ego echo

Een week of twee terug waren we bezig met het bedenken en hier en daar ruw schetsen van ideeën voor een nieuwe MANKES-video. En heus, binnen niet al te lange tijd zal er weer wat bewegend beeld te bewonderen zijn. Inderdaad, we zijn lekker bezig.

Een van de spinsels had iets van doen met onze handen – die zouden we een hoofdrol geven. Maar ja, ik met mijn afgestompte vingertjes, dat ziet er niet uit. Voor de gein hebben we toen de overblijfselen van mijn afgekloven nagels zwartgelakt. Oude tijden herleefden. Want welke zichzelf respecterende post-punker, of iets uit die doos der subculturen, heeft niet minstens een keer de nageltjes misantropisch zwartgelakt? Op zich is het een wonder dat ik het mij nog kan herinneren, want hallo! de lucht van de nagellak bezorgt mij nog steeds koppijn en een spontane afbraak van hersencellen. Uit de categorie parfum- en verflucht. Niet te harden. Maar hé, wie mooi wil zijn. Precies. Ik lijd wat af.

Sinds die mooie dag in januari wapper en blaas ik nu met enige regelmaat door het huis. Ik ben inmiddels een professionele nagellakdroger. Oké, het goedje er zelf enigszins zonder morsen op kwakken, dat is niet aan mijn motoriek besteed. Dat doet mijn persoonlijke schoonheidsspecialist en dat doet ze met een liefde die het midden houdt tussen zit nou eens stil en kijk nou wat je doet! terwijl ze met haar ogen draait en dan toch maar een voorzichtige glimlach tevoorschijn tovert. Dat doet pijn, dat zie ik, maar ook zij moet een beetje lijden voor mijn schoonheid.

Behalve dat ik er oogverblindend bij loop, zit er nog een dik voordeel aan deze tierelanterfanterij. Sinds ik met die zwarte vlakjes op mijn vingertoppen door het leven ga, bijt ik niet meer op mijn nagels. Die chemische shit doet wonderen. Met als gevolg dat ik tijdens een nagellakverwijdersessie zomaar een randje verse nagel aan het eind van elke vinger ontdekte. Ik zeg je, ooit heb ik het zonder hulpmiddelen drie weken volgehouden om niet te bijten, dus ik weet dat het fenomeen toonbare vingernagels bestaat. Maar ik had nooit gedacht dat ik dat kunstje nog eens zou flikken. Meer dan genoeg reden om hier nog gezellig een poosje mee door te gaan.

Het heeft ook een nadeel. Ik kras mijzelf zolang ik weet bijna elke nacht in mijn slaap open. Geen idee waarom. Het zal vast een belangrijke gewoonte zijn. Ik heb dat altijd een strakke prestatie gevonden. Mijn kluifjes die in staat zijn tot serieus kraswerk. Alleen, die krassen worden nu nog heviger. Het is de keerzijde van het nagelstaren. Het is niet anders. Lijden is zoals gezegd het toverwoord. Abracadabra zonder hocus pocus.

Voor de goede orde: de aanstaande video bevat uitzonderlijk weinig wapperende handen. In het land der creatieven is het nu eenmaal een kwestie van kill your darlings voor het beste resultaat.

Tenslotte deel ik in het kader van diepgang nog een interessante column van Tom Lanoye die een paar dagen terug op HUMO verscheen. Heeft totaal niets met gelakte nagels te maken, maar dat mag de pret niet drukken. Kwestie van er lak aan hebben.

#waanvandedag

Je weet dat februari echt is begonnen als respectievelijk schoonvader en de Vrouwe Alhier jarig zijn geweest. Voorlopig kunnen ze er weer even mee voort en kan ik wat cadeautjesstress betreft weer enigszins ontspannen.

Een andere aanwijzing dat het toch echt de tweede maand van de wonderlijke kalenderuitvinding is: de krokussen die overal en nergens hun koppies boven de grond uitsteken. Een vrolijke boel. Nog mooier wanneer ik, zoals eerder vanmiddag, door het park loop met de winterzon die uit alle macht nog wat stralen eruit perst en zo de boel prachtig uitlicht. De boomstammen, het blad – wat er nog van over is, of wat er zich alweer stiekem geeuwend uitstrekt – het mos, de plassen en de veren van de kwekkende vogels; alles straalt. Ik weet het, zoveel hosanna uit mijn tikkende vingertjes, het is zowat zorgelijk.

