ego echo

waanvandedag

Hoera, de bieb is weer open. Dat betekent dat deze frisse boy weer een paar uur per week van de straat is. Dat is beter voor iedereen.

Gisteren nog. Ik zit in de trein en drie opgefokte pubers met donker trainingspak en coole hoodies zitten te roken. Ja, in de trein. Die stank ken ik nog uit de tijd dat er nog legaal gerookt kon worden in het edele monster. Wat een waanzin. Toen en nu. Omdat ik, behalve met blikken dodend naar die gastjes staren, verder niet veel zin had in een onnodige confrontatie, ben ik ergens anders gaan zitten. Erg veel keuze was er niet. Ik zat al zowat achterin en naar voren lopen, langs die ranzige kereltjes, dat leek mij niet de beste optie. De enige route die overbleef was een paar banken naar achteren, nog precies wat dichter in de buurt van de op stevig volume bellende moeder. Dat was een gesprek over niks, maar dat hield ze toch maar mooi een uur vol. Zoonlief speelde ondertussen met het geluid op standje gehoorgestoord een schietspel op zijn belachelijk dure telefoon. Niets dan geweervuur en exploderende granaten. En de kreten van stervende soldaten. Nou vooruit, ook kreten van spelplezier, want als je weer een stel vijanden hebt afgeslacht (inclusief geluiden van afgerukte hoofden en anderszins), dan mag je best trots juichen. Toch gek ook, want die hele achterlijkheid der mensch ervaar ik ook als zeer vijandig. Maar als ik dat hele zooitje gezellig af zou slachten, dan mag er juist niet worden gejuicht. Gek.

Overigens werd ik voordat ik in de trein stapte al bij de ingang van het station getrakteerd op een telefoongesprek van iemand anders. Dat ging van kanker dit en kanker dat. Het is inmiddels het meest gehoorde bijvoeglijk naamwoord, vermoed ik. En ik zweer je, het was een gesprek dat je normaal zou scharen onder het kopje 'lekker babbelen met een vriendin'. Al is dat niet hip om te zeggen. Een voor jou bekende van het vrouwelijk geslacht noem je een bitch. Dat is enorm vriendschappelijk bedoeld en zelfs een geuzennaam (zo wil het patriarchaat doen geloven).

Ik word steeds ouder, bozer en moedelozer. Ik weiger met deze totaal gestoorde tijd mee te gaan. Wat ik zie en hoor is totale domheid. De massamens, de consumerende zombie die alleen maar plek opeist, schreeuwt om meer en nooit tevreden is. Weerstand moet monddood worden gemaakt. Het is een hysterische meute rennend in verstikkende rondjes. En daar ergens in het midden lig ik op de grond. Huilend, hyperventilerend en vertrapt. Niet om zielig te doen, maar het voelt gewoon zo. Kon ik maar doen alsof, het filteren, negeren. Helaas zat dat tooltje niet in mijn bouwpakket.

Mijn wens is een heel klein huis. Op wielen desnoods. Het staat op een rots en kijkt aan de ene kant uit over de zee en aan de andere kant is een wezenloos groot bos. Verder niets. Ja, wolken. En dieren. Een kip, een geit, vogels en een eekhoorn. Misschien een hond en een kat. Ik heb er geen omkijken naar, ze redden zich prima. We houden elkaar gezelschap en vinden onszelf leuk zoals we zijn. Oh, een tuin is er ook. Met fruit en groenten.

Maar goed. Morgenmiddag eerst de bieb. Voor de illusie van rust en ruimte.

#waanvandedag

Ik houd het heel kort. Al een tijdje zit 'Hangman' in mijn hoofd. Een nummer van mij, uitgevoerd met Cradle FC. Daarom dacht ik, laat ik in plaats van oeverloos kletsen de muziek delen. Een live versie uit 2010.

#waanvandedag #cradlefc #muziek #music #live #etfrecords #bandcamp

De dagen speelden zich vooral af in het verleden. Dossiers doorlezen, foto's uitzoeken en dan een laptop die er spontaan een paar keer zonder enige aanleiding mee stopt, zodat alles weer van voren af aan kon beginnen. Lachen hoor, dat digitale leven. En zo efficiënt ook. Maar goed, die losse draad pakken we dan wel weer eens op.

