ego echo

Ik moet het toch weer heel even over onze Mark hebben, de schat. Hij beroept zich op een glazen bol wanneer, na constatering van de Raad van State, gevraagd wordt hoe het kan dat de brave burgers en buitenlui nu ruim een derde van hun inkomen aan belastingen kwijt zijn. En ook echt kwijt hè, want uw en ons lieve geldje wordt voor allerlei prachtige subsidies gebruikt, zoals bijvoorbeeld een driedubbel vervuilende biomassacentrale van Nuon of allerhande andere subsidies voor de armetierige Shell- en Unilevermaffia.

Maar laat ik het niet nog ingewikkelder maken dan het blijkbaar al is, althans, volgens ons aller lichtpunt in het Torentje. Want het is allemaal best uit te leggen hoor, al die niet uitgekomen voorspellingen van het CPB, maar, en ik parafraseer hier ons immer vrolijke snoesje met zijn guitige lachebekje, dat is zulke complexe materie, het is beter om het dan maar niet uit te leggen. Nou, dan weten u en ik dat ook weer. Wij zijn een dom volk en wij moeten gewoon braaf ons bek houden, niet zeiken en al helemaal niet zelf na gaan lopen denken. Dat is nog eens NormaalpuntDoenpunt.

Van pure schrik vatte een ander torentje in Parijs vlam.

#waanvandedag

Terwijl de vrouw des huizes onze nieuwe geluidskunsten mixt en meester maakt en ik met gewenste regelmaat ook mijn oren laat spreken, heb ik oogluikende toestemming om u allen ook op deze plek van nieuws te voorzien. Niet omdat ik zoveel heb te melden, verre van, maar toch niet laten kunnen hè?

Toch was het ook weer geen hele reguliere zondag. In de ochtend mijn werk in de boekhandel, dat is nogal gewoon, maar daarna werd ik getrakteerd door dezelfde Vrouwe Mixia op een fijne lunch bij onze vaste hangplek voor dit soort geneugten: Café 1900. Zoiets went nooit, vind ik. Dat is boffen in overtroffen trappen.

Ons dagelijks brood voor de aanstaande week haalden we onder het genot van een korte buurtwandeling met her en der wat groen subtiel verfraaid met diverse bedjes van smaakvol zwerfafval. De kassamedewerkers zorgden er in de vermarkte super met lichte stress voor dat we steeds nèt niet de vierde in de rij waren, met alle gevolgen van dien aard. Na dit hemelse avontuur was het tijd om met zeldzame spoed weer naar ons uitstulpinkje te peddelen om de laatste hand te leggen aan de muzikale telg.

Ik deel u met grote blijdschap mede dat het er op dit moment alle schijn van lijkt te hebben, maar hang mij er niet aan op, dat we in de loop van de week de mobiele studio zoetjes aan op kunnen ruimen. En dan? Door naar de volgende stap: hoesontwerp en dat soort beeldigheid. Pret voor tien, lieve lezertjes. En nu gauw onder de denkbeeldige wol.

#waanvandedag

Op de bank ligt een rijke sortering engagement, zoals dat zo mooi heet. De Groene Amsterdammer, Trouw, NRC, een buurtkrant en boeken van allerlei pluimage maar toch zeker verantwoord. Op de telefoon en laptop worden websites als De Correspondent, Brainwash, Bits of Freedom en good-old Teletekst frequent gevisiteerd. Tel daar wat sociale media-feeds (SM voor intimi) bij op en u ziet: deze kleine greep uit mijn nieuwsgierig leven geeft een aardig inkijkje van de wereld waarin er nagenoeg niets te missen valt. Nog net geen fomo, maar het heeft stiekem flink wat symptomen. En eerlijk gezegd is dat inderdaad om doodmoe van te worden. Al dat nieuws wat natuurlijk helemaal geen nieuws is. Het is alleen maar een minuscule selectie van de eindeloze brij berichten die elke minuut het daglicht zien. En ook dat is slechts een topje van een of andere ijsberg. Nieuws is alleen maar een keuze die ook nog eens – in mijn geval en in wiens geval niet? – flink is gekleurd naar eer en geweten.