Terwijl ik dit allemaal zo tevreden aanzag, deed mijn moeder een telefonisch verslag van hoe het leven ervoor staat op vijf hoog. Of zoals mijn vader zegt controle moet er zijn. Vervelen is daar geen optie, die twee vermaken zich prima ondanks en met een respectabele kronkel ook dankzij alles. Op de achtergrond riep mijn vader af en toe wat huishoudelijke mededelingen en zo kreeg ik alles bij elkaar het vertrouwde beeld van hoe het eraan toe gaat in Huisje Weltevree. We zien elkaar een stuk minder, dat is jammer, maar op deze manier zijn we toch bij elkaar.

Ondertussen, nu we alweer een dik jaar verder zijn met virussen en aanverwante perikelen, lijkt het mij een steeds beter idee om echt helemaal te stoppen met doen alsof we in een wachtkamer zitten. Geen enkele situatie is blijvend tenslotte. Dus dan kun je net zo goed opstaan, de deur opendoen en in de trein stappen. Gewoon meegaan met de rit en naar buiten kijken. Het landschap zal steeds veranderen en dus ook het uitzicht. Zo simpel is het. Er is geen voor en geen na. Alles is nu en nu is alles. Het scheelt een hoop energie om op die manier tegen de dingen aan te kijken. Dan kun je er zelfs omheen, doorheen of overheen kijken. Nou, ik lijk hier potdomme wel een boeddhistische praatjesmaker!

Bij het boodschappen doen had ik het nummer Prince Charming (Adam and the Ants) in mijn hoofd. Misschien ken je het, misschien ook niet. Het nummer draait vooral om de zin 'ridicule is nothing to be scared of'. Ik vermoed dat dit grotendeels opgaat voor dit schrijven. Zelfspot heeft zo z'n charme. Met een hart onder de riem als medereiziger.

#waanvandedag

Vandaag liep ik anders. Op mijn handen. Nah, dat niet. Gewoon, ander rondje. Vrouwe alhier had mij na haar ochtendwandeling alvast een heads up gegeven: ze zijn in het park bezig met bomen en struiken snoeien. Een hoop herrie dus. En nog erger, weerloos leven aan gort gezaagd. Dat trekt mijn tere zieltje niet. Dus ik maakte er een alternatieve route van. Wat mij ook prima beviel.

Je zou het misschien niet verwachten, maar ik houd van plekken die zo lelijk zijn dat het vanzelf mooi wordt. Om maar in goed Nederlands te zeggen: urban wasteland. Plekken die tijdens de winter een verlaten indruk maken, waar werk in uitvoering is, terwijl niemand echt weet wanneer het werk wordt uitgevoerd. Verlaten bouwplaatsen, half gezonken woonboten, afbraakpanden met holle ogen, een razende snelweg in de lucht gehouden door met dikke graffiti bespoten pilaren, een rottende betonstort, hopen stenen overwoekerd met niet stuk te krijgen groen. Vogels, eenden, zwanen, insecten. Voor hun is het een tijdelijk walhalla, totdat de mensjes hun relatieve rust weer verstoren.

Ik zag eindelijk met eigen ogen puttertjes en een roodborstje als bonus. Terwijl ik 'Exit Music for A Film' van Radiohead voor mij uit zong – “Today we escape”.

Tijdens een wandeling overdenk ik als vanzelf hoe het allemaal zo is gekomen. Hoe de omgeving is geworden zoals ie is. Van daaruit is de stap zo gemaakt naar hoe we een systeem hebben opgetuigd waartegen grote groepen al zo'n beetje 500 jaar protesteren, maar dat het net zich uiteindelijk alleen maar nauwer sluit. Je kunt demonstreren tot je erbij neervalt.

Ik vermoed dat ik al eens eerder in andere bewoordingen heb geschreven dat het misschien beter zou werken om dag in dag uit bij de poorten cynisch te applaudisseren voor de aandeelhouders van alle destructieve multinationals. De slopers van de planeet, de beleggers in de goedkoop gemaakte levens van het voetvolk. Rendement, dividend. Inderdaad, ik hoor en zie het nu ook: dividend lijkt verdacht veel op devide en klinkt bijna hetzelfde. Het verdeelt en heerst.

