ego echo

waanvandedag

Wist ik tot een paar uur geleden nog niet: bevers slaan elkaar de hersens in om hun territorium te beschermen. Of te claimen, het is maar net hoe het uitkomt. En dat doen ze niet, zoals je dan zou verwachten, met hun damstaart. Nee, daar gebruiken ze stokken voor. Echt. Stokken. En flinke dingen ook. Ja, op beverformaat, maar dan nog. Het zijn net mensen. Wist ik niet. Nu wel.

Dat komt omdat we opnieuw uit eten waren bij onze vrienden hier tien minuten verderop. Leuke gesprekken, zelfs de moeilijker onderwerpen. Probeer bij een Noor maar eens voor de gein op het knopje openhartigheid te drukken, dat is nog een kunst, maar als het lukt dan heb je ook wat. En er werd tussendoor dus ook zomaar ineens spontaan informatief gebabbeld. Er staat namelijk een pot met van die beverse relstokken op een plank achter de eettafel. Verzameld door onze gastouders bij de rivier achter hun huis. Geen idee meer wat de aanleiding van het beverige verhaal was – nou, eigenlijk wel, maar dan wordt het wel een heel lang en oeverloos geschrijf – maar zo kwam dus de anekdote over hooligan-bevers op tafel. Figuurlijk, u snapt.

Verder was het een uitermate luie dag. Jemig, wat voelden we ineens hoe moe we zijn van de afgelopen dagen. Niet gek, al die indrukken en constant onderweg. Het is een feest hoor, begrijp me goed. En ook deze arbeidsloze 1 mei draagt daar aan bij. We deden zelfs een middagdutje voordat we richting etenstijd gingen. Meer rock en roll wordt het niet.

Goed, morgen gaan we weer flink aan de bak. Melhus, here we come! Hashtagzinin!

#muziek #waanvandedag

De komende dagen mag ik mij als heuse local gedragen in Melhus. Een kast van een huis dat ons zomaar door vrienden wordt geleend. Dat wordt verdwalen, wedden? Van een eenkamerappartement in Amsterdam, naar een Noors vrijstaand huis met zo ongeveer honderd kamers. Oké, iets minder, maar toch. Ik hoop maar niet dat het teveel went.

Over kamers gesproken: van de week had ik het over Malmö. In het hotel daar zaten we, geen grap, in Room 101. De laatopdeavond-receptionist keek mij verward en licht geërgerd aan toen ik daar onheilspellende geluiden bij maakte. Nou, dan is het simpel. Niet lachen om mijn bijdehante geloei, dan ook geen fijne beoordeling op het tergend trieste internet. Nee hoor, het werd heus een krappe voldoende. Met reden ook. Maar dat doet er verder niet toe.

Morgen een dagje reisvrij en dan een mooie reeks optredens in Trondheim en omgeving. Hebben we er zin an? Dacht het wel!

#muziek #waanvandedag

Met rode oogjes van het turen naar de Zweedse en Noorse weg, nu nog gelijk maar even wat de digitale ether in slingeren. Dan hebben we dat ook maar weer gehad en een beetje schrijfverwennerij mag best. Al is het maar voor mezelf en dat ei dat kwijt moet (waarom niet het hele jaar Pasen?).

De beloning is er dan ook naar. Ik bedoel, zere kijkers, maar als je dan na een dag pruttelen door berg en dal, langs de zee en meren en met geveinsde koelheid de douanier bij de Zweeds-Noorse grens netjes antwoordt op zijn met zoveel mogelijk testosteron afgevuurde vragen, ja dan is het wel enorm fijn om opnieuw welkom te worden ontvangen door onze gastouders voor een nacht: Irina en Paul.

Op het land achter hun huis zijn Irina en Paul druk met het bouwen van een kleine en toch ook best grote kas. In en rond het huis staan overal potten met planten, kruiden en weet ik wat allemaal. Daar kan best nog een kasplantje bij. In de verte hoor je de rivier, in de bomen talloze vogels waarvan ik gelukkig de specht dan wèl herken. Die timmert er lekker op los, zo langs de weg. Want ja, dat ook: we zitten pal langs de weg. Toch, ik zweer je, dat is nog altijd een oase van betrekkelijke rust in vergelijking met de heisa van de stad thuis. Sowieso viel het weer op hoe snel Noorwegen je dwingt tot kalmte. Geen gejakker over brede snelwegen, maar slingerende wegen met een gemiddelde snelheid van 60 kilometer per uur. Vaak minder, soms meer.