De dag van nu stond in het teken van, wellicht ook enigszins in het kader van regressie, het afscheren van flink wat haar. Momenteel ga ik als mohawkdrager door het leven. Als je niet beter wist zou je denken dat ik zo'n linkse radicaal ben. Of nou, vooruit: radikaal. Ik ben er dik tevreden mee en voel me weer als de jongen die ik altijd al was. Toen we na al dat gescheer buiten aan het lanterwandelen waren had ik steeds een enorme neiging om denkbeeldige Starbucksruiten, reclameborden en meer van die kapitalistisch uitingen in te trappen. Terwijl ik toch echt de laatste zal zijn die spuugt op dat hele kutsysteem, dus u begrijpt mijn staat van onbegrijpelijkheid om zoveel activistisch gedachtegoed. Gelukkig liepen we grotendeels door het park en zagen de bomen dat het allemaal zo'n vaart niet liep.

Er was nog iets wat ik hoognodig wilde delen met mijn leesgetrouwen, maar het is mij ontschoten. Helaas. Volgens mij was het best de moeite waard, maar zelfs die dingen willen graag hun eigen geheugenruimte hebben en houden, zo blijkt. Je zult zien dat zodra ik dit schrijfbrijtje vrijgeef, dat het me dan weer te binnen schiet. Terugschieten maar dan.

De dagen leenden zich ook voor het beluisteren van een verse (en toch hartstikke oude; het lijkt een thema) cd van Siouxsie and the Banshees. Wat ben ik blij dat ik van de week nog even een half uurtje ben gaan rondneuzen in de extreem onnavolgbare en belachelijk laag geprijsde collectie van – vergeef mij deze zonde – Media Markt. Ja, ik ben dus toch gek. Maar oké, een fijne muzikale reis rijker, dat telt. Het heeft er alle schijn van dat Siouxsie na al die jaren toch echt een vaste plek heeft veroverd in mijn persoonlijke top-nogwat.

Vanmiddag las ik tussen alle waanbeelden door nog een kop: Trump begroet aanhangers. Ik zal toch niet de enige zijn die dan denkt dat die slechte verliezer in het Land van Nooit in een of andere vage camperstalling al zijn aanhangwagens een bemoedigend klopje geeft en een lief woordje tegen ze spreekt?

#waanvandedag

Ik kocht pasta voor de Voedselbank. Na het afrekenen bleek dat de inzamelactie pas volgende week begint. Dus nu hebben we een pasta die we anders nooit in huis zouden hebben. Dan denk je: geen punt, dan eet je die toch gewoon. En zo is het.

Bij het kruispunt waar nu volop chaos heerst (meer dan anders) omdat er allerlei nieuw asfalt, een fietspad en een brug wordt gerenoveerd en dan huppekee gelijk de hele boel maar herinrichten, valt het op dat automobilisten erg veel moeite hebben met het interpreteren van wat de verkeersregelaars van ze willen. Het is een fascinerend schouwspel met veel getoeter, open portierraampjes, scheldpartijen, schelle verkeersfluitjes en een zwik andere verkerende deelnemers die zich juist nergens druk om maken. Balans moet er zijn.

In een stad waar eerst fietsers en daarna voetgangers de baas zijn, mogen zij dan ook volgens verwachting doen wat ze niet laten kunnen. Meest in het oog springend ben ik dan, de deviante loopvogel die de boel graag bekijkt en zich daarom juist wel aan de wild gebarende armbewegingen van de mensen in fel geel-oranje houdt. Met een beetje mazzel geef ik die hardwerkende fluitisten dan toch een voldaan gevoel: tenminste iemand die hen serieus neemt.

Het wandeldingetje door het park naar de supermarkt gaf mij in ieder geval weer wat lucht. Vervuilde lucht, dat ook. Maar toch, aangezien november blijkbaar is uitgeroepen tot bovengemiddelde niesdagenmaand, was het toch fijn alleen wat achter mijn natte neus aan te lopen en 'm af en toe eens grondig – we zijn tenslotte buiten en gaan met grote bogen om elkaar heen (oh ja joh?) – op te halen. En waar ik ophaal, haalt een ander af. De afhaalloketten zijn als paddenstoelen uit de grond geschoten. Nu is het ook wel de tijd van het jaar voor die schimmelpracht, dat scheelt. Een heuse optocht van koffietjes to go met links en rechts de lege bekers in de struiken.

Om niet te vervallen in nog meer oeverloos geouwehoer laat ik het hier dan maar even bij. Aju en de groeten aan je denkbeeldige vrienden hè?

