ego echo

Net na het eten nog even een rondje gefietst. Het is een mooie, frisse avond. En zo kan de spijs mooi aan z'n vertering werken.

Opvallend druk op straat. Onrustig. En nee, niet omdat er overal mensen met zakken cadeaus rond lopen te sjouwen. Het is een opgefokte onrust. Dat wordt dus een kort rondje, want deze sfeer bevalt mij niet.

Nog geen tien meter uit de straat en ik zie een korte flits, direct daarna een keiharde knal. Oh ja, feest! Vuurwerk. Dat is hier sinds een week of wat alweer vaste prik. Zwaar en hard. Prullenbakken, kledingbakken en fietstunneltjes; je kunt ze het beste maar mijden.

Even verderop het kruispunt. Altijd druk en nu meer dan anders. Een scheldpartij tussen een voetganger, een bromfietser en een automobilist. Die laatste rijdt uiteindelijk met gierende banden weg. Rubber stinkt.

Nog een klein stukje fiets ik door. Op de hoek bij de coffeeshop staat een enorme rij. Sommige wachtenden zien de maan letterlijk door de bomen schijnen.

#waanvandedag

Boten en woonboten liggen aan de ketting. De kade volgt de rivier. Fietsers trappen tegen de wind en de stevige miezer in. Het is ieder voor zich.

Met iedere bocht verandert het gevoel van richting. Voor een tel met opzet verdwaald in een stad die inmiddels grotendeels net zo ellendig vertrouwd voelt als die andere stad; als de broekzak van een oude en versleten broek. Rafelranden, vale plekken, uitgezeten.

In huis gaat nu heel af en toe de kachel aan. Een halve graad, heel soms een hele, erbij. Eventjes dan. Net genoeg kunstmatige warmte om een paar uur 's avonds in trance op de bank te hangen. Neem er gerust een deken bij.

De nacht is de nacht. Donker en onrustig. Stilte is zowel buiten als binnen een grote onbekende. Uiteindelijk is er altijd nog het suizen, zijn er de stemmen en komt de ochtend met slaande deuren, piepende banden en zingende vogels, gevolgd door een onaangename comateuze slaap. Kort, onvermijdelijk en zwaarmoedig.

Als een onzichtbare bom die op ontploffen staat tikt de dag door. In de mist liggen langs de kade monsters hongerig kwijlend aan de ketting. Ongeduldig bonkend tot er geen houden meer aan is.

#proza

Het is behoorlijk grappig zoals in juni het land zowat te klein was omdat er een demonstratie op de Dam werd gehouden. Het was waanzin, ging alle perken te buiten, al die gekkies bij elkaar en waarom? Vanwege geweld, discriminatie en racisme? Hallo, dat deden we toch zo al jaren, dus waarom moest daar ineens tegen worden gedemonstreerd?

En dan nu voor de gein even over naar de actuele beelden van overvolle winkelstraten. Binnensteden gevuld met consumerende zombies. Ironisch genoeg onder het mom van Black Friday (wat gewoon een heel weekend duurt en aanstaande maandag is het Cyber Monday – nee, dat verzin ik niet). Circus Achterlijk waaide over uit het Verenigd hoopje ellendige Staten dat we allemaal blind aanbidden. Daar doen ze de ene dag een kalkoenmassaslachting zodat iedereen met krokodillentranen Thank You kan zeggen, om de dag(en) erna elkaar de hersens in te slaan omdat er door uitgebuite mensen spullen zijn gemaakt die nu nóg goedkoper over de toonbank gaan. Oh, weet je wie uiteindelijk die vette korting betaalt? Precies, dezelfde arbeiders die voor een uithongerloon het spul in elkaar hebben gezet. Kortom, het is een hilarisch jaarlijks ritueel dat met overgave wordt uitgevoerd in de naam van het Heilig Kapitalisme. Logisch dus dat we daar in het Nederige Landje graag aan mee willen doen.