Vlak voor ik hier de straat inliep kwam ik langs het verpleeghuis op de hoek. De mensen zitten daar altijd wat aan een tafel, ze dommelen, drinken koffie of thee en kijken naar buiten. De meeste mistroostige gezichten ken ik inmiddels, maar mijn gezicht is voor sommige bewoners elke dag weer nieuw. Zo ook voor de dame die mij recht aankeek, opveerde en iets zei wat ik onmogelijk kon horen. De ramen zitten dicht en zijn nagenoeg geluiddicht sinds dit deel is gerenoveerd. Ik stak mijn hand op en zwaaide, maar ze leek alweer vergeten wat haar ogen deed oplichten. Het voordeel is dat we dit dan morgen kunnen herhalen alsof het de eerste keer is. Mij verveelt het niet.

Ik kwam thuis met een loopneus van de kou. Op zich wel handig als je met je neus meeloopt.

#waanvandedag

Dankzij de boekhandel sprokkel ik wekelijks nog wat inkomen bij elkaar en fiets ik na het werk met een gevoel dat het dichtst in de buurt komt van zoals mijn oma zou zeggen houdt de moed er maar in jongen, weer naar huis. Meestal met een tussenstop bij de buurtsuper en als de weergoden een goede dag hebben, dan plak ik er nog een omweg aan vast voordat ik ons home sweet home binnenstap. Hoewel het ook zomaar kan zijn dat er een ritje Rotterdam naar mijn lieve dochter in de plaats van dit geneuzel komt. Maar vandaag dus niet.

Ik verdween na de boodschappen in een mensenmassa. Die demonstreerden hun wandel-, ren- en fietskunsten. Niet zo heel gek, prachtig weertje, dus ondanks dat ik iedereen met liefde vervloek doe ik ook heus mijn best om begrip te tonen voor de optocht. Ik slalom me suf en probeer ondertussen de eindeloze stroom tweevoeters te negeren en de omgeving in mij op te nemen. Dat is een klus hoor.

Eenmaal thuis draai ik mijn huishoudelijke riedel af en als alles is gedaan wacht de beloning. Thee, bank en leesvoer (digitaal en analoog, welja).

Zo lees ik onder anderen iets over hoe het zwerfvuil in de natuurgebieden schrikbarend toeneemt. Onbegrijpelijk vind ik dat. Dan ben je in een omgeving waar je, daar ga ik dan voor het gemak even vanuit, graag wilt zijn. Om daar dan gewoon je afval op de grond te flikkeren. Hoe verzin je het. (Niet dat je het ergens anders dan maar wel moet doen, duh.)

Ik zie het ook hier in het Flevopark. Niet eens een prachtplek, maar ik vermaak mij er wel. Het is beter dan niets en als ik dan toch moet kiezen, dan vind ik dit het mooiste park in deze stad. Tenminste, als je al het rondslingerende koffie-to-go en aanverwante vuil wegdenkt. Het wordt steeds meer. Ik zag van de week een vogel die zich in een regenplas waste terwijl er een gebruikt mondkapje, een koffiebekertje en een plastic wikkel van een gevulde koek om 'm heen dreven. Het zag er tragisch uit en ik vrees dat het er niet beter op gaat worden.

Goed. De middag zit er bijna op. Stiekem wil de maan nu voor het raam zitten. Van mij mag ze.

#waanvandedag

Bomen vervelen mij nooit. Zelfs als ik elke dag dezelfde zie, dan bekijk ik ze met plezier. Daarbij doe ik dan altijd een hele hoop bomen tekort, want ik kan ze niet allemaal tegelijk mijn aandacht geven. Dus terwijl ik naar de een kijk, verontschuldig ik mij per direct en met terugwerkende kracht voor mijn onbedoelde gebrek aan belangstelling bij de rest van de bomenbevolking – jullie komen van de week op mijn netvlies, heus.

Net voor ik gisteren met een vriendin aan een 'rondje buitenom' begon, zag ik zomaar een boom die ik nog niet eerder had gezien. Tenminste, vast wel gezien, maar niet opgemerkt. En omdat bomen met uitzonderlijke verschijningen nu eenmaal ook altijd enthousiast worden begroet door deze natuurkijker met gedeelde non-kennis, wees ik 'm haar kwekkend van opwinding aan toen we de boom op de terugweg samen passeerden.

