ego echo

proza

De schrijver zat bij de kapper en zag in de spiegel hoe zijn hoofdpersoon werd geknipt voor de rol. Licht in zijn hoofd van het zuchten en de praatjes over het weer, de aanstaande vakantie en de volle stempelkaart, maar toch vooral in zijn nopjes van de vooralsnog uitblijvende kaalslag, gaf hij met een genereuze zwaai het briefje van twintig aan de vrouw die steeds opnieuw een geheel nieuwe betekenis gaf aan de dubbele schaar; ja, hij was dol op haar. Een paar minuten lopen naar huis en dan direct de douche in. Desondanks zou de jeukende nek de hele dag duren. De kleine haartjes, hè?

#waanvandedag #proza #kapper

Er was een tijd waarin rekeningen voor nageslacht zorgden. Dan wist je niet beter of je ouders waren rekeningen. Soms vereffend, soms openstaand. De gezamenlijke rekening bestond toen nog niet. Meestal wist je niet eens wat voor soort rekening je ouders waren, daar werd niet tot nauwelijks over gesproken. Je hoorde bij vriendjes of vriendinnetjes thuis wel eens het woord nota. Pas later leerde je dat het gewoon een ander woord was voor rekening, een synoniem. Maar dat woord kende je toen nog helemaal niet, synoniem. Bij deze kinderen voelde je je trouwens nooit echt op je gemak. Ze hadden het over wat je onder de streep overhield en keken je vragend aan als jij het over geknoopte eindjes had.

Tegenwoordig zijn kinderen van de rekening nagenoeg uitgestorven. Ze worden boete genoemd. Lekker kort. Passend in de flitscultuur van nu.

#proza

Ik was dikke vrienden met de kat. We verstonden elkaar, we begrepen elkaar zonder woorden. Hij was mij en ik was hem. Twee zielen op gang gebracht door gedachten; een stelsel van open zenuwen door dit lege huis. Mijn lichaam van muf en kaal beton opgesierd door donkerrode bloedspatten op de vloer en muren van opengereten ratten en muizen. Behalve die ene muis, die witte met zijn blauwe oogjes. Dat was ook een vriend van mij en de kat wist dat. Hij kwam best wel eens in de verleiding, maar ik hoefde maar te knipperen met mijn ogen en hij bedacht zich. Kneep dan heel even zijn ogen samen, ging zitten met zijn staart om zich heen, geeuwde en begon zich te wassen. De kat, de muis en ik. We leefden al lang en gelukkig, ondanks de ruim dertig graden, de huilende boom in de tuin en de koorts die ons teisterde.

#proza

De blinde uil gaf de postvogel een van haar vele ellebogen. Zo liepen ze samen een stukje op. Kom, zei de uil, laat mij je vertellen van de dienstmaagd. Alle roddels over haar zijn ooit samengevat in drie korte Japanse verhalen, wist je dat? Nee? Toch is het zo. Luister maar.

Eerst heb je het deel waarin ze, om de hersenloze tijd te verdrijven, zich een nieuwe wereld voorstelt waarin dapperheid een groot goed is. Aanvankelijk voelt ze zich daarin een vreemdeling, maar als haar geliefde Moussa overlijdt, althans, zo noemt ze haar denkbeeldige Arabische geliefde in de dagboeken die later zijn gevonden, plukt ze de verboden vrucht die ook in deze fantasiewereld een onmiskenbaar grote rol lijkt te spelen. Ze noemt het de vrucht van het Taoïsme. Wonderlijk inderdaad. In een tweede verhaal wordt daar dan ook uitgebreid bij stilgestaan, maar in het kort komt het erop neer dat het eigenlijk nooit echt helemaal duidelijk wordt, dus wat die vrucht aanricht, niks Bijbels in ieder geval, of het moet zijn dat ze zich na het plukken vermomt als thigmofiel en zichzelf schuilhoudt in een kerkje in wat ze de Historische Buffer noemt. Dat zou je kunnen zien als verwijzing naar Mozes en zijn biezen mandje, maar als je het mij vraagt vind ik dat wat vergezocht. Voorafgaand aan het derde verhaal trekt een Israëlische wetenschapper bij het voorwoord de conclusie dat die vrucht symbool staat voor de Amerikaanse auto-industrie. En het zodoende een verklaring is voor waarom Amerikanen niet lopen. Maf toch? Volledig gestoord en bizar als je het mij vraagt, maar goed, daar wil ik je verder niet mee vervelen, Arjan. Zo heet je toch? Ja, toch goed onthouden, haha! Trouwens, een andere interpretatie in datzelfde boek, maar dan in de epiloog, is dat het juist te maken heeft met de weg die ze uiteindelijk kiest; ze raakt geïnteresseerd in de kunstgeschiedenis en daarin vindt ze de kunst om gelukkig te zijn, zonder al die filosofische wanstaltigheid. En dat zou dan weer die Historische Buffer verklaren. Ja, klopt, het is een nogal hoogdravend en sterk onsamenhangend drieluik, wat je zegt. En geen hond die weet waar het überhaupt allemaal op slaat, dat is het idiote.