Een ander beeld dat deze week indruk maakte, was dat van de varkens die uit een gekantelde vrachtwagen ineens de ruimte hadden om wat rond te lopen op hun vergroeide voeten en zelfs wat te grazen. Ogenschijnlijk onverstoorbaar. En dat in combinatie met de kinderen en volwassenen die hun ogen uitkeken. Sommige mensen aaiden de dieren. Andere mensen bleven op afstand omdat ze vooral wilden kijken naar wat ze misschien wel voor het eerst zagen. Vrije dieren, zomaar daar in hun wijk, op straat. Het zal ongetwijfeld tot een kort moment van bezinning hebben geleid, zo hier en daar. Want dit zijn dezelfde dieren die na een treurig en kort bestaan op het bord belanden. Al vrees ik dat het alleen bij dat moment van inkeer is gebleven. Dat de schouders zijn opgehaald en er is gezucht: het is nu eenmaal zo, het is hun lot, zij zijn ons voedsel. Wat dus tragisch is. Het zou niet zo hoeven zijn. Ooit is besloten dat we dieren gingen eten. Wat misschien niet zo rampzalig is. Maar wel hoe dat vervolgens uitmondde in een vernietigingsindustrie met desastreuze gevolgen voor onszelf en de hele planeet. Net zo makkelijk kan er besloten worden om daar mee te stoppen. Nu. Nope, hoe bizar ook, dat doen we niet. Dat is nog gekker dan gek. Wij, de armetierige mensheid, zijn simpelweg niet de baas over de planeet. Dat willen we wel heel graag, maar kijk hoe we met de verantwoordelijk die bij die zelf toebedeelde rol omgaan. Lekkere baas ben je dan. Ondertussen gaan we viraal. Om daar dan verbaasd over te zijn en te gillen dat alles hopelijk weer snel is zoals het was. Ik heb het al talloze keren getypt: dat is nogal dom.

Hm, nu ik de openingszin nog eens lees; misschien is het dus helemaal niet zo grappig. Wat het dan wel is? Schrijnend.

#waanvandedag #blackfriday #thanksgiving

Waar was ik gebleven? Het zijn dagen die voelen als overvol en mij tegelijk met holle ogen aanstaren. Het zal wel door de nachten komen die als gebroken spiegels op de grond liggen. Scherven brengen geluk, zo is het ook. Een onbedoeld poëtisch begin. Moet niet gekker worden.

Afgelopen zaterdag was ik bij de opening van de ultrakorte expositie van een grote selectie werk van Sylvia Hennequin (1969-2017). Het was indrukwekkend om voor het eerst zoveel van wat ze in haar veel te korte leven heeft geproduceerd in een grote ruimte bij elkaar te zien. Het verleden dat ik met haar deel werd ineens het heden. Tegelijk was het ook een kleine reünie. Allemaal mensen die ik graag zie, ondanks dat we elkaar nauwelijks nog spreken of zien. Alles bij elkaar een waardevolle en indrukwekkende middag.

Wat overigens ook geldt, maar op een heel andere manier, voor de twee schatten die ik vooraf op dezelfde dag bezocht. Op vijf hoog – als een heuse Waldorf & Statler – maken ze er even kwetsbaar als sterk het meeste van, zo samen in de poppenkast die het leven is. Dat is eveneens iets om te koesteren. En jaren nog hierna.

Maandag repeteerden we alweer voor de derde week op rij. We werken volop ideeën uit, van omlijnde nummers tot uitvoerige improvisaties en geluidsschetsen. Ons geluid wordt steeds noisier, rauwer, nog dynamischer en dat dan gelardeerd met melodieuze melancholie. We hebben plannen om met nieuwe opnames te beginnen, genoeg inspiratie voor hoe we de boel vorm willen geven en in welke hoedanigheid we het uit willen brengen. Het is 'slechts' een kwestie van uitvoeren. Het komt, net als de Sint, op een zeker moment. Heus.