Het is en blijft schrijnend mooi: de bossen, de bergen, rivieren en meren. Schrijnend omdat het confronterend is. Ik besef dan hoe wij het in Nederland maar moeten doen met een parkje hier en een bosgebied daar. En zelfs dat is niet vanzelfsprekend met al het laagovervliegend geweld en op een steenworp afstand van zo'n reepje groen vierbaans snelwegen waar met liefst 130 en een zure kop overheen wordt gescheurd. We hebben zoiets moois als de Hoge Veluwe, ik noem maar wat, maar als je dan door landen als Zweden en Noorwegen reist, dan komen we veel te kort en is het niet zo raar dat we gek worden van de stress.

Natuurlijk, ik heb ook dubbele gevoelens, want ik rijd er nu doodleuk doorheen met een geleende auto. Ik laat omwille van de muziekkunst dus toch een extra afdruk achter en dat zit mij niet lekker. Ik kan daar niet zomaar overheen stappen, zelfs al zou ik dat willen; dat zit er bij mij niet in. Ik weet het, schiet niemand iets mee op, tja. Het is niet anders joh.

Wees gerust, ondanks al die innerlijke beslommeringen prijs ik mij meer dan gelukkig wanneer ik samen met vrouwlief en tevens kunstenpartner op de bank voor ons tijdelijk allerschattigste huis zit. Compleet met avondzon, sluierwolken, een kommetje rauwkost, brood en kaas.

#waanvandedag #muziek

Vanuit het kunstige theaterhotel van Malmö, tijd voor een flits-update. Vrouwlief is bezig met haar ochtendbadderij en ik ben mij mentaal aan het voorbereiden op de komende rit, naar daar waar de wegen Noors zijn.

Ons eerste optreden van deze tripperij was gisterenavond. Dus die kop is er alvast af. Het was fijn om te beginnen waar we vorige keer de tour eindigden en een hartelijk weerzien met lieve mensen. Lekker gespeeld ook, fijn publiek. Een goede start dus!

Nou, we gaan richting uitcheckmoment. Kort maar krachtig, u treft mij hier binnenkort weer.

#muziek #waanvandedag

Ik ging eerder vanavond samen met mijn dochter nog even bij mijn ouders langs om ze gedag te zeggen voor ik de weg op ga. Het ging kort even over de mode (niet te vermijden met een puber in het gezelschap) en hoe gescheurde kleding eigenlijk steeds weer opnieuw vet cool hip is. Mijn moeder vloog heel snel heen en weer terug in de tijd naar de periode dat mijn broer en ik de leeftijd van identiteitsontwikkeling en passende rebelsheid doormaakten. Jaren tachtig. Wij waren toen punk. En wave. Dark en cold wave dan. En meer post-punk dan gewoon mode-punk. Het was een levenshouding die er nooit helemaal uit is gegaan. Ik denk zelfs verder verfijnd, al kan ik alleen voor mezelf spreken natuurlijk.

Het was overigens een uitgelezen gelegenheid, zo tijdens onze trip down memory lane om te vertellen dat ik regelmatig met make-up in het openbaar te zien was. Eyeliner, mascara, je kent het wel. Maar die deed ik pas op als ik de deur van het ouderlijk huis achter mij had dichtgedaan en op gepaste afstand was. Later maakte ik nog wel eens met oogpotlood een tekeningetje op mijn wang. Een symbool, of een woord.