Hm, wat? Oh, ja, ik vertel je het einde, haha! Geduld, geduld. Eerst nog de antwoorden op de grote vragen. Dat doen we in een soort pubquiz-achtige setting die ik door de jaren heen de 21 Lessen heb genoemd. Nee, niet nu. Dat doen we straks gezellig op een terrasje in de binnenstad van Tehanu, bij De Veer. Een prachtig hemels plekje, tenminste, volgens Anna. Die zegt altijd: je weet dat je dit wil, Peplos. Tja. Mijn koosnaampje. Geen idee waarom. Net zo min als dat ik nog weet waarom ik haar ooit Hongerheldin de Tweede ben gaan noemen. Ik vermoed vanwege haar eeuwige gejeremieer over die doe-het-zelf-retraite. Dat gedweep man, om gek van te worden. Maar daar gaan we het nu even niet over hebben hoor!

#proza #boeken #titels

Nou, nou, de kladderigheid zit er nog een beetje in, hoor. Je weet wel, dus dat je elke dag een bakkie leesvoer voorgeschoteld krijgt van uwer typmajoor alhier. Wees gerust, dat zal vast weer vorm krijgen op den duur. Het zijn nu eenmaal van die dagen die proppievol zitten met allerhande bezigheden zowel binnens- als buitenshuis. En dan schieten mijn gebedjes er een beetje bij in. Niet dat ik daar nonchalant onder blijf, oh nee! Het vreet aan me. Wreed zelfs. Daarom, ik lijd er zelf het meeste onder, vandaar dat ik dit berichtje ook aan mezelf richt. Met scherp. En dan schieten. Opdat ik een geruststellende tik der mallemolen krijg, zo'n klopje op het ritme van het schouderblad. Hart en gedoogpolitiekloos.

Tja, dat krijg ik ervan. En u. Van die zinsnedige spelingen van het lot dat mijn geesteskind met het tikkende badwater weggooit. Ik zal u meer van deze ellende besparen en zet er voor nu een punt achter. Ja, nee, dat kan dus niet. Als ik die specifieke punt wil zetten, dan kan het woordje achter daar niet meer achteraan, snapt u mijn dubio? Fijn. Ik begrijp mezelf soms namelijk niet. Meestal zelfs.

Oké, genoeg gelul. Op naar de beslommeringen. Zodra dat achter de rug is, zal ik u weer met dagelijkse dwang mijn noestigheden toedienen.

#waanvandedag #proza

Poing-poing! Zo, de haas is er als de wind vandoor! Kruisje slaan, eitje erbij en aftikken maar, hup naar de volgende fast break.

Zomerse temperaturen, kookpunt na vriesvak, mooier kan het niet. De eerste ijsjes likken weg, de laatste slok voor het slapen gaan. Morgen is de dag dat de hemel vergaat. En zo niet, dan toch binnenkort. Met hels kabaal het liefst, over het einde niets dan goeds.

Dit is het spel van taal, van letters in de blender en husselen met woordenkruim. Struikel lezend over de drempel, boeken vol zijden blad, streel ze indien u nodig moet en trappel het dansje voor de pot. Laat maar vallen, het komt er toch wel van, weet u nog? Nou, doe maar niet, dan slaan we deze ronde over.

Ah, de bel gaat, de tingel zit in de maand. Rinkel nog maar een keer met uw twinkelende ogen. Tranen vallen hard op het hoogpolig tapijt, pollen van wollen sokken, pluizen rollen knikkerend tegen het nachtlampje aan. Knippert, knispert, zoemt, zucht – uit.

#proza #gedicht

Krenten en pap, ik heb er niet veel mee, maar als je ze vindt, prima. Wees blij, be happy. Geen probleem. Ik heb alleen nooit zo goed begrepen wat er zo lekker is aan krenten in de pap. Sowieso, pap. Ik heb het fenomeen nooit intrinsiek kunnen omarmen. Vaag heb ik wel een herinnering aan een bord havermoutpap of Brinta – is dat hetzelfde eigenlijk?