Ondertussen is de strook haar op mijn rare hoofd nog iets scherper aangezet en beweeg ik mij met snel opvolgende niesdagen zo goed en zo kwaad als het gaat door het weinige daglicht. Blij als het straks weer januari is en de zon steeds weer wat langer haar licht laat schijnen over deze kant van de zwevende bol.

Tenslotte een verzoek. Teken de petitie om in (semi-)overheidsinstellingen, zoals bijvoorbeeld ziekenhuizen, een veganistische maaltijdkeuze te hebben. Bijna iedereen weet inmiddels wel dat vegan een wel heel eenvoudige en effectieve manier is om zuinig en respectvol met de planeet om te gaan en bijvoorbeeld zoiets lulligs als covid-19 te voorkomen (zet je alvast schrap voor wat er nog komen gaat). Toch is het nog steeds niet vanzelfsprekend dat plantaardig (voedsel) de norm is. Sterker: er zijn nog heel veel plekken waar je dan een beetje glazig wordt aangestaard, terwijl de wereld in brand staat. En dat is jammer. Namens mij en de andere dieren alvast grote dank voor je bewustzijn en ondertekening: laten we activisme verspreiden in plaats van virussen.

#waanvandedag

Hoera, de bieb is weer open. Dat betekent dat deze frisse boy weer een paar uur per week van de straat is. Dat is beter voor iedereen.

Gisteren nog. Ik zit in de trein en drie opgefokte pubers met donker trainingspak en coole hoodies zitten te roken. Ja, in de trein. Die stank ken ik nog uit de tijd dat er nog legaal gerookt kon worden in het edele monster. Wat een waanzin. Toen en nu. Omdat ik, behalve met blikken dodend naar die gastjes staren, verder niet veel zin had in een onnodige confrontatie, ben ik ergens anders gaan zitten. Erg veel keuze was er niet. Ik zat al zowat achterin en naar voren lopen, langs die ranzige kereltjes, dat leek mij niet de beste optie. De enige route die overbleef was een paar banken naar achteren, nog precies wat dichter in de buurt van de op stevig volume bellende moeder. Dat was een gesprek over niks, maar dat hield ze toch maar mooi een uur vol. Zoonlief speelde ondertussen met het geluid op standje gehoorgestoord een schietspel op zijn belachelijk dure telefoon. Niets dan geweervuur en exploderende granaten. En de kreten van stervende soldaten. Nou vooruit, ook kreten van spelplezier, want als je weer een stel vijanden hebt afgeslacht (inclusief geluiden van afgerukte hoofden en anderszins), dan mag je best trots juichen. Toch gek ook, want die hele achterlijkheid der mensch ervaar ik ook als zeer vijandig. Maar als ik dat hele zooitje gezellig af zou slachten, dan mag er juist niet worden gejuicht. Gek.

Overigens werd ik voordat ik in de trein stapte al bij de ingang van het station getrakteerd op een telefoongesprek van iemand anders. Dat ging van kanker dit en kanker dat. Het is inmiddels het meest gehoorde bijvoeglijk naamwoord, vermoed ik. En ik zweer je, het was een gesprek dat je normaal zou scharen onder het kopje 'lekker babbelen met een vriendin'. Al is dat niet hip om te zeggen. Een voor jou bekende van het vrouwelijk geslacht noem je een bitch. Dat is enorm vriendschappelijk bedoeld en zelfs een geuzennaam (zo wil het patriarchaat doen geloven).

Ik word steeds ouder, bozer en moedelozer. Ik weiger met deze totaal gestoorde tijd mee te gaan. Wat ik zie en hoor is totale domheid. De massamens, de consumerende zombie die alleen maar plek opeist, schreeuwt om meer en nooit tevreden is. Weerstand moet monddood worden gemaakt. Het is een hysterische meute rennend in verstikkende rondjes. En daar ergens in het midden lig ik op de grond. Huilend, hyperventilerend en vertrapt. Niet om zielig te doen, maar het voelt gewoon zo. Kon ik maar doen alsof, het filteren, negeren. Helaas zat dat tooltje niet in mijn bouwpakket.