Het is een geinig geval. Twee stammen die net boven de grond uit elkaar groeien om dan amper een meter hoger weer samen te komen; een langgerekte ovaal waar je mooi doorheen kunt gluren. Vervolgens gaan de stammen aan elkaar geplakt in een spiraalvorm verder omhoog om dan uiteindelijk ieder voor zich te buigen over het pad. Ik hoop maar dat ze dat volhouden, want het groeit behoorlijk scheef. Op een gegeven moment zal de zwaartekracht winnen. Althans, dat liever dan dat ze van de gemeente met kettingzagen ingrijpen met de smoes dat het te gevaarlijk zou worden. Dat vind ik de omgekeerde wereld en typisch iets voor den mensch als zelfbenoemde beheerder der natuur. Dikke onzin natuurlijk, zodra wij ons met de dingen gingen bemoeien... nou ja. Maar mij hoor je verder niet hoor.

Verderop wees ik haar trouwens nog op de specht die er nu even niet zat. Die hadden Mijn Lieve Vrouwe en ik een paar dagen daarvoor gespot. Eerst gehoord, toen fanatiek de takken afspeurend en dan te wijzen: daar! Dat is hoe we het doen, de wederzijdse vriendin en wij. Elkaar proberen op te naaien met maar heb je die puttertjes nog steeds niet gezien? en dat roodborstje dan? het langpootmugje? niet? nou, ik stuur van de week anders wel even een foto. Want we gunnen elkaar het moois. Desnoods vastgelegd met de slimme telefoon en verstuurd door een ether boordevol ellendige troep die dan op z'n minst een milliseconde plaats moet maken voor wat wel de moeite waard is. En dan glimlachen.

#waanvandedag

Barre tijden. Na verontwaardiging komt nuance. Onder andere door het lezen van achtergrondartikelen op diverse platforms, waaronder One World – een website die ik als waardevolle bron zie, naast de dagelijkse, bodemloze nieuwsput die ik graag combineer met de diepgang van De Correspondent, De Groene en zo nog een paar van die overheerlijke geestverruimende voedingsstoffen. Ja, ik ben een snob.

Een artikel op One World deed mij beseffen dat ik bepaalde woorden wellicht kan verbannen naar een context waar ze thuishoren. Met pijn in mijn hart zal ik proberen afstand te doen van idioten, gekken, dwazen, achterlijken en debielen. Hoewel ik die laatste volgens mij niet of nauwelijks gebruik. Toch, het ligt in de lijn der synoniemen; die lijn moet ergens worden getrokken. Waarvan akte. Ik zal mijn best doen.

Ik hoorde tijdens het 'rellendebat' vanmiddag ook nog iemand zeggen dat willen begrijpen iets anders is dan begrip hebben voor. Dat vond ik een scherpe. Daarmee werd direct mijn dikke 24-uursfrons veroorzaakt door de wonderlijke opmerking van ons aller Mark dat hij geen enkele interesse heeft in de sociologische oorzaken ineens een stuk minder dik. Want natuurlijk moet je juist wel naar die oorzaken gaan kijken. Zoals iemand in een achtergrondverhaal ook, in mijn ogen, terecht opmerkte dat je wel erg onder een steen moet hebben gelegen als je deze rellen niet van mijlenver zag aankomen. Zit wat in. Het rommelt al ontzettend lang, er is al jaren veel onvrede onder de bevolking. Met name in de buurten waar sowieso al langere tijd uiteenlopende sociale problemen zijn. Ik zie en ervaar het elke dag. Dan is het een kwestie van de bom horen tikken en 'm met kennis van zaken onschadelijk willen maken, of gewoon lekker door laten tikken tot ie afgaat met alle gevolgen. Het zijn politieke keuzes.

Omdat werkelijk alles met elkaar samenhangt is dat nog meer reden om na zoveel jaar blinde uitholling en afbraak nu eindelijk eens radicaal te kiezen voor een omwenteling. Waarbij ik graag nog even meegeef dat er ook geen andere optie is. Doorgaan op deze weg is moedwillig de ellende aan volgende generaties geven: kinderen, kleinkinderen en daar weer kinderen van. Met een stevige handdruk en een schaterlach toe. Ik wil dat niet op mijn geweten hebben.

Waar ik blij van werd vandaag waren de beelden van de wolvenfamilie op de Veluwe. Schitterend.

#waanvandedag

Ik had ineens een fantasie terwijl ik door het park naar de supermarkt liep. Dat vanavond de hele zwijgende meerderheid uit hun huizen komt en in stilte naast elkaar op straat gaat staan. Kijken en zwijgen, meer niet.

Maar goed, dit is uit de categorie stiekem ben ik een ongefundeerde hippie dus zo'n gedachtedingetje is op zich best geinig en verder kun je er niks mee.