Geen idee waarom ik direct na het wakker worden en tot kort voor het slapen gaan al die hele informatietroep tot mij neem. Geheel vrijwillig, ook dat nog. Soms houd ik mij voor dat ik een moderne activist ben die vanuit die denkbeeldige functie op de hoogte moet zijn. Van alles en wel het liefst nu. En dan maar retweeten, herplaatsen met een scherpe opmerking erbij of wijsneuzig aan iedereen die het niet horen wil alles eens even uit gaan leggen. Want ik weet namelijk alles te duiden, met gemak. Ik pluis uit, ik zoek op, ik duik erin en grijp de waarheid, mijn waarheid, bij de kladden.

Ergo: ik ben gewoon een ordinaire digitale roeptoeter. Een beeld waar ik helemaal niet zo trots op ben. Trots is trouwens net zo goed een lege huls. Net als hoop. Maar laat ik proberen mijn vrolijke kijk op het geheel niet volledig naar den kloten ten helpen, dus waar was ik? Oh ja, roeptoeter in de woestijn van bitjes en beetjes. Tja. Zoals ik al zei, ik heb geen idee waarom. Behalve dat ik stiekem denk dat het ertoe doet. Al zou het toch fijn zijn om het met een dwangneurose minder te doen. Ik heb er al genoeg. Wat dat betreft ben ik best lekker bezig: ik twitter inmiddels met mate (voor mijn doen) en alle andere SM staat nagenoeg op nul. En ja, Teletekst blijft verdraaid handig maar voor de rest toch vooral zoveel mogelijk de kranten versnipperen en meer tijd voor een fijn boek of gewoon wat voor mij uit staren, een tekening maken, mijn gitaar mishandelen of anders, vooruit dan maar, dit hele geklier over de heg flikkeren. Gaat lekker dus, u ziet het.

Hm, zoveel tevredenheid kan natuurlijk nooit goed zijn, ik zeg het maar vast.

#waanvandedag

Ik zit soms toch echt een paar seconden te wachten voordat het woord komt waarmee ik in kan loggen. Daarna verschijnt het witte scherm met de geduldige cursor die mij uitnodigt om de eerste letter van wat verder komen gaat te typen. En dat doe ik dan braaf. Omdat ik dat nu eenmaal zelf zo doe.

Jij ligt op bed. Je leest. Je wacht tot ik klaar ben en ook naar bed kom. Ik zit op de bank en ik typ. Ik weet dat jij wacht, maar dit moet eerst. Tikkerdertik. Met de klok mee. En over ongeveer vierentwintig uur is het tijd voor het volgende bericht en is dit hier wat je nu leest, net als de krant van vandaag, verleden tijd. Oud en afgedaan.

De tragiek zit 'm misschien nog wel het meest in de punt die een einde maakt aan de zin van alles.

#waanvandedag #proza

Oké, laat je heel langzaam wegzakken in die modderpoel. Verzetten heeft toch geen zin, dat weet je. Dus gewoon zonder tegenbeweging de boel letterlijk laten bezinken. Geen paniek, ook niet als je kopje onder gaat en geen lucht meer krijgt. Je weet dat het alleen maar inbeelding is. Je weet dat je eigenlijk hier thuis bij mij op de bank zit en naar de ladekast tegenover je kijkt. Gebiologeerd, in trance. Maar je bent hier, niet daar in die ranzige prut.

Ademen, blijf ademen. Laat het gebeuren, dan heb je dat maar alvast gehad. Zolang als nodig is kun je daar beneden blijven. Je zult uiteindelijk weer lucht krijgen, als vanzelf. Maar alles op z'n tijd.

Ja, heel goed, kom maar met die snik. Ik zie zelfs dat je ogen nat worden. We zijn er bijna, nog heel even volhouden. Mooi.

Zie je die gitaar daar? Ja? Mooi, pak 'm maar en dan, zoals we hebben besproken, zonder erover na te denken alleen maar je vingers een enkel akkoord laten vormen en spelen, rammen desnoods of heel zacht. Wat jij wilt. Blijf spelen tot het zeer doet en dan nog heel even daar doorheen. Dat kan je, dat weet je, dat is jouw veilige plek. Pijnlijk, maar fijn en veilig.