Mijn wens is een heel klein huis. Op wielen desnoods. Het staat op een rots en kijkt aan de ene kant uit over de zee en aan de andere kant is een wezenloos groot bos. Verder niets. Ja, wolken. En dieren. Een kip, een geit, vogels en een eekhoorn. Misschien een hond en een kat. Ik heb er geen omkijken naar, ze redden zich prima. We houden elkaar gezelschap en vinden onszelf leuk zoals we zijn. Oh, een tuin is er ook. Met fruit en groenten.

Maar goed. Morgenmiddag eerst de bieb. Voor de illusie van rust en ruimte.

#waanvandedag

Ik houd het heel kort. Al een tijdje zit 'Hangman' in mijn hoofd. Een nummer van mij, uitgevoerd met Cradle FC. Daarom dacht ik, laat ik in plaats van oeverloos kletsen de muziek delen. Een live versie uit 2010.

#waanvandedag #cradlefc #muziek #music #live #etfrecords #bandcamp

De dagen speelden zich vooral af in het verleden. Dossiers doorlezen, foto's uitzoeken en dan een laptop die er spontaan een paar keer zonder enige aanleiding mee stopt, zodat alles weer van voren af aan kon beginnen. Lachen hoor, dat digitale leven. En zo efficiënt ook. Maar goed, die losse draad pakken we dan wel weer eens op.

De dag van nu stond in het teken van, wellicht ook enigszins in het kader van regressie, het afscheren van flink wat haar. Momenteel ga ik als mohawkdrager door het leven. Als je niet beter wist zou je denken dat ik zo'n linkse radicaal ben. Of nou, vooruit: radikaal. Ik ben er dik tevreden mee en voel me weer als de jongen die ik altijd al was. Toen we na al dat gescheer buiten aan het lanterwandelen waren had ik steeds een enorme neiging om denkbeeldige Starbucksruiten, reclameborden en meer van die kapitalistisch uitingen in te trappen. Terwijl ik toch echt de laatste zal zijn die spuugt op dat hele kutsysteem, dus u begrijpt mijn staat van onbegrijpelijkheid om zoveel activistisch gedachtegoed. Gelukkig liepen we grotendeels door het park en zagen de bomen dat het allemaal zo'n vaart niet liep.

Er was nog iets wat ik hoognodig wilde delen met mijn leesgetrouwen, maar het is mij ontschoten. Helaas. Volgens mij was het best de moeite waard, maar zelfs die dingen willen graag hun eigen geheugenruimte hebben en houden, zo blijkt. Je zult zien dat zodra ik dit schrijfbrijtje vrijgeef, dat het me dan weer te binnen schiet. Terugschieten maar dan.

De dagen leenden zich ook voor het beluisteren van een verse (en toch hartstikke oude; het lijkt een thema) cd van Siouxsie and the Banshees. Wat ben ik blij dat ik van de week nog even een half uurtje ben gaan rondneuzen in de extreem onnavolgbare en belachelijk laag geprijsde collectie van – vergeef mij deze zonde – Media Markt. Ja, ik ben dus toch gek. Maar oké, een fijne muzikale reis rijker, dat telt. Het heeft er alle schijn van dat Siouxsie na al die jaren toch echt een vaste plek heeft veroverd in mijn persoonlijke top-nogwat.

Vanmiddag las ik tussen alle waanbeelden door nog een kop: Trump begroet aanhangers. Ik zal toch niet de enige zijn die dan denkt dat die slechte verliezer in het Land van Nooit in een of andere vage camperstalling al zijn aanhangwagens een bemoedigend klopje geeft en een lief woordje tegen ze spreekt?

