ego echo

Mensen op de Maan, mensen naar Mars. Mensen nog verder de ruimte in op zoek naar ander leven. Hartstikke interessant en knap. Toch vind ik het belachelijk. We kunnen niet eens met onze eigen planeet omgaan, verwoesten alles ter meerdere eer en glorie van ons zelfgenoegzame ik. We moeten en we zullen met alle (milieu)gevolgen op de koop toe de ruimte in; letterlijk met alle geweld.

Terwijl er ondertussen een recordaantal vluchtelingen over de wereld trekt. Het gaat mijn en ons voorstellingsvermogen te boven. Net als die hele ruimtevaartshit. Dat is waarschijnlijk precies de reden dat het zo weinig impact heeft. Echte impact, dat je het voelt en beseft om wat voor ranzige ellende het gaat. Ja, behalve wanneer het onze foben uitkomt. Geweldsdelicten in AZC hier, testosteronbommen daar. Taal die doorgaans wordt uitgeslagen door witte testosteronatoombommen. Niets ontziend, lomp, bruut en oliedom.

Gezellig op zoek naar buitenaards leven, terwijl we binnenaards geen idee hebben hoe en wat we ermee aan moeten. Mafkezen. Al dat geld dat je kon gebruiken om in een oogwenk armoede de wereld uit te helpen, een energietransitie te bekostigen en weet ik wat allemaal. Dat kan allemaal met gemak. Er is geld genoeg, de middelen, de ideeën en de techniek: het is er allemaal. Dus wat doen we? Precies. Nada. De fik erin, omhoog, want hier valt niets meer te slopen.

#waanvandedag #armoede #vluchtelingen #ruimtevaart

Sinds vorige week lopen er weer een aantal geslaagden rond, gewoon zomaar, vrij in het wild. Bizar natuurlijk, maar los daarvan: gefeliciteerd. Weer een stap dichter bij een werkplek of een uitkering. Of geen van beiden. Misschien ga je nog wel verder met je leerfetisjisme, kan ook. Wat ik je vooral wil meegeven is dat de maatschappij meer rebellen nodig heeft. Mensen die tegen de stroom in gaan en kaders durven te negeren. Massamensen zijn er al genoeg. Verder geen druk hoor. Doe gewoon wat je denkt dat goed is, dat vooral. Als ik er verder maar geen last van heb. Dat is al heel wat.

Wat mij in deze tijd van het jaar steeds weer boeit (er stond eerst irriteert, maar dan was het gelijk weer zo negatief, dat kan altijd nog weet je) zijn die stokken met vlaggen en dan de schooltas die daar ook nog eens lekker meewappert. Gezellige boel hoor. Ik heb al heel wat tassen en vlaggen gezien in allerlei kleuren, vormen en maten. Door al dat gevlag en gewapper ben ik eens gaan zoeken (en vinden) naar hoe dat nou zit met het vlagprotocol in ons land. Er is geen enkele wet, zo blijkt. Er zijn alleen gebruiken. Je mag elke dag de vlag uithangen. Of je nu met succes een rolletje drop in een keer naar binnen hebt gewerkt, een driedubbele salto achterover voor een kwart (nog knap!) hebt gemaakt, of dat je zonder met je ogen te knipperen je tong een half uur uit je mond hebt laten hangen: het maakt niet uit. De vlag kan uit. Zelfs als je gewoon de hele dag op je nest ligt en hooguit eens een keer aan je reet krabt, ook goed. Vlagt u maar. Zelfs 's nachts is prima. Maar dan graag wel met een lichtje erbij, dan kan iedereen de driekleur blijven zien.

Tja, ik vind het hoe dan ook een hoop nationalistische stierenstront. Ik heb al niets met welk vlagvertoon dan ook of enige andere vorm van nationalisme. Ik vind het allemaal een zooi bagger die alleen maar leidt tot een bak ellende, steeds opnieuw. Maar als het dan ook nog eens niets uitmaakt wat je wanneer met die vlag doet, dan riekt het vooral naar een stukkie NL-marketing van heb ik jou daar. Zolang we maar de vlag uithangen is alles goed. Raarrrrr.