Pas een jaar of twee daarna werd ik door een groep discothekers van mijn fiets getrokken en in elkaar getrapt. Omdat ik nogal expressief op de dansvloer tekeer ging en dat voor hen maar een ding kon betekenen: homo! Dus dat riepen ze naar mij toen zij wat later die avond buiten op het plein stonden en ik mijn fiets pakte. Ik keek ze aan en stak een middelvinger op. Ik haalde mijn fiets van het slot en fietste rustig weg, ondanks dat ik hoorde hoe de groep trui-in-de-broek en collegegeschoende kudde achter mij aan brieste. Twee tellen later lag ik op de grond en kon niet veel anders dan mijn hoofd en gezicht zoveel mogelijk beschermen tegen de trappende voeten en spugende monden. Er was een meisje bij dat steeds riep dat het zo wel genoeg was en dat ze op moesten houden, maar gek genoeg leek dat het testosteron juist aan te moedigen.

Binnen amper drie minuten kwamen mijn broer en een vriend van ons aanrennen. Schreeuwend, tierend. De loeiende fluorkoeien sloegen op de vlucht, echt. Nog geen twee uur later veranderde de plaatselijke discotheek in een vechtende massa zoals je dat alleen in een Western ziet. Ondertussen zat ik trillend thuis met barstende koppijn en vroeg de politie van alles waar ik nauwelijks over na kon denken. Echt topfit voelde ik mij niet, weet je. Maar toen ik later besefte hoe een simpele middelvinger van een 15-jarige een heel dorp op stelten kon zetten, kikkerde ik toch behoorlijk op.

#waanvandedag

Ja, ik had dus gisteren 'wordt je' geschreven. Dat is niet goed, hè? Moest natuurlijk 'word je' zijn. Ik zag het ook heus, want ik heb het gelijk online aangepast. Alleen de volgers via e-mail kregen de onaangepaste versie. Ik wakker liggen, je snapt. Maar goed. We zijn inmiddels zo'n beetje 24 uur verder en ik heb gelukkig ook nog wel andere dingen aan mijn hoofd. Wat een mazzel. Stel je voor. Dan zou ik er dus een hele schrijfriedel aan moeten wijden. En dat voor een lousy t. Koppie thee erbij en klaar ben je. Koekje? Ja weljaatjoh, waarom niet?

Goed, nou, dus dat. Verder kan het hier de komende twee weken wat stil zijn. Misschien ook niet. Maar dan weet je het tenminste als het wel zo is. Ik lig dan, voor zover ik nu kan inschatten, niet ergens in een greppel te recyclen of iets. Welnee, geen zorgen. Ik ben gezellig op pad. De muziekkunst roept. En dan is het maar de vraag of het ervan komt, dat tikken van een leuk, boos, zielig, zwaar depri stukkie, of iets van die strekking. Daarom joh, daarom.

Adios en tot gauwtjes!

#waanvandedag #muziek

Jij ligt nog op bed en ik heb alvast thee voor je gemaakt. 'Wil je het daar, of hier?' 'Doe maar daar.' 'Oké', en ik zet de beker thee op de dekenkist die ook uitstekend kan doorgaan voor salontafel. Wonen in een eenkamerappartement, daar word je veelzijdig van. Ondertussen pingpongt het in mijn hoofd: jouw daar is mijn hier en mijn daar is jouw hier.

#waanvandedag

Nou, oké, een beetje context dan. In de buurt van Utrecht Centraal. Ik wacht bij een kantoorgebouw. Ik haal een vriendin op van haar werk en dan lopen we samen via de supermarkt naar haar huis en eten we wat, koffie, thee, koekje. Onze update-date zo eens in de twee, drie maanden.

Een jongen bedelt voorbij. De meeste kantoren gaan uit net zoals de scholen uitgaan, maar dan zonder blij gejoel. Ik zie vooral ingehouden frustratie, mobieltjes in de hand, oordoppen in. Zo snel mogelijk weg van hier. De jongen wordt genegeerd of hij krijgt een zwijgend nee. Soms is iemand zo aardig om het woord zelfs uit te spreken, maar dan wel zonder hem aan te kijken. Hij had duidelijk gehoopt op iets meer vrijgevigheid op deze zonnige dag. Dan komt hij bij mij. 'Heeft u wat kleingeld voor mij, meneer? Vijftig cent, een euro, twee euro misschien?' 'Nee, sorry jongen.' 'Of anders misschien vijf euro, of tien? Briefjes mogen ook.' 'Nee, sorry...' 'Ja, verdomme, zo wordt het dus niks natuurlijk!'