#waanvandedag

Het goede nieuws is dat het na jaren van dikke ellende rondom het einde van het jaar nu zover lijkt te zijn dat er een verbod komt op vuurwerk. Stel je eens voor hoeveel schade dat scheelt. Zowel fysiek leed als materiële toestanden. Geen overvolle eerstehulpposten meer, geen eindeloze stroom ambulances, politie- en brandweerauto's. Ik noem maar wat.

Het is natuurlijk te bizar voor woorden dat dit niet decennia geleden kon worden bedacht en vooral uitgevoerd. Maar wie weet, komt het er nu van. Al zal er flink wat huilie-huilie worden gedaan door een populatie die ik bij voorkeur schaar onder het kopje oliedom en per definitie een bedreiging voor de eigen en, vooruit, elke soort.

Onbegrijpelijk vind dan vervolgens dat er miljoenen aan compensatie zou moeten worden uitgetrokken voor de zogenaamde noodlijdende vuurwerkbranche. Wat de neuk? Hoe achterlijk is dat? Ik heb totaal geen medelijden met personen die willens en wetens met droge ogen een bijdrage leveren aan een jaarlijks ritueel van rondvliegende ledematen, oog- en gehoorschade en een onvoorstelbare hoeveelheid andere ongelukken. Gewetenloos bakken geld verdienen ten koste van het leed van anderen.

Waarom gaan die compensatiemiljoenen niet direct naar de zorg? Waarom al dat geld niet gebruiken om de zorgverzekeringen te verlagen? Waarom de miljarden aan geleden schade door de jaren heen niet alsnog verhalen op fabrikanten, importeurs en verkopers/dealers?

Goed, ik zal wel te simpel denken en te extreme denkbeelden hebben. Het ligt vast aan mij dat ik helemaal niets kan en wil begrijpen van dit zoveelste bewijs van menselijke idioterie.

Vuurwerk. Booming business. Afschieten die handel. Grapjas.

#waanvandedag

Dat wordt nog lachen daar in het denkbeeldige land der staten met Sjef Overkam die maar blijft dreinen en jengelen dat er vals wordt gespeeld. Kindje toch. Niet dat ik nou enorm veel blijer word van Joepie Biden, maar je moet toch wat. Meest verbazend vind ik dat er miljoenen mensen denken dat er maar twee partijen zijn daar. Rood of Blauw. Maar er zijn er meer hoor, heus. Groen bijvoorbeeld. Het zegt veel over het conservatisme in het gejatte land der Verdeelde Staten. Dream on.

Ondertussen zit de schrik er hier ook goed in na het lezen van de sociale intenties en zelfs het niet langer heilig verklaren van de vrije markt door Mark en de zijnen. Moet niet gekker worden. De enige reden die ik kan bedenken is dat het erg goed past bij de sorry-politiek. Sorry dat we nu al tien jaar lang iedereen hebben uitgeknepen, maar we zien nu in dat het ook heus anders zou kunnen. Ja, dat uitknijpen dan. Laten we wel wezen, we willen een stevig midden, dan kan het aan de bovenkant nog wat meer groeien en snoeien we er aan de onderkant flink wat van af. Zolang het midden maar tevreden gehouden wordt geeft dat een stevige body. En het klopt dat dan uiteindelijk de onderkant van dat midden ook wegrot, maar tegen die tijd is iedereen alweer in slaap gewiegd door een volgende suikerhypnose.

Ik zou echt willen geloven dat zelfs een stel kapitalistische idioten in staat is tot voortschrijdend inzicht, maar ik vertrouw het zaakje niet. Alleen al omdat hun enorme voorsprong zo groot is dat ze zich zulke zogenaamd progressieve praatjes kunnen veroorloven. Daarbij moet het nog worden goedgekeurd door de stijf van de botox staande leden, dus dat hele 'ommezwaaifeest' gaat niet door. Maar, dan kunnen ze wel zeggen dat ze welwillend waren en het hebben geprobeerd.

Ik verzuur, ik word bitterder en bitterder. Probeer dat maar eens tien keer zonder haperen achter elkaar te zeggen of typen. Lukt je niet. Daarom, ik heb het ook niet makkelijk.

