoctopus dan toch? Hoe het ook zij: het seizoen is daar. Toch, los van mijn particuliere gesnuif en gestuntel, het is net zo mooi allemaal. Ieder jaargetijde, zolang ze nog bestaan, heeft haar charme. En ook deze maanden kan ik zeer waarderen. Dat u dus niet denkt dat het één niet naast het ander kan bestaan.

Het meest betreurenswaardig is dat ik in het kader van verstandig zijn vanavond mijn lieve vriendin in Utrecht en het gezamenlijk onveilig maken van het open podium aldaar aan mij voorbij moet laten gaan. Laat ik mijzelf niet in de maling nemen en eerlijk zijn: na nachten van merries en paniek én de huidige wanstaltigheid des persoons, is het niet te doen om een kwartier lang mijn ziel en zaligheid een nietsvermoedende zaal in te slingeren. Daar is felle, scherpe energie voor nodig die ik nu even niet heb. Laat ik daarom eens zuinig op mezelf zijn voor deze keer. Daarbij, morgen heeft de dag mij ook nog nodig.

Voor nu troost ik mij met een mand vol lapjes, rol mij op en spin mijn vlekkerige melodie in monotone ruis.

#allergie #herfst #proza #lappenmand #optreden

Ik mis de man. De man die wandelde op de dijk. Zijn gestalte als een scheve potloodstreep die de onvermoeibaar voortjagende wolken en het water verbond met de smalle weg die wij deelden met andere fietsers, voetgangers en vuil verkeer.

Ik mis de man. De kwetsbare magere man met zijn grijze baard en snor, zijn dunne ouderdomshaar en zijn windjack. Zijn trainingsbroek, zijn sneakers. Ik mis zijn typische asymmetrische loop, zijn schouder en arm naar binnen gedraaid, zijn hoofd schuin en altijd met dezelfde grimas. Zijn ene been onwillig voor het andere

Ik zag hem iedere zaterdag. Ik ging de ene kant op, hij de andere. En elke keer weer hoopte ik dat ik hem volgende week dan weer zou zien. En steeds weer was ik bang dat het nu weleens de laatste keer zou kunnen zijn. Met dat tere, verweerde lichaam, zijn dorre hoofd met felblauwe ogen. De wind zou vat op hem kunnen krijgen en hij zou zomaar weg kunnen waaien.

Ik zag de man week in week uit en ik weet niet eens of hij mij zag, maar ik mis hem nu al weken.

#waanvandedag #fiets #lopen #mens #ouderdom #proza

De tiepkip zit in het schemerdonker van de gesloten gordijnen; de grijze druilerigheid buiten verdient geen aanzien. Het tokt en en het tikt, het flubbertje onder de kin rammelt gestaag mee in het ritme van de gure gebeurtenissen om het verenpak heen.

Het is de wereld die voor de zoveelste keer inbreuk doet en instort. Niet groots, niet meeslepend, maar rauw, hard en kil. Grenzen worden bruut overschreden, doden vallen en gewonden slepen zich voort. Dit is het leven van alledag, van alle jaren en alles wat daarvoor, daartussen en daarna komt.

De tiepkip zucht nog eens heel diep en rilt. De buren kakelen er ondertussen een parketvloertje in, verven de muren, schuren hun meubels. Het afval wordt opgehaald, containers geleegd – een eindeloos lijkende cyclus van rotte lucht en benauwde stofdeeltjes.

Gebouwen storten in, puinhopen roken, zelfingenomen leiders leggen nietsontziend hun winderige eieren ten koste van alles. Ja, alles. Alles moet stuk, alles moet kapot, alles zal bloeden, alles moet en zal naar de verdommenis.

De tiepkip knijpt de ogen tot spleetjes en fantaseert een galgenveld. De snavel breekt op een vileine grimas: op een dag hangen ze, die smerige rad voor ogen draaiers. En geen haan die dan nog naar ze kraait.