Bij de supermarkt hingen briefjes. In allerijl in elkaar geflanste tekst (maar wel foutloos, daar kunnen de 'vrijheidsstrijders' nog een dikke punt aan zuigen) met de mededeling dat ze eerder sluiten wegens aangekondigde onrust. Daar word je ter plekke niet rustiger van.

Tja. Ze noemen zich vrijheidsstrijders. Dan heb je dus echt geen hersencel meer over. Hoe verzin je het. Vrijheid is in hun ogen het slopen van andermans spullen en publiek bezit. Vrijheid als in: wij terroriseren hier de boel en bemoei je er niet mee anders slaan we je op je bek.

Ach, elk woord hieraan vuilmaken is er een teveel. Zo is het ook. Het stinkende vuur dooft uiteindelijk vanzelf uit. Het zal niet mooi zijn, niet gezellig. Zeer waarschijnlijk wordt er ergens een ultieme prijs betaald.

Ondertussen begint het specifieke vingerwijzen al en spint een witgeverfde raaskaller er garen bij. Terwijl het allemaal jonge gasten zijn. Allemaal hier geboren, allemaal Nederlanders, zo simpel is het. Uiteindelijk zijn we allemaal Oost-Afrikaans, weet je nog?

Misschien baart mij dat wel de meeste zorgen. Waar deze shit toe zal leiden. Nog meer shit. Nog meer polarisatie, nog meer populistisch gelul en ontmenselijking van een denkbeeldige vijand. En dat dit allemaal afleidt van de catastrofe die wereldwijd aan de gang is – dan heb ik het niet over een virus, want dat is slechts een symptoom van de globale ramp. (Ja, ik denk: laat ik het nog eens herhalen.) Elke verspilde seconde is onvoorstelbaar kostbaar, elke verloren minuut staat gelijk aan eigen ruiten ingooien.

Daarom. Domkoppen zijn het. Stuk voor stuk.

#waanvandedag

Op NOS.nl zag ik een still van een video. Het beeld staat stil op het moment dat Katy Perry voluit zingt. Op de achtergrond het Washington Monument, boven het monument uiteenspattend vuurwerk. Het is een bevroren moment tijdens de inauguratie van Joepie de Poepie Biden. Maar als je mij zou zeggen dat dit een screenshot is van toen Duckie Trump werd gebalsemd tot farao van het Uitzinnig Rijke Westen, zou ik je zo geloven. Waarom? Nou...

Ik zie een vrouw, helemaal in het wit. Haar arm in een pose van overgave en ze helt een beetje achterover. Ik zie achter haar een enorm fallussymbool, met daarboven een eruptie. Noem het voor de gein een ejaculatie. De vrouw in het maagdelijk wit heeft haar rood gestifte mond wijd open. Wat mij betreft kun je de adoratie van mannelijke, witte suprematie hier niet niet in zien.

Daarbij ben ik mij pijnlijk bewust van minimaal twee dingen. Ik ben wit. Ik ben een man. Wat zegt het over mij dat ik met een onaangenaam gevoel rondloop wanneer ik dit beeld op deze manier interpreteer? Ben ik dan niet gewoon pervers? Is het aan mij om hier iets van te vinden? Let wel, dit is wat ik direct zo voelde, dus niet nadat ik er een tijdje naar had zitten kijken en er op zat te kauwen. Mij overviel gelijk een ongemakkelijk gevoel toen ik dit schouwspel zag en de verontwaardiging kwam daar nagenoeg gelijk achteraan: wat is dit voor seksistische shit?

Nu loop ik zowat een hele dag te dubben. Kan ik mij hierover uitspreken, de witte man met al zijn privileges? Los van het feit dat ik, nota bene voorstander van onder andere genderneutraliteit, hierdoor juist nog eens de hele tegenstelling vrouw/man benadruk? Hoezo neutraal?

Toch kies ik ervoor om mijn onderbuikgevoel hier openbaar te maken. In de ijdele hoop dat ik niet de enige ben die zo'n bewust gekozen beeld niet normaal vind – althans, het kan toch bijna niet anders dan dat dit een bewuste keuze van de redactie is: effectbejag? Dat er misschien ergens iemand denkt: ja verdomd, wat een hoop suggestieve rarigheid op dat plaatje, moeten we dat echt normaal vinden? Zelfs als het op een of andere wonderlijke manier niet bewust is gekozen, dat er dan in het vervolg iemand is die daar wel bij stil zal staan. Dat een ogenschijnlijk onschuldig beeld een expliciet seksistische boodschap uitstraalt en dat dit dus heel gewoon is; zo doen we dat hier.