Waar ik ook mij ook over verwonder is hoe ik tijdens een rondje fietsen voorafgaand aan de boodschappenellende regelmatig door een haag van overzijdepraters moet. Ofwel, aan de ene kant van de weg of het fietspad staat iemand te praten met iemand aan de andere kant. Daar zit dan – in het geval van de omfietsroute die ik maak – net anderhalf á twee meter tussen. Daar moet ik dan doorheen. Nou, reken even mee. Dat is dus voor het gemak twee meter. Haal daar mijn lijfjesbreedte vanaf. Houd je ongeveer anderhalve meter over. Dat gedeeld door twee. Heb ik aan weerszijden op 75 centimeter afstand tussen twee op volume naar elkaar kwekkende mensen staan. Dat geeft een hoop gespuug, of zoals dat nu heet: aerosolen, waar ik gezellig doorheen mag met mijn godverziekende kop. En dat, ik overdrijf niet eens heel erg, een keer of zeven tijdens zo'n ritje. Gelukkig maar dat het aantal besmettingen nu daalt, anders zou ik hier Kamervragen over insturen.

Tijdens een van die douchemomenten zag ik een raaf op een lantarenpaal met zijn kop een beetje scheef de boel eens aanzien. Hij schraapte opzichtig luid zijn snavel, sloeg zijn vleugels uit en vloog weg. Ongetwijfeld op weg naar een griepprikconsult. Nee, ik zie ze niet vliegen, maar wel uit de lucht vallen. Rust zacht, vogels.

#waanvandedag

Omdat ik een prei had gewonnen, mocht ik op kosten van de organisatie naar de prei-uitrijking. Dat was fijn, want het was een flink eind uit de buurt en het zou mij minstens een overnachting kosten. Dat was dus gelukkig allemaal geen punt. En dan te bedenken dat ik lang niet de enige preiwinnaar was. Het gaf maar aan hoe preizenswaardig deze hele geste was.

In opperbest humeur heb ik de prei in ontvangst genomen. Ondanks dat het niet eens de eerste prei was, maar wel de publieksprei. Eerlijk gezegd hecht ik daar ook veel meer waarde aan. Ik bedoel, zo'n jury zal best deskundig zijn en kent ongetwijfeld niet zomaar iedereen een prei toe, maar als het publiek jou weet te waarderen, dan kun je als vanzelfsprekend rekenen op goedgevulde zalen en fijne schnabbels. Ik prei mijzelf dan ook een bevoorrecht mens.

Wat ik ook erg leuk vond aan het preifestijn, was dat er veel moeite was gedaan om aan elke preicategorie een originele draai te geven. Het gaat nu te ver om alles te benoemen; neem van mij aan dat het iedere prei nog meer cachet gaf.

Na het officiële gedeelte van de memorabele avond zijn we met iedereen die op de preilijst stond een lekker ijsje gaan eten en hebben we elkaars prei nog uitvoerig nabesproken. Overbodig te zeggen dat deze preizenswaardige groep die nacht doorging tot in de vroege uurtjes. We hebben onderling afgesproken hierover geen details prei te geven. Aan die code houd ik mij dan ook.

Weer thuis heb ik de prei een prominente plek in huis gegeven en laat ik 'm zien aan iedereen die ook maar een klein beetje interesse toont. Het is ook niet nogal een blikvanger!

Helaas, en dat vind ik oprecht jammer, zat er dit jaar geen mooi geldbedrag vast aan de prei, dus het is nog steeds op de kleintjes letten. Ik koop daarom bij voorkeur zoveel mogelijk afgepreide artikelen. Hopelijk val ik volgend jaar opnieuw in de preien en is er dan wel weer een geldprei te winnen. De ene prei is tenslotte de andere niet!

#waanvandedag

I think everything is falling apart. Het zijn voor mij legendarische woorden die Ian Curtis tussen twee nummers door sprak. Het staat op een bootleg en het zijn precies dat soort momenten waar ik zo'n brakke live opname voor beluister. Want er gebeurde nogal wat tijdens de optredens van Joy Division. Technisch ging er bijna altijd heel veel mis. En dan had je meneer Curtis zelf die regelmatig een epileptische aanval kreeg op het podium. Uiteindelijk werd hij onder andere daar zo wanhopig van dat hij er op 23-jarige leeftijd de brui aan gaf. Zijn leven was kort en is inmiddels zowat een mythe.

Het zijn ook dezelfde woorden die vaak door mijn hoofd sluipen wanneer ik allerlei artikelen lees over de staat waarin de mij zo dierbare planeet verkeert. Alles stort langzaam maar zeker in. Met vandaag als symboliek van de ontspoorde plank het ontzielde metrostel op een stalen walvisstaart. De wanhoop in beeld.