#oorlog #kapitalisme #populisme #waanvandedag #proza

Weet je, toen ik nog wereldleider was, dus echt de baas over alles en iedereen, toen had je nog geen sociale media. Dus ook geen Twitter. Dat blauwe olijke vogeltje dat de indruk wekt met goede bedoelingen van hier naar daar te fladderen in een poging tot een goed gesprek, een flauwe grap of een mening zonder pijnlijke schade. Gewoon, zo voor de vuist weg een beetje tweetpraten. Maar het diertje blijkt vleugellam, eigenlijk al sinds het haar vleugels uitsloeg. Al was het toen heel moeilijk voor te stellen dat een weldenkend mens serieus gebruik zou maken van zo'n raar microblog-systeem om de wereld eens flink op te stoken. Wat ook klopt; geen weldenkend mens zou dat doen, echter... Ach, u weet zelf.

Hoe dan ook, in mijn tijd hadden we alleen een witte vredesduif. Niet dat we die ooit de wereld instuurden. Stel je voor. Iedereen tevreden, eerlijk en goed voor de eigen omgeving. Een rimpeleffect van blijdschap. Nee zeg, hou op, daar hadden we gelukkig die belachelijke hippies voor. Die hielpen eigenhandig dat hele Peace en Love idee om zeep. Mooi hoor, hoe dat werkt met een beetje handig poppenspel. Al raken die verdraaide touwtjes ook snel verstrikt, dat wel.

Het waren interessante tijden in ieder geval. Er gebeurde nog eens wat en soms zelfs iets verrassends. Tegenwoordig is alles zo saai en voorspelbaar. Wat wil je ook met van die fantasieloze twitterende minkukels die denken dat de Olympus nog te bescheiden voor ze is. Nee, eerlijk gezegd, ik houd mijn hart vast voor wat dit dobberende planeetje nog te wachten staat. Mijn tijd zal het wel duren, ik zit hier best met een prima uitzicht vanuit mijn ivoren toren. Let the games begin!

#politiek #proza #waanvandedag #wereld #twitter

Ik schreeuwde het uit, nee, ik brulde, ik ontplofte zowat van woede. De frustratie, de onmacht, de woede en de wanhoop. Mijn dochter leek het vooral übergênant te vinden en bekeek het tafereel onderkoeld van een klein afstandje. Totdat ze door twee douaniers bij haar armen werd gepakt en weggetrokken. Ze keek om, naar mij en ze huilde zonder tranen, geluidloos. Godverdomme! Ze werd mij gewoon afgenomen en ergens naartoe gebracht waarvan ik, en zij, geen idee hadden waarheen! Alleen maar omdat het briefje met daarop de toestemming van haar moeder dat ik met haar naar het buitenland mocht reizen niet werd vertrouwd. Oké, het zag er ook niet heel mooi uit, niet erg officieel. Het was met de hand geschreven met bovenaan nog een extra velletje, half gescheurd en vastgeniet. Ik had het officiële rijksdocument wel, maar wist niet meer waar. Ergens online, in de cloud, maar welke? En de wolken dreven steeds weer weg als ik ze van dichtbij wilde bekijken.

Later, met jou, in de loeihete stad met haar kleine, smalle straten met vrolijk uitziende winkels, keek ik steeds weer omhoog. De lucht strakblauw, doorkruist met vliegtuigen en witte zeppelins in de vorm van bommen. Ik zag het allemaal gebeuren: de ene botste op de andere, een enorme ontploffing en ook al wilde ik wegrennen, het ging niet. Als een konijn gevangen in de koplampen moest ik blijven kijken. Tegelijk verwonderde ik me over de kalmte van de mensen hier in de straten. Ze keken wel even omhoog, haalden hun schouders op en liepen door terwijl er een regen van witte stofkorrels op de stad neerdaalde. Gif, ik wist het zeker. Maar niemand raakte in paniek. De gelatenheid was verstikkend en ik begon weer te schreeuwen, te roepen en om me heen te slaan, steeds wilder en harder schreeuwend terwijl mijn keel verschroeide en mijn tong dikker en droger werd.