Hoe dan ook, het is zo'n verdrongen verwrongen herinnering die, nu ik het heel even wat ruimte geef in dat warrige hoofdje van me, het beeld schetst van een drabbige brij waar vaak ook nog klontjes in zaten. Nou, dan zat ik tegen het behang hoor, ik gaf mijn portie dan net zo lief aan Fikkie. Niet dat we een hond hadden, ja, een zwerfhond die zich onderin een pot verstopte, maar echt een eigen hond hadden we niet.

Ik weet ook nog dat mijn moeder echt enorm haar best deed om een klontjesvrije pap te presenteren. Ze experimenteerde bijvoorbeeld met langer of korter roeren bij het opgieten van de melk, ze probeerde andere melk, een andere volgorde: eerst de vlokken havermout, daarna de melk of andersom, roeren met de klok mee of juist er tegenin, houten lepel, metalen lepel, een vork. Echt alles werd letterlijk uit de kast getrokken voor een mooie gladde pap en een tevreden kind aan tafel. Maar helaas, ik vond altijd wel iets klonterigs, of in ieder geval iets wat erop leek. Zelf luchtbelletjes werden door mij op dezelfde hoop gegooid. En zo ben ik nog steeds. Altijd wat te zeiken.

#waanvandedag #proza

Ik zit soms toch echt een paar seconden te wachten voordat het woord komt waarmee ik in kan loggen. Daarna verschijnt het witte scherm met de geduldige cursor die mij uitnodigt om de eerste letter van wat verder komen gaat te typen. En dat doe ik dan braaf. Omdat ik dat nu eenmaal zelf zo doe.

Jij ligt op bed. Je leest. Je wacht tot ik klaar ben en ook naar bed kom. Ik zit op de bank en ik typ. Ik weet dat jij wacht, maar dit moet eerst. Tikkerdertik. Met de klok mee. En over ongeveer vierentwintig uur is het tijd voor het volgende bericht en is dit hier wat je nu leest, net als de krant van vandaag, verleden tijd. Oud en afgedaan.

De tragiek zit 'm misschien nog wel het meest in de punt die een einde maakt aan de zin van alles.

#waanvandedag #proza

Oké, laat je heel langzaam wegzakken in die modderpoel. Verzetten heeft toch geen zin, dat weet je. Dus gewoon zonder tegenbeweging de boel letterlijk laten bezinken. Geen paniek, ook niet als je kopje onder gaat en geen lucht meer krijgt. Je weet dat het alleen maar inbeelding is. Je weet dat je eigenlijk hier thuis bij mij op de bank zit en naar de ladekast tegenover je kijkt. Gebiologeerd, in trance. Maar je bent hier, niet daar in die ranzige prut.

Ademen, blijf ademen. Laat het gebeuren, dan heb je dat maar alvast gehad. Zolang als nodig is kun je daar beneden blijven. Je zult uiteindelijk weer lucht krijgen, als vanzelf. Maar alles op z'n tijd.

Ja, heel goed, kom maar met die snik. Ik zie zelfs dat je ogen nat worden. We zijn er bijna, nog heel even volhouden. Mooi.

Zie je die gitaar daar? Ja? Mooi, pak 'm maar en dan, zoals we hebben besproken, zonder erover na te denken alleen maar je vingers een enkel akkoord laten vormen en spelen, rammen desnoods of heel zacht. Wat jij wilt. Blijf spelen tot het zeer doet en dan nog heel even daar doorheen. Dat kan je, dat weet je, dat is jouw veilige plek. Pijnlijk, maar fijn en veilig.

Goed zo. Klopt het dat ik zie en hoor dat jouw muziek is afgelopen? Ja? Man, man, wat een expressie, wow! Zet de gitaar maar weer terug en kom dan weer heel voorzichtig terug naar boven. Heel goed, rustig, rustig. Kom maar even bij, kalm aan. Dit is jouw moment, jouw tijd. Helemaal voor jou. Prachtig, echt heel goed.

Nou, dat viel nog best mee hè?

#proza

Middenin de zin viel de nacht, zo, huppekee met z'n sikkelmaan als een c in spiegelschrift. Heel onhandig. Dus nou, ja, dan weet ik het ook heel even niet meer. Pilletje erin en dan maar slapen, zoiets, denk ik – mezelf vind ik morgen wel weer ergens bij het restafval. Toedels!

#proza