De walvissen staan ook symbool voor hun collegazwemmers; de haaien die er zeer waarschijnlijk met miljoenen tegelijk aan moeten geloven omdat hun leverinhoud nodig is voor een vaccin tegen covid-19. Veel gekker wordt het niet. Eerst gezellig een virus oplopen dat we zelf over ons afroepen door onze manier van omgaan met alles en iedereen. Om dan vervolgens voor het heilig verklaarde behoud van onze armetierige soort een andere, volgende, soort stelselmatig over de kling te jagen. Zonder te beseffen wat daarvan de catastrofale gevolgen zullen zijn. Gaat lekker.

En dan dat infantiele gesnik over hoelang we deze hele toestand in godsnaam nog vol moeten houden en wanneer alles eindelijk weer eens een beetje normaal is. Goedemorgen, dit ís de norm. Bestemming bereikt. Omkijken heeft geen zin, je moet het doen met hoe het is en maar hopen dat het een beetje meevalt. En kijk daarbij vooral jezelf aan in de spiegel. Eigen bult, dikke schuld (de titel van mijn allereerste poëzieschrift, maar dat terzijde).

Toen Markje R. een maand of wat terug de woorden sprak dat dit de ergste crisis was sinds WOII, toen had iedereen zelf kunnen bedenken dat er ook nooit een keerpunt is geweest na die oorlog. Niets werd – logisch ook, want dat kan helemaal niet – zoals voor die rampzalige gebeurtenis. Sterker, het werd de opmaat voor de puinzooi waar we nu middenin zitten. De zichzelf op de borst kloppende VS was er als de kippen bij om Europa te bezetten met een allesvernietigende ideologie. Om via die weg uiteindelijk de hele wereld om zeep te helpen. Met als immoreel hoogtepunt de farce die zich daar nu afspeelt onder het mom van verkiezingen. En ook nu is de hele tweevoetige bende op deze ooit zo mooie blauwe knikker er vol van. Treurig toch. Ik moet Het Goede Doel nageven dat ik alleen maar instemmend knikte wanneer zij zongen dat Amerika niet echt bestaat. Of, geheel in de geest van Trompet Overkam: it's as fake as fuck! Uiteindelijk zijn er alleen maar verliezers, de mensen op straat, in tenten en vodden. Dat is Amerika. Home of the robbed. Dromen tot je erbij neervalt. Kortom, een nachtmerrie.

Al die globale shit hebben we, behalve aan onze volstrekt naïeve, oneindige honger naar meer en goedkoop, goedkoper, goedkoopst, te danken aan de belachelijk rijken der aarde die er nog maar eens een miljardje of wat bij hebben gegraaid. Maar hé, voor een ultiem gevoel van schraleplekkentroost: ook zij gaan vroeg of laat een hele dikke rekening krijgen. Het zijn de werkelijke terroristen die zich hoog en droog wanen achter duizelingwekkende bankrekeningen, doorgesluisde miljarden en schimmige deals, die tijdens de val en passant nog wat planeten kapen en slopen, om vervolgens, net als iedereen, doodleuk het loodje te leggen, ofwel: lood om oud ijzer. Dus ja, de houdbaarheidsdatum is allang vervaagd, we leven dik in reservetijd. Om dan, net als toen, te zeggen dat we het niet wisten. Ammehoela en de groeten aan de kerstman.

En dan nu maar weer fijn een bootleg van Joy Division opzetten. Inderdaad Ian, everything is falling apart – maar de muziek leeft voort.

#waanvandedag

Volgens het etymologisch woordenboek stamt het woord slachtoffer, precies volgens verwachting, uit de tijd dat er offers aan een godheid werden gebracht. Ofwel, een dier werd geslacht en geofferd om die goden of god gunstig te stemmen. Dat is op zich een sterk staaltje magisch denken. Net als al die dwangmatige rituelen die bij een gemiddelde religie horen. Wat dat betreft is OCD iets van alle tijden.

Kijk je in hetzelfde woordenboek naar de iets moderner verklaring, dan wordt het woord gelinkt aan iemand die in het belang van een ander wordt geofferd. Zoals iemand die een aanslag pleegt en daarbij doodt, doet dat waarschijnlijk in de overtuiging dat die doden een vrolijke boel veroorzaken bij de god, het geloof of de religie van degene die slacht en dus offert. Dat mag je heus denken, maar of je het ook moet doen, mwah.