En toen, daarna, was er niets. Niets dan ijle, schrale lucht.

#dromen #proza #nacht

De herfst valt als het blad van het boek dat ritselend omslaat op de zitting van het gammele bankje in het park middenin de stad waar de eenzaamheid zucht onder het onverschrokken bewind van roestend staal en rottend beton. Zij huilt tegen de boom en de tak breekt onder haar vedergewicht.

#gedicht #proza

In ons huis passen geen huisdieren. Toch staan er hier recht tegenover mij in de kast al drie. Ze leven niet, leefden nooit. Maar brengen wel een beetje levendigheid in ons huis. Niet dat wij hier een als doods stelletje maar wat rondhangen, no worries. Het gaat er met grote regelmaat stevig aan toe. Ook dat is liefde.

De dieren in dit huis laten ons lekker onze gang gaan. Wij zijn hun levende huisdieren. Zij hebben ons nodig om gezien te worden, dus het levert ze wat op. Schildpadden, katers, een egel, kraanvogels, uilen, vlinders en vissen. Ja, ik denk, ik noem er maar een paar, dan heb je tenminste een idee.

Ze komen uit alle windstreken. Beeldjes, knuffels, meubelversieringen en vooral kaarten. Na bijna ieder museumbezoek kopen we als aandenken een paar ansichtkaarten. Kunstkaarten. Of een poster als we echt een gekke bui hebben. En verdomd als het niet waar is, vaak staan er dieren op. We worden nu eenmaal blij van onze mede-aardbewoners. Of we raken volledig in paniek van ze, dat kan ook. Soms willen de spinnen, muizen, fruitvliegjes en zilvervisjes ook wat levenslustige aandacht. Feitelijk zijn zij ook huisdieren. Opdat wij niet vergeten.

Het is eigenlijk maar goed dat we klein behuisd zijn. Dan houd je tenminste aandacht voor je omgeving. Je gelooft het niet, maar de egel, de kat en de schildpad hier tegenover mij op de plank in de kast knikken instemmend. Mooi toch. Oké, dan ga ik nu even een verdwaalde wesp de uitgang wijzen.

#proza #waanvandedag #kunst #huisdieren

Hij liep dagenlang met voeten van stro. De weg was water, golvend, soms beukend. En toch, de droogte verdorde zijn stem. Niemand hoorde hem toen hij viel, zijn tong verschrompeld tussen zijn verbrokkelde tanden; zijn handen braken in zijn val.

De zon scheen nog jaren. De regen goot gestaag. De wind verjaagde zijn laatste haren. Het glinsterend dode blad beschreven met vingerverf.

Hier is het. Hier gebeurde het. Toen. Weet je nog? Hé? Kijk mij eens aan. Lach maar door je tranen heen. Daglicht door de kier van het gordijn, zie je wel?

Laten we heel even stil zijn en luisteren. Een minuutje. Hier, bij deze oude reus met zijn wortels zo diep dat je er geen hand voor ogen ziet. Weet je, misschien moeten we gewoon gaan graven en dan maar zien waar we uitkomen.

#proza

Versteend staar ik naar de muur met grof ingemetselde keien. Als een konijn gevangen in de koplampen van de auto op volle snelheid. Haarspeldbochten laten de banden gieren, de lucht van verbrand rubber en een flits van steekvlamverlichte draaimolens op een foute dorpskermis. Oorverscheurende salvo's schaterlach met tanden als zaagbladen van de afgebladderde nog net niet failliete doe-het-zelver op de hoek.

Verwarring is een staat van beleg. Onwrikbaar ingemetseld in een sociale houdbaarheidsgreep. De datum is verlopen, de make-up biggelt over de richels van het uitgewoonde gezicht en druppelt zwarte gaten op het zonverrookte terras. Ik hef nog maar eens aan, lal mijn laatste lied. Ten onder, ten onder, voorwaar ten onder en kijk met volgelopen ogen voor wie niet ziet.

#proza #gedicht