Goed zo. Klopt het dat ik zie en hoor dat jouw muziek is afgelopen? Ja? Man, man, wat een expressie, wow! Zet de gitaar maar weer terug en kom dan weer heel voorzichtig terug naar boven. Heel goed, rustig, rustig. Kom maar even bij, kalm aan. Dit is jouw moment, jouw tijd. Helemaal voor jou. Prachtig, echt heel goed.

Nou, dat viel nog best mee hè?

#proza

Toch hè, als ik dan onze straat in kom fietsen met de beloofde wind mee vanuit IJburg – eerlijk is eerlijk: een paar uur daarvoor heb ik er stevig tegenin moeten trappen, dus hallo, eerlijk verdiend! – dan kan die hele koude bries mij in de schoenen zakken wanneer ik zo'n jongen, half tegen het bellenbord, half tegen het raam van de oude onderbuurvrouw, met een grote zwarte ballon aan zijn mond en een lachgasfles zo groot als een fietspomp voor zijn voeten met een wazige kop nog maar eens flink hoor en zie inhaleren.

Ik kijk hem aan, hij kijkt mij aan. Ik zeg niks, hij zegt niks. Ik doe de deur naar de kelderboxen open en zet mijn fiets binnen. Ik loop binnendoor over de kleverige, vettige tegeltjesvloer naar de brievenbussen en tegelijkertijd komen twee meiden en dezelfde jongen binnen. Ik zeg niks, zij zeggen niks. Zij lopen voor mij uit de trappen op. De jongen heeft ruzie met de pomp die ergens halverwege aan de leuning blijft haken. Hij probeert dat zo nonchalant mogelijk op te lossen door er gewoon heel hard aan te trekken.

In het trappenhuis liggen sinds deze moeilijk te doorgronden nieuwe bewoners er zijn (ook zoiets vaags: wie woont er nu eigenlijk?) peuken op de grond. Er ligt vaak ook nog ergens een kapotte aansteker of een lucifer. Er hangt nog wel eens een dikke wietlucht, of wat het dan ook is wat zo ruikt. Gecombineerd met een doordringende sigarettenwalm. Je ruikt het gewoon hier in huis. En het is ook enorm nodig om net voordat je naar buiten gaat nog even snel binnen je saffie aan te steken, zodat we allemaal mee kunnen genieten van de stank. Er zijn ook vaak feesten en net zoveel ruzies. Tot midden in de nacht of tot in de vroege ochtend. Oké, iets minder sinds een week of twee, drie misschien, maar de eerste drie maanden van dit jaar was het ieder weekend raak.

De buren naast ons, die zelf ook niet vies zijn van een nachtelijke ruzie met veel geschreeuw, geduw en gebonk, zijn in de afgelopen periode regelmatig naar beneden gegaan om te klagen vanwege de overlast. Dat zal misschien de reden zijn dat de feestjes wat minder zijn geworden. Maar dat is het enige. De rest lijkt juist erger te zijn geworden.

Ja, je kunt praten. Ja, je kunt klagen. Ja, je kunt wijkbeheer en Zorgpunt inschakelen. Maar ik heb helemaal geen zin in al dat gedoe. En wie weet waar dat allemaal weer toe leidt? Vaak nog meer gedoe. Want zo gaat dat: er wordt niet ingegrepen, er moet vooral geduld worden geoefend en veel begrip voor elkaar worden gekweekt. Net zoals in die schattige folders staat op de foto's met het bijschrift dat 'we na een paar goede coachingsgesprekken elkaar nu begrijpen en de overlast is verdwenen: we drinken nu gezellig koffie!'. Yep. Toch heb ik de indruk dat zulke hoera-stukjes vooral door de toegenomen hoeveelheid verwarde personen wordt geschreven. Die dan later alsnog volledig doordraaien.

Ik wil gewoon rust aan mijn kop en mij veilig en prettig voelen in ons huis, onze gemeenschappelijke ruimten en samen met de buren om ons heen. Ik wil geen smerige wanden en vloeren, geen geruzie en gegil, geen gefeest tot diep in de nacht, geen ronkende auto's en scooters vlak onder ons raam. En als dat allemaal is opgelost, dan wil ik wat groen voor ons huis kunnen zien en dat de zon heel soms eens naar binnen zou kunnen schijnen. Al is het maar heel even in de ochtend. Maar goed, op de weg terug naar huis had ik de wind mee.