#waanvandedag

Ik kocht pasta voor de Voedselbank. Na het afrekenen bleek dat de inzamelactie pas volgende week begint. Dus nu hebben we een pasta die we anders nooit in huis zouden hebben. Dan denk je: geen punt, dan eet je die toch gewoon. En zo is het.

Bij het kruispunt waar nu volop chaos heerst (meer dan anders) omdat er allerlei nieuw asfalt, een fietspad en een brug wordt gerenoveerd en dan huppekee gelijk de hele boel maar herinrichten, valt het op dat automobilisten erg veel moeite hebben met het interpreteren van wat de verkeersregelaars van ze willen. Het is een fascinerend schouwspel met veel getoeter, open portierraampjes, scheldpartijen, schelle verkeersfluitjes en een zwik andere verkerende deelnemers die zich juist nergens druk om maken. Balans moet er zijn.

In een stad waar eerst fietsers en daarna voetgangers de baas zijn, mogen zij dan ook volgens verwachting doen wat ze niet laten kunnen. Meest in het oog springend ben ik dan, de deviante loopvogel die de boel graag bekijkt en zich daarom juist wel aan de wild gebarende armbewegingen van de mensen in fel geel-oranje houdt. Met een beetje mazzel geef ik die hardwerkende fluitisten dan toch een voldaan gevoel: tenminste iemand die hen serieus neemt.

Het wandeldingetje door het park naar de supermarkt gaf mij in ieder geval weer wat lucht. Vervuilde lucht, dat ook. Maar toch, aangezien november blijkbaar is uitgeroepen tot bovengemiddelde niesdagenmaand, was het toch fijn alleen wat achter mijn natte neus aan te lopen en 'm af en toe eens grondig – we zijn tenslotte buiten en gaan met grote bogen om elkaar heen (oh ja joh?) – op te halen. En waar ik ophaal, haalt een ander af. De afhaalloketten zijn als paddenstoelen uit de grond geschoten. Nu is het ook wel de tijd van het jaar voor die schimmelpracht, dat scheelt. Een heuse optocht van koffietjes to go met links en rechts de lege bekers in de struiken.

Om niet te vervallen in nog meer oeverloos geouwehoer laat ik het hier dan maar even bij. Aju en de groeten aan je denkbeeldige vrienden hè?

#waanvandedag

Het goede nieuws is dat het na jaren van dikke ellende rondom het einde van het jaar nu zover lijkt te zijn dat er een verbod komt op vuurwerk. Stel je eens voor hoeveel schade dat scheelt. Zowel fysiek leed als materiële toestanden. Geen overvolle eerstehulpposten meer, geen eindeloze stroom ambulances, politie- en brandweerauto's. Ik noem maar wat.

Het is natuurlijk te bizar voor woorden dat dit niet decennia geleden kon worden bedacht en vooral uitgevoerd. Maar wie weet, komt het er nu van. Al zal er flink wat huilie-huilie worden gedaan door een populatie die ik bij voorkeur schaar onder het kopje oliedom en per definitie een bedreiging voor de eigen en, vooruit, elke soort.

Onbegrijpelijk vind dan vervolgens dat er miljoenen aan compensatie zou moeten worden uitgetrokken voor de zogenaamde noodlijdende vuurwerkbranche. Wat de neuk? Hoe achterlijk is dat? Ik heb totaal geen medelijden met personen die willens en wetens met droge ogen een bijdrage leveren aan een jaarlijks ritueel van rondvliegende ledematen, oog- en gehoorschade en een onvoorstelbare hoeveelheid andere ongelukken. Gewetenloos bakken geld verdienen ten koste van het leed van anderen.

Waarom gaan die compensatiemiljoenen niet direct naar de zorg? Waarom al dat geld niet gebruiken om de zorgverzekeringen te verlagen? Waarom de miljarden aan geleden schade door de jaren heen niet alsnog verhalen op fabrikanten, importeurs en verkopers/dealers?

Goed, ik zal wel te simpel denken en te extreme denkbeelden hebben. Het ligt vast aan mij dat ik helemaal niets kan en wil begrijpen van dit zoveelste bewijs van menselijke idioterie.