Dan nog dit: je bent evengoed geslaagd als je nergens een diploma voor haalt hoor. Nou ja, oké, een veterstrikdiploma is handig. Dat scheelt struikelen, vallen en weer opstaan. En het scheelt vooral die takkenherrie van klittenband. Halleluja.

#waanvandedag #geslaagd #vlag #nationalisme

Ik ben nooit dol geweest op telefoneren. Eigenlijk kun je wel stellen dat ik er een pesthekel aan heb, dat hele bellen. Zelfs telefoontjes met vrouwlief staan niet op mijn blije lijstje. Ja, kort, praktisch. Dan is het wel te doen. Maar even gezellig bijpraten, babbeldebabbel, ikbennuonderweg, bladiebla... nee. Beter van niet.

De ergste belmomenten zijn die met mensen die ik slecht of helemaal niet ken. Gemeente, werk, instanties, bedrijven. Het maakt niets uit of ik bel of zij mij. Hoewel, als zij mij bellen, dan neem ik negen van de tien keer niet op. Volledig in paniek, starend als een konijn naar de felle koplampen van een auto, kijk ik naar dat trillende, piepende apparaat wacht ik af of ze mijn voicemail inspreken. Dan bepaal ik wanneer ik terugbel. Zelfs dan baal ik hoor, want dan moet het dus wel nog gebeuren. Weer een berg waar ik tegenop kan zien. Fijn. Overigens staat precies daarom mijn telefoon meestal op stil. Alleen mensen met een sterretje achter hun naam in mijn contactlijst sta ik toe geluid te maken. Dan vervloek ik ze kort en neem op. Dat moet kunnen.

Ja joh, ik ben nu eenmaal een neuroot, het zij zo, so be it. Mooi hoe nonchalant dat klinkt hè? Want dat het hele so be it? Ik geloof er zelf in elk geval geen ruk van. Ik zou wel willen dat ik er echt zo over kon denken, over alles waar ik mij druk om maak, maar nee. Zo geaard is dit beestje niet. Daarom zal ik zolang ik op deze verziekte planeet ronddwaal ieder gesprek middels het spreekijzer zwetend en met hartkloppingen moeten doorstaan. Al ben ik wel gepast trots dat ik na intensief overleg hier thuis heb toegestaan dat Van Dale mij mag bellen als ze 'gesprekszweet' willen toevoegen aan hun dikke boekje.

#waanvandedag #telefoon #gesprek #dikkevandale #gesprekszweet

Ondanks dat de dagen voor moeders en vaders commerciële gedrochten zijn, is het natuurlijk wel heel leuk om wakker te worden met een lief berichtje van mijn dochter. Daarna nog een bonusbericht van haar moeder. Kijk, dan weet je weer waarom je ooit de vaderbaan aan hebt genomen, ha! Maar serieus hoor, ik word er blij van.

Net als van die egel die hier van de week 's nachts ineens de kelderbox in was gewandeld. Alleen al het zien van zo'n mooi dier, dan breekt mijn hart. We waren net klaar met het uitladen van de Green Wheels-rakker. Middenin de nacht, terug van onze album-lancering, kapotmoe en ook best voldaan – al weet je dat pas wanneer je uiteindelijk thuis op de bank zit met een glas heet water en een biscuitje: het traditionele moment van bijkomen voor het slapen gaan, ook om drie uur 's nachts.

