ego echo

gedicht

takken takken takken breken spreken krakend zilvergroen

wolken wolken wolken breken schreeuwen tierend grijs met natte zoen

de wind en al haar streken de zon de maan gebroken licht verbleken de bol tolt draait en spint sneller nog vlugger dan

kus me nog eens takken wolken breek mijn hart spreek met gif zilver kwik slik tot gouden kikkers kwaken

wolkentakkenwind spreek gebroken haperend tot stof haperend tot stof

#gedicht

het zat daar op kussens op de keukenvloer oranje paars rood en een bakje vervlogen vogelvoer

het keek mij aan met ogen van gebroken glas vroeg mij schraal of dit dan eindelijk het einde was

de zucht was diep het haar viel langzaam los toonde kaalgevreten plekken als in een godvergeten sprookjesbos

het voer was op de kussens gleden langzaam uit elkaar het stond nu wankel en maakte een weemoedig soort gebaar

de vleugels waren lam en zaten hopeloos in de knoop ze hingen daar maar wat zoals de onschuld voor de doop

liep naar de rand van het balkon en werd nog voor de sprong gegrepen door een in een vorig leven aangereden kattenjong

ik zei vaarwel het was me een onaangenaam plezier het zei niets terug was allang heel ver weg van alles hier

#gedicht

dit zijn de dagen van woeste wolken grimmig grijs gebroken zon en blinkend blauw

de dagen dat je seconden lang minuten uren weg kunt turen oneindig verte kijken wind en druppels ijzig koud

dit zijn de dagen van kachelwarm verzachtend zoet anijs en ik ook van jou

#gedicht #proza #proëzie

De herfst valt als het blad van het boek dat ritselend omslaat op de zitting van het gammele bankje in het park middenin de stad waar de eenzaamheid zucht onder het onverschrokken bewind van roestend staal en rottend beton. Zij huilt tegen de boom en de tak breekt onder haar vedergewicht.

#gedicht #proza

Van binnen naar buiten. De regen verdampte want de zon verscheen. We liepen kilo's vol meters door het bos, langs bruisende waterige vallen en een riviertje als gids. We keken uit over het dal en de koeien keken ons meewarig eindeloos kauwend na. De eekhoorn zocht het hogerop. De herten vonden de afstand wel best en de fel oranje slakken hielden zich kalm. De kikker, de mestkevers, het wespenhol en de boomklever lieten ons in de waan van alles en nog wat te weten. En de halfdode slang verzuchtte hoe het door mensenogen werd bekeken voordat de rust in vrede kwam.

De broodjes waren altijd vers, de spelletjes soms oud soms nieuw en steevast leuk. We deelden, we pasten, we speelden, we kraakten, we zaten met pijn in de kaken lachend aan stoelen geplakt.

We trokken Bouillon, liepen nog maar een rondje, pakten terras. Bakten pannenkoeken, maakten het bont in de middag. Het is gewoon hoe het altijd was.

Het huis kromp van de spullen, groeide van mysterieus plezier. En een dag je hoofd niet gestoten, was een dag zonder sier. Het piepte en kraakte, het lekte en stonk door kieren en gaten, de vloer deed dienst als plafond.

We waren met elf, we geven een zeven net als de dagen hier. Binnen was donker, buiten was licht en groen. We zullen vast volgend jaar weer denken aan hoe was het toen?

Voor nu is het weer mooi geweest, veilig naar thuis. We zien elkaar gauw, de rest, voor zolang het duurt, is ruis.

#gedicht #vakantie

Versteend staar ik naar de muur met grof ingemetselde keien. Als een konijn gevangen in de koplampen van de auto op volle snelheid. Haarspeldbochten laten de banden gieren, de lucht van verbrand rubber en een flits van steekvlamverlichte draaimolens op een foute dorpskermis. Oorverscheurende salvo's schaterlach met tanden als zaagbladen van de afgebladderde nog net niet failliete doe-het-zelver op de hoek.

Verwarring is een staat van beleg. Onwrikbaar ingemetseld in een sociale houdbaarheidsgreep. De datum is verlopen, de make-up biggelt over de richels van het uitgewoonde gezicht en druppelt zwarte gaten op het zonverrookte terras. Ik hef nog maar eens aan, lal mijn laatste lied. Ten onder, ten onder, voorwaar ten onder en kijk met volgelopen ogen voor wie niet ziet.

#proza #gedicht

wind waait woest raast giert buldert wolken jagen regen na ondersteboven

#gedicht #elf

het veelkoppig monster met gifgroene ogen asgrauwe tong gele tanden en bloedend tandvlees de klauwen graaien met lange botte maar scherpe nagels mijn lijf aan stukken

dus daar gaan we

ik voel vaak mijn tenen niet meer in mijn linkerbeen voelt het dag in dag uit alsof er aan een dunne gloeiende draad wordt getrokken vanuit mijn nek vlammen striemende steken door mijn hoofd mijn bovenrug mijn schouderbladen verdragen weinig tot niets mijn vingers tintelen mijn ellebogen en polsen zeuren weeïg mijn knieën draaien niet altijd mee wanneer ik wil in plaats daarvan de zoveelste knak krak kraakbeen knikkebeen de meniscus is gek op z’n kartelrandjes

mijn stuitbeen is regelmatig ontstoken of op z’n minst dreinend mijn heiligbeen zit vast aan de onderste wervel een hernia die dan weer wel dan weer niet zichtbaar is op MRI nummer zoveel de zenuwschade en -pijn is desalniettemin blijvend