Vuurwerk. Booming business. Afschieten die handel. Grapjas.

#waanvandedag

Dat wordt nog lachen daar in het denkbeeldige land der staten met Sjef Overkam die maar blijft dreinen en jengelen dat er vals wordt gespeeld. Kindje toch. Niet dat ik nou enorm veel blijer word van Joepie Biden, maar je moet toch wat. Meest verbazend vind ik dat er miljoenen mensen denken dat er maar twee partijen zijn daar. Rood of Blauw. Maar er zijn er meer hoor, heus. Groen bijvoorbeeld. Het zegt veel over het conservatisme in het gejatte land der Verdeelde Staten. Dream on.

Ondertussen zit de schrik er hier ook goed in na het lezen van de sociale intenties en zelfs het niet langer heilig verklaren van de vrije markt door Mark en de zijnen. Moet niet gekker worden. De enige reden die ik kan bedenken is dat het erg goed past bij de sorry-politiek. Sorry dat we nu al tien jaar lang iedereen hebben uitgeknepen, maar we zien nu in dat het ook heus anders zou kunnen. Ja, dat uitknijpen dan. Laten we wel wezen, we willen een stevig midden, dan kan het aan de bovenkant nog wat meer groeien en snoeien we er aan de onderkant flink wat van af. Zolang het midden maar tevreden gehouden wordt geeft dat een stevige body. En het klopt dat dan uiteindelijk de onderkant van dat midden ook wegrot, maar tegen die tijd is iedereen alweer in slaap gewiegd door een volgende suikerhypnose.

Ik zou echt willen geloven dat zelfs een stel kapitalistische idioten in staat is tot voortschrijdend inzicht, maar ik vertrouw het zaakje niet. Alleen al omdat hun enorme voorsprong zo groot is dat ze zich zulke zogenaamd progressieve praatjes kunnen veroorloven. Daarbij moet het nog worden goedgekeurd door de stijf van de botox staande leden, dus dat hele 'ommezwaaifeest' gaat niet door. Maar, dan kunnen ze wel zeggen dat ze welwillend waren en het hebben geprobeerd.

Ik verzuur, ik word bitterder en bitterder. Probeer dat maar eens tien keer zonder haperen achter elkaar te zeggen of typen. Lukt je niet. Daarom, ik heb het ook niet makkelijk.

Waar ik ook mij ook over verwonder is hoe ik tijdens een rondje fietsen voorafgaand aan de boodschappenellende regelmatig door een haag van overzijdepraters moet. Ofwel, aan de ene kant van de weg of het fietspad staat iemand te praten met iemand aan de andere kant. Daar zit dan – in het geval van de omfietsroute die ik maak – net anderhalf á twee meter tussen. Daar moet ik dan doorheen. Nou, reken even mee. Dat is dus voor het gemak twee meter. Haal daar mijn lijfjesbreedte vanaf. Houd je ongeveer anderhalve meter over. Dat gedeeld door twee. Heb ik aan weerszijden op 75 centimeter afstand tussen twee op volume naar elkaar kwekkende mensen staan. Dat geeft een hoop gespuug, of zoals dat nu heet: aerosolen, waar ik gezellig doorheen mag met mijn godverziekende kop. En dat, ik overdrijf niet eens heel erg, een keer of zeven tijdens zo'n ritje. Gelukkig maar dat het aantal besmettingen nu daalt, anders zou ik hier Kamervragen over insturen.

Tijdens een van die douchemomenten zag ik een raaf op een lantarenpaal met zijn kop een beetje scheef de boel eens aanzien. Hij schraapte opzichtig luid zijn snavel, sloeg zijn vleugels uit en vloog weg. Ongetwijfeld op weg naar een griepprikconsult. Nee, ik zie ze niet vliegen, maar wel uit de lucht vallen. Rust zacht, vogels.

#waanvandedag