Slachtoffers zijn ook doden die vallen in het verkeer. Offers die blijkbaar nodig zijn om de verkeersgoden of het geloof in goed verkeer zoveel mogelijk positief te beïnvloeden. Leg dat maar uit aan een kind dat net de ouders verliest bij een aanrijding met een lachgassende bestuurder. Of de nabestaanden van de inzittenden van een trein die hevig ontspoort of een vliegtuig dat naar beneden flikkert of gewoon uit de lucht wordt geschoten.

En dan zijn er nog de offers die de natuur op zou eisen. Alles om een volgende overstroming of bosbrand te voorkomen. Die offers moeten toch echt ergens goed voor zijn.

De lijst met op z'n minst nare gebeurtenissen waar slachtoffers klaarblijkelijk onvermijdelijk zijn is meters lang. Je moet het maar geloven.

Daarom wens ik, wat mij ook ooit zal overkomen, nooit een slachtoffer te worden genoemd. Ik word niet geslacht en niet geofferd. Hoe bruut of juist lullig het voorval ook. Ik ben geen slachtoffer. Tenzij het geloof in het Vliegende Spaghettimonster ooit nog wordt erkend. Dan wil ik mijn wens eventueel herzien. In dat uitzonderlijke geval, vooruit, in naam van alles dat niet bestaat en waarin toch hele volksstammen wensen te geloven: de fik erin.

#waanvandedag

Het zal wel nieuwigheid zijn. Of ouderdom. Hoe dan ook zijn mijn niesdagen aan verandering onderhevig, net als alles in het leven. Voor de tweede keer op rij gaat het nu dus zo dat het ergens halverwege de ene dag begint, dan houdt de boel zich vervolgens gedeisd tijdens de nachtelijke uren (gelukkig maar, anders zou ik behalve wakker liggen ook nog de hele buurt bij elkaar niesen), om dan de volgende dag dus vrolijk verder te gaan. Tot zo ongeveer ergens in de loop van de middag, dan ebt het voorzichtig weg. Bofkont die ik ben. Geef mij dan liever maar de oude variant: een hele dag naar de kloten in plaats van twee dagen uitputtingsslag. Nee, kijk, ik wil niet klagen hoor, maar een beetje zeiken mag best.

Goed, dus toen de bui hier binnen een enigszins was weggetrokken, heb ik mezelf gedwongen om dan toch maar naar buiten te gaan. Even een uurtje eruit en dan gelijk een suffe boodschap doen. Ik trof het, want de bui buiten gaf mij op de wandeling heen slechts een paar spatjes. Om dan terug eens flink los te gaan. Schuilen had geen zin. Of tenminste, ik had er geen zin in. Sta je daar met een heel stel idioten naar je schermpje te staren om te zien of het al bijna stopt. Daar paste ik voor; dan maar nat thuiskomen. Altijd nog de minst slechte optie, als u het mij vraagt. Ik weet het, u vroeg mij niets, maar dat negeer ik gewoon.

Onderweg heb ik nog naar twee mensen gezwaaid. Dat durf ik dan wel omdat ik met dubbele capuchon oploop en ze mij dan toch niet herkennen. Nu zal de eerste sowieso gedacht hebben wat ik van 'm moest. Het was een kind van amper drie die met zijn twee handen tegen een glazen deur stond te duwen en dat nog graag even zo wilde volhouden. Tot ik voorbij liep. En maar zwaaien, die rare meneer. Ik weet ook niet wat mij bezielde. De tweede persoon staat nu ook nog steeds te piekeren wie die weirdo met z'n plastic tasje was die veel te blij voorbij kwam zwaaien. Daarom verheug ik mij nu al op mijn volgende knipafspraak, dan heb ik iets om over te beginnen. “Hé, Houda, die mafketel waar jij laatst zo twijfelend naar terug zwaaide? Ja, dat was ik. Bizar, ofnie? Ja toch? Hè? Nah, doe maar weer de zijkanten en achterkant zo kort mogelijk en dan bovenop weer een beetje zo'n mohawkachtige. Ja, welja, kijken we volgende keer wel weer naar een variant op het thema. Precies, daarom joh, daarom.”

Eenmaal thuis de natte zooi uitgetrokken en dat hangt nu her en der door het huis te drogen. Vrouwlief stuurt mij net een berichtje dat ze ook graag door de regen fietst en onderweg is naar huis. Dan ram ik tot die tijd nog even wat op mijn gitaar. Pure ontlading. Beter wordt het niet.

#waanvandedag