Maar goed, ik loop dus naar beneden om de auto op z'n gereserveerde plek te zetten en ik zie vanuit mijn ooghoek iets donkers op de grond. Ik denk nog: dat is gewoon een van de kinderfietsen van de buren die ze hebben neer geflikkerd in een of and're hoek, maar nee, mijn instinct stonk daar niet in. Dus toch even goed kijken en verdomd! Een egel. Nog groot ook, zo'n wandelend speldenkussen. Ik heb ze wel vaker gezien, oké, maar nooit van zo dichtbij. Dit was echt een close encounter, ik zeg je. Prachtig beest. Ik wilde 'm het liefst oppakken. Zou geen heel slimme actie zijn geweest natuurlijk, weet ik ook wel. Toch is die aandrang er. In mijn hoofd gaat het van ooh soooo flufffieeeee! (Despicable Me, je weet wel). In plaats van oppakken begin ik dan maar volledig oeverloos tegen het diertje te praten. “Hé, dit is niet handig, je kunt hier niet in deze gang gaan zitten, dan zit je opgesloten. Hup-hup, die kant op, hé, hallo? Beweeg eens. Naar die kant. Door de deur, psst, psst, hé, niet hier gaan zitten, hallo, egeltje, hé, kijk dan, je moet dáárheen...” En dan wijzen naar de deur die naar de gemeenschappelijk tuin gaat. Die zit aan de andere kant van de gang. En de egel was precies niet daar naar binnen gekomen, maar vanaf de straat. Door de deur die ik open had laten staan met een steen ervoor, zodat we makkelijker konden uitladen. Waarschijnlijk kwam ie wel gewoon uit de tuin, want het hek aan de straatkant houdt alleen mensgebroed tegen. Egels kuieren waar ze maar willen. En dat is op zich fijn.

Maar ja, nu vond ik het toch wat minder prettig. Zat dat opgeprikte beest daar net te doen of ie er niet was. Probeer dat maar eens te redden van een nacht (of erger) in deze deprimerende gang. Ik wist het echt even niet, totdat ik een uitermate geniale inval kreeg: de deur naar de tuin nog even open laten staan, zelf door de andere naar buiten gaan – die deur zachtjes dicht doen in plaats van de enorme dreun die wordt veroorzaakt door de meedogenloze dranger als je de deur loslaat – auto wegzetten en dan maar hopen dat het beestje na die vijf minuten afwezigheid van dit mensenkind zo slim is geweest om de tuin in te banjeren.

Nou, ondanks mijn lichte teleurstelling dat het egelvriendje inderdaad de benen had genomen toen ik terugkwam (onze band was toch niet zo hecht wat hem betrof), was ik toch vooral blij dat het snode plan had gewerkt. En nog meer dat ik nu zonder spookbeelden van ronddolende, verdwaalde, verweesde egels kon gaan slapen. Kapotmoe. En voldaan. Dus toch.

#waanvandedag #muziek #egel #vaderdag

...neem nou die schermpjes in de intercity. Er staat bijvoorbeeld op hoe laat de trein op welk station aankomt. De hele route staat erop. En bij grote stations ook op welke andere treinen je kunt overstappen. Zelfs als je gewoon kunt blijven zitten, kun je je helemaal kapot fantaseren over tropische bestemmingen als Alphen aan de Rijn, Veenendaal-De Klomp of Kampen Zuid. Op de schermutselingen zie je tussendoor ook nog wat reclame. NS-wandelingen bijvoorbeeld. Of een festival. Alles cultureel gefactcheckt. Hartstikke leuk. Net als de promotie voor de korting die je krijgt als je zelf je koffiebeker meeneemt naar een Kiosk. Ook mooi. Scheelt een hoop teringzooi als we dat allemaal zouden doen. En geld. Over winst gesproken.

Nu zou ik mijn zeikerige zelf niet zijn als ik me niet zou storen aan een van de voorbijtrekkende filmpjes. Iets met een Urban Festival. Lekker hip gemonteerd met skaters, graffiti, iedereen lol, drankje, hapje en vast ook een semi-legaal drugje voor de ultieme looping. Goed, je kent de riedel wel van dit soort aanprijsfilmpjes. Alles is allemaal leuk en gezellig omdat Leuk en Gezellig nu eenmaal verplicht is. Daarom. Al vond ik de keuze voor het shot met het hapje nogal onsmakelijk. Een stuk dier dat eens lekker werd omgedraaid op een barbecue. Halfgaar, ook dat nog. En lachen joh, iedereen. Typisch urban ook, zo'n dierencrematie.

Nou, verder zijn die dingen aan de muur best oké. Behalve dat ze nogal uit de tijd zijn en geen hond ze nog ziet. Iedereen heeft zijn eigen schermpje al voor z'n vette neus. Inclusief oordopjes én speakerstand.

#waanvande