ik kan niet tegen praten over bloed braken plastische biologie in het algemeen naalden prikken me zomaar buiten bewustzijn van douchen fleece en wol krijg ik jeuk in de winter jeukt mijn hele lichaam overal ik kras mezelf dagelijks en vooral ’s nachts open slapen doe ik toch al slecht nare dromen des te beter dat is nooit anders geweest maar wel veranderlijk met als bonus een slaapverlamming op de meest uiteenlopende tijden paranoïde grijnst de nacht mij toe

ik adem te hoog heb het altijd benauwd hyperventilatie is mijn tweede derde of vierde naam soms ben ik de tel letterlijk kwijt eenvoudigweg gesteld ben ik een dag of wat per maand kneiterdepressief in de winter net een beetje vaker de andere dagen komt en gaat het als eb en vloed de stemming wisselt zodanig dat er geen peiling wijzer van wordt uitbarstingen van woede en frustratie om de meest nietige dingen meestal als druppel van het veel te grote en niet te bevatten geheel

ik mijd drukte menigtes en massa’s kan niet tegen harde scherpe geluiden fel licht en bijna alle geurtjes en allerhande geuren ze maken mij misselijk ik krijg er hoofdpijn van of ik krijg het nog benauwder

om mezelf de illusie van controle te gunnen ben ik dwangmatig en houd mijn directe omgeving nauwgezet schoon of in ieder geval opgeruimd en alles heeft een vaste plek bezoek zie ik met angst en beven tegemoet de deurbel telefoon en gesprekken met vreemden of zelfs bekenden bezorgen mij kletsnatte oksels en prikkende zweetaanvallen sociale fobie contra sociaal wenselijk en een flinke dosis sociale vaardigheden zonder te weten waar mijn grenzen eigenlijk zijn waar de ander begint en ik eindig of andersom en dus helemaal gesloopt na verloop van tijd

ik nies regelmatig een hele dag lang dan ben ik gesloopt ter afwisseling nies ik elke dag een beetje of gewoon hele delen van de dag hoe lief ook maar huisdieren aai ik bij voorkeur niet zo voorkom ik nog meer jeuk en niesbuien vochtige en stoffige ruimtes zijn een hel

tegen vet eten kan ik niet de wc is dan mijn vriend kaas melk en dat soort dierlijk gedoe kan ik ook beter niet aan beginnen van pijnboompitten krijg ik een week lang een nare smaak in mijn mond op suiker koffie koolzuur zout en gekruid eten ga ik keihard om kort daarna net zo hard moe en nog somberder neer te storten – en toch ben ik gek op chocolade en koekjes (waar ik altijd spijt van heb ik kan geen maat houden alles moet in een keer op: gestoord met eten had ik dwangneurose, allerhande wisselende tics en voedselgerelateerde paniekaanvallen al genoemd?)

mijn ogen liggen diep ik wrijf er vaak in omdat ze zo enorm branden en prikken ik kan niet stilzitten ik bijt op mijn nagels trommel en tik op alles ben altijd onrustig

voor alles ben ik al tienduizend keer naar allerlei doktoren specialisten geweest de medische mallemolen zowel regulier als alternatief ken ik door en door daar ben ik dus wel klaar mee ik heb het helemaal gehad net als alles wat ggz en psychisch aantoonbaar ongemak geeft in groepsgesprekken en overig gerelateerd gebeuren

los hiervan nog wat andere vage klachten die op hun tijd de kop opsteken verder wil en mag ik niet mopperen of klagen hoewel financieel en maatschappelijk heb ik geen enkel perspectief en ondanks talloze cursussen opleidingen studies een eindeloze cv vol werkervaring (ik heb mezelf letterlijk kapotgewerkt opgeven is tenslotte falen was en is geen optie dan maar naar de kloten) rommel ik wat in de marge schraap mijn miezerige opdrachtjes bij elkaar en zo druppelt een uitermate bescheiden inkomen binnen

en al voel ik mij een bak vol bijtend schuldgevoel en waardeloos mens in het algemeen ik ben er nog steeds en werp mijn schaduw vooralsnog met liefde over de lengte van jaren heen

angst is mijn beste vriend

#gedicht

De koorts van aaneengeregen dagen onvervalst licht van goud en zilver strijkt langs toppen van bergen in een land vol reuzen en dwergen

De koorts van banale dingen zoetgehouden liedjes die makkelijk rijmen en zingen als een tevreden spin geduldig wachtend in haar deinend web

De koorts die langzaam zakt wanneer de zee zich terugtrekt als vanzelf van vloed naar eb

De koorts van planken van lippen van hooi van knokkels van dromen boze boze dromen ze komen ze komen vannacht maar wacht nu nog even want

IJl is de lucht de adem stokt de roos klapt en het riet buigt

#gedicht

Buiten was het ruim veertig graden onder nul, maar het deed mij niets. Ik droeg mijn lange jas, gevoerd met levende bijen. Zij gonsden suf langs mijn ruggenmerg, hommelden over mijn armen, donsden langs mijn heupen, gapend rollend over mijn bovenbenen. Ik wist niet beter.

Totdat ik werd gestoken door verdriet. In mijn hart scheurden de herinneringen vlijmscherp de aderige vleugels. Ik bloedde dode wespen, zij vielen angelloos tussen de afgebrokkelde randen van stoeptegels, plakten aan het bevroren asfalt en keken mij glazig na.

De vulkaan barstte. Ik moest weg. Weg van hier. Sneller nog dan mijn ademwolk die als kansloze stoom tot as verging. Het vuur laaide in mij, ik raasde, ik woedde, ik smolt in de armen van de zwarte weduwe die mij hartstochtelijk huilend tot zich nam.

Ik zat er warmpjes bij, hier binnen. Badend tussen de klamme lappen waar het hout smeulde, heulde met de vijand; kokend water, kolkend water, koolzuurhoudend water. De bubbel moest een keer barsten.

#proza #gedicht