#waanvandedag

Middenin de zin viel de nacht, zo, huppekee met z'n sikkelmaan als een c in spiegelschrift. Heel onhandig. Dus nou, ja, dan weet ik het ook heel even niet meer. Pilletje erin en dan maar slapen, zoiets, denk ik – mezelf vind ik morgen wel weer ergens bij het restafval. Toedels!

#proza

Dit is wat ik mij probeer voor te stellen: alle auto's, fietsen, scooters en brommers, treinen, vliegtuigen en boten, allemaal zijn ze weg. En het enige dat je kunt zien zijn de mensen. Dus zonder hun vervoermiddel, maar wel in die houding, die pose en met die snelheid. Dat is het beeld dat ik voor ogen probeer te hebben wanneer ik zelf op de fiets en heel soms in de auto zit. Het helpt mij om de mobiliteitswaanzin een beetje te relativeren.

(Net als wanneer je probeert in te beelden dat iedereen naakt is als je doodzenuwachtig voor een groep mensen staat om een presentatie of iets dergelijks te houden. Ook dat kan dan helpen. Mij helpt dat dan weer niet, trouwens. Omdat ik ter plaatse onpasselijk word als ik dat probeer. Blijkbaar houd ik niet van dat soort naakt.)

Vandaag hielp het in ieder geval toen ik de eindeloze stroom auto's voor en achter mij zag en boven mijn hoofd het ene na het andere vliegtuig overvloog. Het hielp om mijn IKEA-gevoel een klein beetje in toom te houden; de sociale gêne van het rijden in een file van diesel, benzine, stof, rubber en gas. In willekeurige volgorde. Het is een bijna-doodervaring, echt.

Daarom was ik zo blij om later op de avond weer gewoon op mijn fiets naar huis te zitten en de herrie van het gemotoriseerde verkeer te vervloeken. Ik kon me weer gewoon lekker zuur beter dan de anderen voelen. Intens cynisch geluk, het bestaat.

#waanvandedag

Eens in de zoveel tijd leer ik een schrale les: jongen, wacht nou eens niet te lang met scheren. Doe ik dat namelijk wel, dan ben ik de klos. Geen klosje garen, maar een klos rood aangelopen hoofd. Dat tere huidje van mij dat zo goed past bij mijn algeheel fragiele lichaams- dan wel geestestoestand. Het staat momenteel in vuur en vlam, om gek van te worden. Eigen schuld, dikke gloeiende hals. Want ik bleef die anti-hobby met scheermesjes maar uitstellen. En nee, goedbedoelde tips van grootmoeder en dergelijke helpen mij niet. Ik heb van alles geprobeerd, zonder blij resultaat. Zonder nu in Pinokkio te veranderen kan ik je met het hand op mijn zenuwenhart plechtig zweren dat zelfs amper twee minuten warm douchen mij al jeukbultjes opleveren. En dan daarna die eeuwig gekmakende jeukende huid die voelt alsof ie helemaal strak om mijn benigheden is gespannen. Een facelift, maar dan all over the place. Ja, zo voelt het, maar de rimpelige vellen hangen er gewoon bij. Zoals Radiohead al zong in het liedje Fake Plastic Trees: 'Gravity always wins'.

Dus nou, dan weet u dat ook allemaal weer. Ik heb regelmatig met mijzelf te doen, heus.

#waanvandedag

De graaf loopt met modderige ogen en natte dweilen door zijn stoffige kasteel. Knokige handen, benige vingers met nagels zo lang en vaalgeel als de gordijnen die de meubels bedekken. Buiten kraaien hanen naargeestig als kippen zonder kop. De zon zag al jaren geen kans om nog door de dikke grijze wolkenmassa heen te breken. Gebroken glas, flinters gruis en scherven bedekken de vloer als achteloos zilverwerk. De glans is er nu wel af.

Hij kucht, hij gorgelt, hij hoest, hij stikt.

Daarboven, op de overloop tussen slaapkamers die nooit een oog dichtdeden, ligt zijn lichaam. Langzaam koelt het af, droogt het uit, rot het weg. Het huis verschrompelt, brokkelt af, stort ineen tussen hopen pleinvrees.

#proza

Enter your email to subscribe to updates.