#waanvandedag

Vanavond maakte ik kennis met mijn tweede schoonzoon in spe. De eerste zag ik niet helemaal zitten en dochterlief kwam daar na een periode van stug volhouden zelf ook achter. Nooit leuk en altijd ingewikkeld, maar ach, ze zijn nog zo jong en willen van alles. En als het niet werkt, dan werkt het niet. Simpel. Voor mij dan, als ouwe lul. En dan nog, ook ik heb zo mijn geklooi gehad, dus vooruit.

De tweede dus. Nou, ik zeg eerlijk: dat snap ik. Ik bedoel, ik begrijp dat mijn dochter en hij elkaar zien zitten. Soms heb je dat gewoon, blij en verliefd. En bij die twee zie ik dat ook. Geen idee voor hoe lang, maar voor nu hebben ze mijn zegen. En natuurlijk helpt het ook als er bij zo'n kennismaking sprake is van het leggen van een respectabele verstandhouding. Want, aanstaande schoonzoon heeft nu al ontzag voor zijn aanstaande schoonvader. Afdwingen noem je dat. Ook simpel.

Want ja, hoe gaat dat tijdens zo'n kennismakingsprutteltje? Beetje luchtig koetjeskalven, blablatje hier, hikje daar. Zo kwam het op mijn treinleven. En dat ik vanaf het huis van mijn dochter in Rotterdam naar de trein loop. Dat is toch zeker een kwartier. Nou, dat is reden genoeg voor een korte knik inclusief opgetrokken wenkbrauwen en gekrulde onderlip. Bewondering noemen ze dat. Kijk, dat pak ik dan toch maar mooi mee.

Maar, er was meer. Want op zijn vraag hoe ik dan al die tijd doorkwam als ik ook nog eens een uur in de trein zat, antwoordde ik zonder sprankje aarzeling: lezen. Ja, dat kwam wel even binnen. Lezen. Een uur heen en een uur terug. Hij probeerde het zich zonder te knipperen voor te stellen en ik zag dat het de beste jongen zwaar viel. Daarom, bij wijze van handreiking stopte ik hem toch ook maar een paar geruststellende woorden toe: maar soms kijk ik ook wel op mijn telefoon hoor! Zichtbare opluchting. Dus nou, mijn Schoonzoon de Tweede en ik, dat zit wel snor.

#waanvandedag

Krenten en pap, ik heb er niet veel mee, maar als je ze vindt, prima. Wees blij, be happy. Geen probleem. Ik heb alleen nooit zo goed begrepen wat er zo lekker is aan krenten in de pap. Sowieso, pap. Ik heb het fenomeen nooit intrinsiek kunnen omarmen. Vaag heb ik wel een herinnering aan een bord havermoutpap of Brinta – is dat hetzelfde eigenlijk?

Hoe dan ook, het is zo'n verdrongen verwrongen herinnering die, nu ik het heel even wat ruimte geef in dat warrige hoofdje van me, het beeld schetst van een drabbige brij waar vaak ook nog klontjes in zaten. Nou, dan zat ik tegen het behang hoor, ik gaf mijn portie dan net zo lief aan Fikkie. Niet dat we een hond hadden, ja, een zwerfhond die zich onderin een pot verstopte, maar echt een eigen hond hadden we niet.

Ik weet ook nog dat mijn moeder echt enorm haar best deed om een klontjesvrije pap te presenteren. Ze experimenteerde bijvoorbeeld met langer of korter roeren bij het opgieten van de melk, ze probeerde andere melk, een andere volgorde: eerst de vlokken havermout, daarna de melk of andersom, roeren met de klok mee of juist er tegenin, houten lepel, metalen lepel, een vork. Echt alles werd letterlijk uit de kast getrokken voor een mooie gladde pap en een tevreden kind aan tafel. Maar helaas, ik vond altijd wel iets klonterigs, of in ieder geval iets wat erop leek. Zelf luchtbelletjes werden door mij op dezelfde hoop gegooid. En zo ben ik nog steeds. Altijd wat te zeiken.

#waanvandedag #proza