Nogmaals, de kans is groot dat mijn commentaar volledig misplaatst is, dat er gedacht kan worden dat ik een vies mannetje ben wanneer ik een dergelijk beeld op deze manier interpreteer (het is niet voor het eerst en zal niet voor het laatst zijn). Zoek ik ergens iets achter en kun je wel over alles vallen. Misschien moet dat dan maar. Verandering is een kwestie van heel veel geduld en geploeter. Deze woorden zullen dan ook een minuscule rimpel zijn en ik geef toe, ik heb mij ook vast wel eens beter uitgedrukt. Maar het is beter dan niets.

En nu weer door met mijn ellendig bestaan in de marge. Ik heb wilde plannen. Iets opnemen, nog wat muziek online zetten, gewoon wat rammen op mijn gitaar, toch eindelijk eens een begin maken met hoe ik een podcast in elkaar zet, zevenhonderd rondjes door de kamer rennen zonder mijzelf te stoten (lukt niet) of gewoon stil in een hoekje zitten en voor mij uit staren. Lezen, een online cursus, iets programmeren misschien? Ik moet opschieten, want voor je het weet is de kamergenoot alweer voor de avondklok thuis en dan zal ik op moeten staan, de deur open doen, haar de krant en gestopte pijp aangeven, koffie inschenken en haar pantoffels met liefde aan haar voeten schuiven. Rollenpatronen zijn zo 2020.

#waanvandedag

Een gouden combinatie. Slaapverlamming en laag overvliegend tuig. Ik heb het nagekeken (dank aan de site Over Mijn Dak) en tussen vijf uur en half zeven vanochtend waren er minimaal 6 Boeings die lager dan 700 honderd meter over ons dak vlogen richting de Oostbaan – dat geeft een hoop kabaal, dat je denkt: oké, deze stort neer op ons hoofd, jammer. Die aanvliegroute was blijkbaar nodig vanwege de wind. Ik denk dan: vlieg niet, te gevaarlijk. Los van het gezondheidsrisico dat vliegen per definitie is. Ik bedoel, er vliegt een virus rond, maar vlak de veel grotere gezondheidsschade als gevolg van onder andere vliegverkeer op de korte en vooral lange termijn niet uit. Die is extremer dan de zoveelste mutatie en er is geen vaccin tegen. Het is slechts een kwestie van gedragsverandering. (Hoe moeilijk kan het zijn?)

Op zich ook bizar dat er namens mij sowieso automatisch een klacht wordt ingediend door bovengenoemde site. Je stelt in wat je 'acceptabel' vindt en wordt die norm overschreden, dan krijgt Shithole vanzelf mijn persoonlijke klaagmuur op z'n giechel. Niet dat het verder iets uitmaakt of verandert. Het houdt slechts deze opstandeling weer heel even in het gareel. De schijn van zeggenschap. Omdat ik de lulligste niet ben of de indruk wil wekken dat geautomatiseerd klagen voldoende is, heb ik handmatig nog een mail naar de vliegmaffia gestuurd. Die dan vervolgens geheel volgens verwachting algoritmisch antwoordt. Schatjes zijn het.

Ook vrouwlief was wakker geworden van mijn gekerm in verlamde toestand, dus zo lagen wij als otters hand in hand te wachten tot er nog iets kwam dat ons naar het land van slaap en maal dreef. Zowaar, af en toe pikten we nog een prikoogje mee, ondanks dat ik nog een paar keer in staat van paniek weer naar het brekende daglichtoppervlakte spartelde.

De wekker ging, zij stond op en daarna sleurde ik mijzelf het bed uit. Er vloog nog wat over. De dagelijkse bouwwerkzaamheden hier op de hoek zijn sinds zeven uur in volle gang. Timmeren, frezen, boren, zagen, roepen en schreeuwen. Vrachtwagens trillen door de straat en de zon schijnt. Het wordt/is een topdag.

#waanvandedag

Onder de trap aan het einde van de gang is een kast. In de kast ligt een plank. Op de plank ligt een laag stof. In het stof staat de tijd verstreken.

Er valt licht door het bovenraam. Pupillen vernauwen. Een hartslag ligt verslagen in een hoek op de grond.

Dit hok is iemands huis, iemands thuis, iemands leven, iemands vogelvlucht; het slot hangt los, gebroken verleden.

Voeten stappen, hinken springen. Ik ben hier nooit geweest.

#proza #gedicht

Enter your email to subscribe to updates.